Dagboek van een werkzoekende #18

angst-woede-evenwicht-harmonie-de-progressie-van-gevoelens-of-gemoedstoestandEr is behoefte aan duiding blijkbaar. Zo kreeg ik de opmerking dat het wellicht niet verstandig is om mijn ervaring als werkzoekende te delen met de wereld. Toekomstige werkgevers zouden wel eens mee kunnen lezen via Facebook, LinkedIn of Twitter. Ze zouden kunnen denken dat ik ongeschikt ben omdat ik in een slachtofferrol zit. Dat ik de hele wereld van alles verwijt. Of dat het signaal, dat ik geef, één en al negativiteit uitstraalt. Zo’n werknemer wil niemand. 

Om te beginnen; ik ben geen slachtoffer. Ik voel me geen slachtoffer en ik wil geen slachtoffer zijn. Dat is verspilling van energie. Ik deel wat ik meemaak. Ik deel mijn woede, verdriet en mijn angst voor het onbekende, voor wat misschien nog komen gaat. Ik ben een mens met alle emoties die bij mij passen en soms lijkt dat het laatste taboe. Het tonen van emoties. Niet iedereen kan daar tegen wellicht. Emotie wordt als iets slechts ervaren.

Ooit heeft iemand mij verteld dat ik mij moet schamen voor mijn emoties. Zo diep zit dat taboe dus. Wellicht ligt dat in de Nederlandse volksaard besloten. Wanneer een partner is overleden moet je na zes weken maar gewoon je leven oppakken. Hup, schouders eronder en niet langer zeuren. Nuchtere Nederlanders zijn er niet zo goed in, emoties.

Ik probeer altijd de balans te zoeken in mijn stukjes. Eerst laat ik weten wat me dwars zit, wat ik niet begrijp of wat pijn doet. Om daarna mijn blog positief af te sluiten. Vertel ik over de angst dat ik bijvoorbeeld mijn instrumenten moet verkopen, dan besluit ik met het plezier dat ik beleef wanneer een vriend zich meldt met een oplossing. Vertel ik over het onbegrip dat ik tegenkom bij het UWV dan noem ik ook de medewerker van het UWV die met veel aandacht voor mij van alles uitlegt en werkelijk helpt. Altijd op zoek naar balans.

Dus ik hoop dat potentiële werkgevers mijn stukjes tot het eind uitlezen. Dan kan zij of hij lezen dat deze werkzoekende behoorlijk in balans is. Dat ik nadenk, dat ik bereid ben om open en eerlijk te zijn. Dat ik op zoek ben naar oplossingen, duiding en vooral naar een mooie werkplek. Welke werkgever wil nou niet zo’n stabiele vijftiger die doet aan zelfreflectie, onderzoekt en elke dag weer leert. Nu maar hopen dat mijn toekomstige werkgever van lezen houdt en ook dit stukje tot het einde leest. En die zijn er vast.

Fijne kerstgedachte

De kerst is nog maar nauwelijks over en ik trek mijn kranten uit mijn met sneeuw bedekte brievenbus. De sneeuw is net te laat voor die ‘White Christmas’ waar menig artiest elk jaar weer over droomt. Ik lees berichten in Het Parool: ‘Man in Oost door broer doodgestoken’, ‘Twee Italiaanse toeristen beroofd en neergestoken’ en ‘Burgernet ingezet na beroving Helmerbuurt’.

Hadden de daders nou niet even kunnen wachten tot ná de kerst? Of had het Grote Opperhoofd, die net aan de kalkoen zat om de geboorte van zijn Zoon te vieren niet even zijn vette handen af kunnen vegen en ingrijpen? Je zou haast gaan twijfelen over het bestaan van een God.

Maar dan het bericht dat heel Nederland raakt. Vooral gelijkgestemden melden zich via Facebook en Twitter: ‘Rockband Kane gaat stoppen’. Maar ze waren toch al gestopt? Of was dat slechts een belofte? Ik las veel blijheid over het bericht. Maar ook angst dat het weer zo’n loze belofte is. Velen hadden liever de kop ‘Kane is gestopt’ gelezen. Het kan zomaar anderhalf jaar doorsukkelen met Kane als je de kop op zijn waarde beschouwt.

