Ken je die van die gast die naar Andalusië gaat?

Eindelijk weer eens op vakantie. Mijn laatste vakantiereis was heel lang geleden. Mijn trektocht van drie maanden door de Verenigde Staten is al twintig jaar oude geschiedenis. Daarna zijn mijn vakanties opgegaan aan korte tripjes en aan de tennistoernooien in Duitsland, Zwitserland, België en Nederland om aan te schuiven bij de pers als tennisjournalist. Dus werd het wel weer eens tijd voor een echte vakantie. 

Pindakaas, muntendrop en vissermans vrienden. De voorpret is al leuk; de route uitstippelen, hostels zoeken voor onderweg en een weerzien met mijn neef Erik in Andalusië. Gelijk maar even gevraagd of hij nog wat wilde hebben uit Nederland. Dus vier potten pindakaas, vier zakken muntdrop en 12 zakjes Fisherman’s Friend aangeschaft. Nederlanders in het buitenland verlangen altijd naar Nederlandse lekkernijen, zo weet ik uit ervaring. Ondanks dat er zesendertig soorten chips in de Schotse supermarkten liggen bleef ik smachten naar de enige echte paprika chips van Smiths. Geen zin in zout met azijn, tomaat, garnalen of andere muffe chipssmaken.

Het plan: Eerst naar Verdun voor, hoe zeg je dat ook maar weer in tenenkrommend slecht Nederlands zoals je vaak hoort, ‘een stukje veldslagbeleving naar de mensen toe’. Volgend jaar is het honderd jaar geleden dat de Grote Oorlog uitbrak, en er zal een hausse aan Eerste Wereldoorlog herdenkingen over ons heen komen. Ik ben voorbereid na het eerdere bezoek aan de slagvelden rond Ieper en nu dus mijn verkenning van Verdun.

Muziekgeschiedenis

Na Verdun richting Soissons, of eigenlijk het naburige dorp Pommiers, waar ik een tijd heb doorgebracht om veel te oefenen met Eric Baeckeroot om met onze muziek de winkelstraten van Frankrijk wat vrolijker te maken. Ik kan Eric nergens vinden op het internet dus gewoon maar langs bij het oude adres, wie weet wat ik daar aantref.

Van Pommiers rijdt ik dan naar Saint Jean de Luz en San Sebastian in respectievelijk Frans en Spaans Baskenland. We hebben daar veel tijd doorgebracht met ons muziektrio ‘Wait Wait Wait’. Onze parodie op ‘Wet Wet Wet’ omdat er altijd wel op iemand gewacht moest worden. Het lijkt mij een goed plan om ter inspiratie op die plekken te schrijven aan mijn boek over mijn avonturen met Eric en Bart.

Na het herbeleven van mijn muziekgeschiedenis in Pay Basque verder naar Andalusië. Daar woont mijn neef Erik met zijn gezin. We hebben een tijd geleden al afgesproken dat ik daar eens langs te ga. Ik heb er geweldig veel zin in. Het moet er geweldig mooi zijn, en ik heb al gezien dat er veel oude cultuur te bewonderen is. De voorpret is begonnen.

Onderweg

Ik vraag Tom² of ik een tolwegvrije route kan rijden. Gewoon om te genieten van het Franse landschap, de dorpen en de weidse vergezichten zonder het geraas van snelverkeer. Tom² stelt me niet teleur en in het zuiden van België richting Luxemburg word ik direct het bos in gestuurd. Mooie bospaden, veel bochten, klimmen en dalen met af en toe een mooi vergezicht. Ik geniet van de natuur om me heen en dankzij mijn iPod krijg ik onderweg een traktatie van alles wat mijn oren dierbaar is.

Ik hoor Bowie, Bach, Zappa, Queens of the Stone Age, Ozark Henry, de dub van I Roy en de punk van SNFU. Het hele pallet aan mooie muziek komt langs met af en toe een onderbreking door opnames van Radio XFM, het radiostation waar Ricky Gervais, Stephen Merchant en Karl Pilkington hilarische programma’s gemaakt hebben. Het is een feest onderweg, de vakantie is goed op weg.

In de buurt van Verdun ga ik op zoek naar een hostel, helaas gaat dat pas uren later open. Dus dan maar naar Verdun gereden om daar een slaapplaats te zoeken. Die is gauw gevonden met die handige Tom², typ ‘Hotel’ en een keur aan mogelijkheden komt tevoorschijn. Ik beland in het F1 Hotel. Een fijne grote kamer, met een groot bed en een raam dat helemaal open kan. Ik hoef niet bang te zijn voor claustrofobische aanvallen, dat scheelt. Ik heb ook andere ervaringen; als single reiziger word je soms in een vergrote bezemkast gestopt. Als ze het bed rechtop konden zetten zouden ze het doen.

Even opgefrist na de autorit en dan eens kijken wat de plaatselijke VVV mij kan bieden. De dame geeft mij een kaartje met bezienswaardigheden en ik weet wat ik te doen heb de volgende dag. Forten, slagvelden, museum en het grootste knekelhuis van Frankrijk bezoeken. Geschiedenis is vaak niet echt heel gezellig maar wel interessant en vooral indrukwekkend.