Met veel gevoel voor drama neemt Kane dus nog een keer afscheid. Alsof de wereld de band, of wat er nog van over is, enorm gaat missen. Het heeft iets pathetisch, eerst aankondigen dat je gaat stoppen met een bandje en een jaartje later doe je het nog eens dunnetjes over. Nog een keer aankondigen dat je weer gaat stoppen. Lezen we over een half jaar dat Kane nu echt gaat stoppen? Een mooie kerstgedachte als het definitief is. Je zou in dat geval bijna gaan geloven dat er toch nog een God is.

kanerek

Dagboek van een werkzoekende #3

Ik loop, zo blijkt nu, enorm achter waar het de vacaturemarkt betreft. Mijn laatste ervaring met het zoeken naar een baan gaat al weer acht jaar terug. In 2006 toen ik ook mijn baan verloor aan een reorganisatie waren er natuurlijk ook al mogelijkheden om op het wereldwijde net een vacature te vinden. Maar het woud aan vacaturesites waarin ik nu terecht gekomen ben is enorm. Ik vind vacatures via Linkedin, Twitter en een onoverzichtelijk aantal vacatureaanbieders. Geeft niet, maar je hebt er een dagtaak aan om je overal in te schrijven. Gelukkig heb ik die tijd, want ik moet solliciteren. Of hoe zei Janse Bagge dat ook maar weer? Ik heb in ieder geval nog geen vierenzeventig brieven geschreven.

Dagboek van een werkzoekende #2

vacatureteksten-employer-brandingDag twee van de werkzoekende mens zit er weer bijna op. Al heb ik de dag niet werkloos voorbij laten gaan. Het wereldwijde web weer afgestruind naar vacatures waarbij ik misschien een kans maak om aangenomen te worden. Om die mogelijkheid te vergroten direct een cursus Adobe Photoshop-, en Illustratorcursus aangeschaft. En jawel, er is weer een vacature de deur uit. Een schrijfbaan, aan het werk met social media, een baan waar ik mijn creativiteit wel in kwijt kan denk ik. Afwachten, wie weet wat de toekomst brengt. 

Vanochtend een gesprek gehad bij mijn werkgever. De vraag was hoe we verder gaan. Ik heb uitgelegd wat mijn planning was, wat me dwars zat en dat ik mijn ontslag ervaar als een kans op een baan die beter bij mij past. Hartverwarmend waren de complimenten van mijn collega’s die ik kreeg voor mijn werk in de ondernemingsraad. En blij was ik met de complimenten van onze directeur. Het is winst als je op een prettige manier afscheid van elkaar moet nemen.

Dus de hele dag zitten wroeten in vacatures. Er zijn zoveel websites die vacatures aanbieden, dat neemt gewoon veel tijd in beslag. Ondertussen schakelen tussen Linkedin, Facebook en Twitter. Ik mocht veel complimenten en gelukwensen van collega’s en vrienden in ontvangst nemen, dat doet de mens al goed, en tot mijn grote plezier waren ook nog eens mijn oude muziekmaatjes on-line. Die hadden blijkbaar ook niets om handen in tijden van crisis.

Dikke pret dus, compleet met oude koeien uit nog oudere sloten, met als resultaat dat we binnenkort de instrumenten weer gaan oppakken en gezellig wat biertjes gaan drinken. Eén bandlid kwam direct gezellig mijn huis binnenvallen om een biertje te nuttigen. Grote klasse. Als ik nu gewoon op mijn werk had gezeten was dit wellicht allemaal niet gebeurd. Zo zie je maar weer, was het niet de grote J.C. die zei:”Elk nadeel heb ze voordeel”?

De keuken van Giphart XXVI

Ronald Giphart, de schrijver van onder andere GiphPhileine zegt sorry, en Ik omhels je met duizend armen, schreef een feuilleton voor de weekend-editie van De Volkskrant.  Dat deed hij niet alleen. Via social media als de Facebook-pagina Volkskrant Feuilleton vroeg Giphart zijn volgers om tips, ideeën en liet hij af en toe een poll op hen los. Zo kreeg je een mooi kijkje in de keuken van een schrijver en het ontstaan van een verhaal, boek of in dit geval een feuilleton.

giphartHet is voltooid verleden tijd. Het feuilleton is klaar. En toen ik het de eerste keer las dacht ik, “die Ronald Giphart is een empathische goedzak, hij heeft zelfs mededogen voor zijn zelf gecreëerde hoofdrolspelers”.  Er gaat op het eind niemand dood, er is geen ruzie, de vriendinnengroep lijkt hechter dan ooit, ze hebben weer een crisis overleefd, op naar de volgende. Het feuilleton heeft een open eind.

Ik moest gelijk weer denken aan de sketch van Jiskefet waar proleet Johnny in een boekhandel een boek gaat zoeken voor zijn vriendin. De enige voorwaarde waaraan het boek moest voldoen was een open einde. Zoals in dit feuilleton als het ware. “Een open einde,  jaaa?” Maar helaas had het boek volgens de vriendin van Johnny helemaal geen open einde, met alle gevolgen van dien.