Voordat er wat beweging is in de restaurants van Verdun zit ik aan de Maas in het centrum van Verdun. En dan overvalt het me. ‘Wat ben ik in godsnaam aan het doen hier?’, vraag ik me volgens mij hardop af. Ik merk dat ik het vervelend vind om hier in mijn uppie te zitten. Mag goed ik zet de gedachte uit mijn hoofd en zodra de restaurants hun terrassen gaan voorzien van bestek zoek ik een terras uit. Ik plof neer op een terras en kijk of ze een fijn witbier hebben. Jawel, men serveert het Belgische Silly witbier. Heerlijk.

Tijdens het eten van mijn medium paardenbiefstuk tartaar met daarop een gebakken ei geflankeerd door heerlijke huisgemaakte frietjes komt de gedachte weer omhoog. “Is dit wel leuk? Kan ik hier van genieten, twee weken in mijn uppie in restaurants en op terrassen biertjes drinken en domweg voer naar binnen werken?” Het eten is heerlijk maar om het in mijn eentje te eten staat me tegen. Als ik even rondkijk zie ik families, echtparen en groepjes vrienden. Ik pak er maar een boek bij om mijn gedachten te verzetten. Niets is zo vervelend als eten met een boek in je hand, om wat om handen te hebben. Tenminste dat voelt zo.

Eten, en vooral de avonddis met vlees en groente, is een sociaal gebeuren. Zelfs primaten komen bij elkaar zitten als de hoofdmaaltijd gegeten wordt. Het is onnatuurlijk om in je eentje te eten. Thuis ben ik eraan gewend en kan ik gewoon andere dingen doen zoals tv kijken, iets op de computer kijken of ik tik onderwijl een stukje. Het eten op het terras staat me tegen, al is het wel gewoon heel lekker. Ik voel eenzaamheid.

De oorlog in Verdun, de oorlog in mijn hoofd

Ik ben moe en ga richting het hotel. Ik leg de wifi-verbinding voor mijn laptop en mijn telefoon en controleer even mijn post en andere zaken. Ik luisterde nog even naar Radio 1. But sleep came like a frigid housewife, zoals Kinky Friedman het ooit verwoorde. Of eigenlijk val ik helemaal niet in slaap, totdat op een gegeven moment de paniek toeslaat. Een beklemmend gevoel dat me naar de strot grijpt. Ik moet eruit, ik trek mijn kleren weer aan en ga buiten een luchtje scheppen. Waar de paniek vandaan komt ik weet het niet. Ik zeg tegen mezelf: “ik ben toch niet gek aan het worden, ik heb toch een heimwee of iets dergelijks?” Ik weet niet wat ik voel, maar het voelt niet goed.

Na een tijdje buiten gezeten te hebben probeer ik weer te slapen. Maar zodra ik lig komt het gevoel weer terug. Ik bedenkt dat ik hier helemaal geen zin in heb. Ik ben het zat. Wat zou ik nou twee weken in mijn eentje in hotelkamers liggen te vechten tegen de eenzaamheid? Ik kleed me weer aan en pak de weekendbijlage van de Volkskrant en het Magazine en ga weer naar buiten. Gelukkig is het niet koud buiten, het geeft wel enige rust en afleiding. “Ik zal toch geen heimwee hebben”, denk ik nog een keer. Nou ja dat zien we morgen wel.

Uiteindelijk zit ik tot 05.00 uur buiten, dan ga ik maar weer eens naar binnen en ga met mijn kleren aan op bed liggen in de hoop dat ik uiteindelijk toch in slaap val. Ik luister nog wat naar muziek om mijn gedachten af te leiden. Na een tijdje word ik wakker, ik zie dat het zeven uur is. Ik heb mijn kleren nog aan en lig boven op mijn bed. Als het zo de hele vakantie moet heb ik er nu al genoeg van. Eerst maar eens een ontbijtje en de bezienswaardigheden bekijken in en om Verdun.

DSC_0043Ik kom tot de conclusie dat mijn paniekaanval niets te maken heeft met heimwee of reisangst zoals bij die Utrechtse schrijver Ingmar Heytze die de Domstad niet durfde te verlaten. Er vanuit gaande dat je bij heimwee zo snel mogelijk naar huis wil uiteraard, en ik wil niet zo snel mogelijk naar huis. Eerst wilde ik nog de Eerste Wereldoorlog toerist uithangen, gewoon om te relativeren wat voor onzinproblemen ik in mijn hoofd heb. Wat die jongens rond Verdun meemaakte honderd jaar geleden is onvoorstelbaar. Je ziet de beelden, de plaatjes, je ziet het landschap, de stille getuigen. Het is overweldigend. Maar ik heb geloof ik al besloten dat ik niet meer in mijn eentje de reis wil afmaken.