Tijdens de Bastaardgroepbijeenkomst heb ik nog geopperd om een afgerond apocalyptisch einde aan het feuilleton te breien. Naar het voorbeeld van de prachtige Engelse series This Life en Cold Feet. Maar toen liet Ronald al doorschemeren dat hij het einde bij die series wel heel triest vond.

Bij This Life valt de groep juristen uit elkaar tijdens een bruiloft na bekend wordt dat één van de karakters haar vriend belazerd heeft en vreemd gaat met haar baas. Bij Cold Feet komt Rachel Bradley, één van de hoofdkarakters in de serie, te overlijden als gevolg van een auto-ongeluk. Twee schitterende series met, voor mij, een mooi afgerond einde. Misschien dat het in een volgend leven weer goed komt, maar nu even niet. Dat gevoel.

In één van de twee Bastaardgroepbijeenkomsten hadden we wel gesproken over de optie om iemand te laten overlijden. Je bent als schrijver een God van je eigen universum, dus alles is mogelijk. Dat ongeluk zou dan plaatsvinden tijdens de nieuwjaarsduik. Maar wie? Kleine Kick, er is niets zo dramatisch als het verlies van een kind. Of Opa Kick, die in eerste instantie op het eiland was gekomen om zijn dood aan te kondigen. En wat dan te kiezen, wat klopt voor het verhaal? Ook kwam ter sprake dat Opa Kick de kleine Kick zou redden van de verdrinkingsdood, en daarbij zelf zou komen te overlijden.

De schrijver heeft mededogen, ook met Opa Kick. Die wordt opgetakeld door een heli van de reddingsmaatschappij na een geweldig monoloog te hebben afgestoken voor zijn toehoorders. Ondanks dat Giphart Opa Kicks stem laat bibberen, kan ik me niet voorstellen dat hij ineens in de heli de spreekwoordelijke pijp aan de nog spreekwoordelijkere Maarten geeft. Daarvoor was zijn monoloog te helder, te diep en had hij geen enkele moeite om zijn woorden te vinden.

De laatste woorden van Opa Kick beslaan ongeveer één derde van de hele krantenpagina. Dat is toch wel wat anders dan “Cool it  Brothers…” de laatste woorden van Malcolm X voordat hij werd vermoord, “Kiss me, Hardy” van Lord Nelson of “My fun days are over” de laatste woorden gesproken door James Dean vlak voor hij zijn sportwagen in de prak reed.

Nu dat het allemaal voorbij is blijf ik toch met een vraag zitten, dezelfde vraag die Bibi aan Kick stelt: “En waar heb jij de hele tijd uitgehangen?” We zullen het helaas nooit weten. En waar kwam hij zo ineens vandaan, zo uit het niets om zijn zoon en zijn vader te redden uit de winterkoude golven? Net op tijd even de held uithangen, en zijn vrouw verwijten dat zij niets doet. Hij had het kunnen weten, want had Giphart niet eerder iets geschreven over de verlammende angst die haar kan overspoelen? En als Giphart het weet moet Kick het ook weten, het is tenslotte zijn vrouw. Maar goed, Kick vraagt op zijn beurt hoe Bibi het in haar hoofd haalt om hem die vraag te stellen. Hoe het ook zij, het is geen makkelijk koppel, die Kick en Bibi.

Als de wagneriaanse storm is gaan liggen en iedereen veilig uit zee gesleept is begint Opa aan zijn monoloog. In het kort: ga lekker vreemd, pak wie je pakken kan, zolang je maar van je partner houdt. Opa Kick heeft duidelijk nog sporen van een uitbundig leven ten tijde van het hippietijdperk en de vrije seksuele moraal van de jaren zeventig. En hij heeft waarschijnlijk veel geluisterd naar “Mensch durf te leven” van Dirk Witte.

In het begeleidend interview met de titel Faceboek als redacteur van Carlijn Vis met Ronald Giphart doet de auteur uit de doeken dat het nog niet eens zo makkelijk was, dit experiment, maar dat hij er wel veel plezier aan beleefd heeft. De interactie met lezers, via Faceboek en Twitter heeft hem aangenaam verrast. En het was natuurlijk heel prettig te lezen wat Giphart over de bloggers te melden had. “Wat hem in die veertig weken het meest verraste en ontroerde, was de betrokkenheid van Etienne Stekelenburg en Theo Stepper, twee lezers die een blog bijhielden over het feuilleton”. 

Ik neem aan dat ik ook even voor Theo mag spreken en mag delen dat het voor ons een bijzondere reis was. We mochten meeliften op het verhaal van Giphart, die ons tijdens de reis af en toe liet uitstappen om de bezienswaardigheden van het schrijverschap te laten zien. Het is voor ons zeker een stimulans geweest om zelf ook te beginnen met schrijven. Dat is dan het cadeau dat we van Ronald Giphart hebben mogen ontvangen. Een opstapje naar het schrijven van een boek.

Aan het eind van het interview brengt Giphart chef Jonnie Boer ten tonele. Boer gaat ten allen tijde voor perfectie, maar de chef maakt ook wel eens een pasta voor zijn dochter. Het zal goed smaken, maar heeft niet de perfectie van zijn sterrenrestaurant. Zo kijkt Giphart ook naar zijn feuilleton. Het is niet zijn meesterwerk, en hij twijfelt of hij het ooit tot zijn oeuvre zal rekenen. Het feuilleton is als de pasta voor de dochter van een sterrenchef. Dus dat is wat ik telkens rook. Die geur uit de keuken van Giphart, niet zomaar een gewone pasta maar de pasta van een Michelinsterrenchef, bereid voor wat hem het allerdierbaarst is.

 

 

 

 

 

De keuken van Giphart XXIV

Ronald Giphart, de schrijver van onder andere GiphPhileine zegt sorry, en Ik omhels je met duizend armen, schrijft een feuilleton voor de weekend-editie van De Volkskrant.  Dat doet hij niet alleen. Via social media als de Facebook-pagina Volkskrant Feuilleton vraagt Giphart zijn volgers om tips, ideeën en laat hij af en toe een poll op hen los. Zo krijg je een mooi kijkje in de keuken van een schrijver en het ontstaan van een verhaal, boek of in dit geval een feuilleton.

giphartMijn vijfentwintigste blog alweer over het feuilleton van Giphart. Alhoewel ik het feuilleton vanaf de eerste aflevering met veel belangstelling gevolgd heb, heb ik niet consequent na iedere aflevering een blog geschreven zoals Theo Stepper dat wel na elke aflevering deed.   Ik bewonder zijn discipline. Soms las ik bij Theo in zijn blog dat we zonder dat we het van elkaar wisten op één lijn zaten. Andere keren belichtten we verschillende kanten van Ronald Gipharts feuilleton. Nu het eind nadert merken we allebei in onze blogs op dat de auteur in rasse schreden naar het einde schrijft.

Ik denk dat het verschil tussen een roman en een feuilleton het duidelijkst wordt aan het eind van het verhaal. Ik geloof dat het voor een roman niet zoveel verschil maakt of het verhaal afgerond is op pagina 473 of 476. Als het rond is op 473 is dat prima, als het nodig is om er drie pagina’s langer over te doen zal dat ook wel kunnen, zo lijkt mij. Misschien is het niet zo, maar het lijkt of je bij een roman wat meer ruimte hebt voor een mooie einde.

Bij dit feuilleton moet het klaar zijn op aflevering 40, je hebt geen aflevering 41 en de boel afsluiten op aflevering 39 is ook geen optie. Je hebt ook geen aflevering 40 en een beetje. Misschien dat Giphart het voor elkaar krijgt om wat meer ruimte te krijgen voor de laatste aflevering. Een soort dubbelaflevering wellicht die gewoon 40 genoemd wordt, maar dan nog heb je geen mogelijkheid om iets uit te lopen.

Het was in de laatste afleveringen dus wel duidelijk dat de feiten op tafel diende te komen. Dit wellicht om geen tijd en ruimte te verliezen aan sfeerbeelden, overpeinzingen en flashbacks naar het verleden.  De vaart zit er goed in en het is goed te zien dat Giphart tegen het einde zijn eigen plan trekt. Er is geen plaats meer voor Audience Participation Time zoals Frank Zappa het noemde wanneer hij de hulp van zijn publiek wenste op het podium. De hulp van het meelezende publiek op Twitter en Faceboek blijkt niet langer nodig. Geen polls meer die de plannen van Giphart nog kunnen verstoren.

Het verhaal loopt op zijn eind en de spanning loopt alleen maar op. Je voelt het bijna in elke zin. In de details die weggelaten worden. Want waar zou Kick uithangen? En in de details die we wel te weten komen. De smeuïgste details die we wel lezen, zoals de aanleiding tot het ongeluk waarin de vrouw van Silvijn is omgekomen. Een geweldig Giphart tafereel, alhoewel ik bekend ben met Gipharts werk had ik deze scene nooit aan zien komen. Het is ook geen wonder dat Kick niet op de begrafenis van zijn minnares aanwezig was, hij krijgt dat beeld ook nooit meer uit zijn hoofd natuurlijk. Hoe je het wendt of keert, hij is toch de oorzaak en het gevolg van haar dood. Onbedoeld uiteraard.

Op de vraag op de faceboekpagina of het huwelijk tussen Kick en Bibi standhoudt kan het enige antwoord nu toch alleen nog een keihard ‘Nee’ zijn, dacht ik zo. Dat Kick al de vriendinnen van Bibi langs is geweest voor wat avontuur lijkt mij voor Bibi toch al een reden om er een eind aan te breien. Maar nu ze weet dat hij ook nog andere dingen voor haar verzweeg, zoals zijn betrokkenheid bij de dood van een vrouw, zou je denken dat dat toch een laatste druppel zou zijn om haar te doen laten besluiten weg te gaan bij Kick.

En inderdaad, de volgende cliffhanger aan het eind van aflevering 38 van het feuilleton is dan ook dat Bibi haar jongste zoon Kick Jr. optilt en in zijn oor fluistert om er samen vandoor te gaan. Weg bij het feest? Weg van het eiland? Weg bij haar zogenaamde vriendinnen en weg bij de man van wie ze houdt maar wellicht nooit meer vertrouwt? De missie van Silvijn, om Bibi op te halen, lijkt kansloos. Met de nadruk op lijkt, want wie weet verdwijnt Bibi uiteindelijk toch nog met Silvijn. Je weet het tenslotte maar nooit in de liefde.

Over liefde gesproken: ik stel voor dat Corine Koole een interview met Bibi of Kick opneemt in het Volkskrant Magazine. Die hebben tenslotte genoeg stof om daarover een boekje open te doen in Koole’s rubriek ‘lust & liefde’.

Over lust gesproken: vandaag zag ik nog wat verleidelijke ‘Food Porn’, zoals mijn Amerikaanse vriendin Linda het ooit noemde, voorbij komen via de faceboekpagina van Ronald Giphart. Foto’s van de meest lustopwekkende gerechten, foto’s waarvan het water je in de mond loopt. Je reinste ‘Food Porn’ dus. Onze schrijver aan de lunch met Bart Chabot. Een feestmaal, tenminste zo zag het eruit. Wellicht inspiratie voor Giphart om voor de twee laatste afleveringen alles uit de keukenkastjes te halen en zijn lezers te verleiden met lekkers.

Zeeuwse Bluffers

Ik word wakker, dus ik besta

Met onvoorwaardelijke liefde omzoomd

Of in de woorden van MLK

`Dat had je gedroomd`

Het had zomaar een tekst van Blof kunnen zijn. Hoe krijg je trouwens dat ellendige streepje door die O. Ik heb nu even geen zin om dat uit te gaan zoeken, dus verder.

Ik zag op Twitter weer een mooie zin langskomen, zo´n zin die de tekstschrijvers van Bluf geschreven zouden kunnen hebben. Of sterker nog, die ze in de toekomst misschien nog gaan schrijven.

Op het Twitteraccount @Blof_teksten krijg je dagelijks een regel tekst in de stijl van Paskal Jakobsen en zijn kornuiten. Compleet onduidelijk, onlogische en grammaticaal belachelijke teksten dus. Blufwaardig als het ware.

“De schans van berusting zie ik vanuit mijn bed. Ieder jaar met hoofdpijn zweef ik zonder afzet”, van 1 januari 2013. En “Ik heb m’n kruit gewassen en m’n vuurpijlen verbrand. Geen vingers meer over en m’n hakken in het zand”, van 31 december 2012. Volstrekt onzinnige teksten die zo in het tekstenschrift van Jakobsen en consorten zouden kunnen staan. Hieronder een voorbeeld van zo’n wonderlijke semi-filosofische Zeeuwse tekst. Maar misschien moet je Zeeuw zijn om het te begrijpen.

Blof-Zo-stil“Breng me de tijd in een fles

Ik geef je mijn bloed

En mijn hoofd op een blad

Dans voor me, naakt”

Het  tv-programma EénVandaag wilde naar aanleiding van het 20-jarig bestaan van de Zeeuwse band een item maken. Dus met de hele crew naar Zeeland. Alwaar de Blufmanager ingreep omdat de journalisten vragen wilde stellen over de soms onbegrijpelijke liedjesteksten, waarna het team weer afdroop naar Hilversum. Niet alleen de teksten maar ook de grootheidswaanzin en arrogantie van Bluf blijkt onbegrijpelijk.