Op zoek naar Eric

Na Verdun is de volgende halte Pommiers. Dat is zo’n 180 kilometer verderop en geeft mij gelukkig het geruststellende gevoel dat ik geen reisangst of heimwee heb. Even kijken of mijn vroegere muziekmaatje Eric nog op dat adres woont. En na 180 kilometer kom ik bij Soissons, ik vind het spannend worden om weer naar die plaats te gaan waar ik veel goeie herinneringen aan heb.

DSC_0125Het met bloemetjesbehang behangen tuinhuis van Eric, het grote witte huis van Eric’s vader dat helemaal leeg stond met als enige geluid de scanner van de brandweer waar Pa Baeckeroot iets mee had. Het geweldig leuke bezoek samen met Kirsten, Birgitta en Bart in de camper van pa en ma. Het opnemen van de cassette met Bart en Eric in de kelder. Mooie herinneringen die ik nog altijd met me meedraag.

Dan rij ik het dorp Pommiers binnen.Het komt vaag bekend voor, daar de kerk, het bakkertje lijkt te zijn verdwenen. De rotonde en dan linksaf totdat aan mijn rechterhand het grote witte huis zichtbaar wordt. Er is wat aan de tuin gedaan, er staat een groot groen hek en het tuinhuis van Eric is opgeruimd, weg, verdwenen. Tot mijn grote plezier staat de naam Baeckeroot nog op de brievenbus. Geen voorletter, geen idee of het de brievenbus van Eric is of van zijn vader. Er woont ook iemand anders op het perceel. In de tuin staan wat heggen met daarachter misschien nog een huisje. Dat is niet zichtbaar. Ik schrijf dat ik langs ben geweest, dat ik even wat ga drinken in Soissons en dat ik over een paar uur nog eens terug kom. Zo gezegd, zo gedaan.

In Soissons dat mij ook bekend voorkomt omdat we daar regelmatig wat gingen kopen ga ik een biertje drinken. Ook hier hebben ze lekker witbier van het Franse merk 1664. En terwijl ik hier zit krijg ik een flashback dat we hier ook gezeten hebben met Kirsten, Birgitta, Bart, Eric en Isabelle. Of neemt het geheugen een loopje met me? En weer voel ik het onbehagen van het alleen zijn, van in mijn eentje wat drinken op een terras. Hoe het ook zij, tijd om terug te gaan naar Pommiers om te zien of er iemand is aan wie ik kan vragen waar Eric gebleven is.

Postbus Baekeroot in PommiersAangekomen bij het huis van de familie Baeckeroot tref ik wederom niemand. Ik bel mijn moeder dat ik naar huis ga omdat ik het helemaal niet naar mijn zin heb in mijn eentje onderweg. Ook moet ik denken aan andere momenten dat ik naar huis ging als ik het ergens niet naar mijn zin had. Dat begon op de kleuterschool al, had Etienne het niet naar zijn zin dan liep hij gewoon naar huis. Op de kleuterschool, in kroegen waar ze Hazes draaien, het maakt niet uit. Als ik het niet naar mijn zin heb ga ik weg, naar huis. Na nog even, ook namens Bart, een groet geschreven te hebben en deze in de brievenbus te hebben gestopt stap ik in de auto en druk ik op mijn Tom² op ‘Thuis’.

 

 

De Grote Oorlog relativeert

Het is inmiddels 16 november en Poppy Day ligt alweer een week achter ons. De dag van herinnering op 11 november speelt zich vooral af in de Gemenebest van Naties, voorheen het Brits Gemenebest. Wie rond die datum wel eens naar de BBC kijkt ziet veel revers waarop een echte of papieren klaproos geprikt zit. In de landen om ons heen wordt het eind van de Grote Oorlog serieus herdacht, in Nederland is er weinig belangstelling voor de herdenking. Waarschijnlijk omdat Nederland vanwege de neutraliteit weinig oorlogsgeweld heeft gezien tussen 1914 en 1918.

Hoe dichter we het jaar 2014 naderen des te meer belangstelling lijkt er ook in Nederland te ontstaan voor de Eerste Wereldoorlog. De oorlog, die een eind moest maken aan alle oorlogen, zal honderd jaar na het begin groots herdacht worden. Ook in Nederland blijkbaar. Steeds groter wordt de stoet aan Grote-Oorlogs-toeristen. Vanaf de kust van West Vlaanderen tot aan de grens van Zwitserland lopen toeristen, geschiedenisliefhebbers en familieleden van soldaten over de vele herinneringsgraven en door de talrijke musea.

Om mezelf een beetje voor te bereiden op 2014 ben ik op 20 april naar een collegedag van het Historisch Nieuwsblad en de Feniks Academie geweest.   Van 09.00 tot 17.00 uur luisteren naar vier gerenommeerde sprekers die iets zinnigs vertellen over de Eerste Wereldoorlog. Om een indruk te krijgen waar de sprekers het over hadden heb ik deze zomer twee dagen door West Vlaanderen gereden. Indrukwekkend zijn de graven, het landschap met kraters, de foto’s, de gevonden munitie, en de verhalen in musea.

Foto: E.Stekelenburg

Om nog eens tot de essentie van dit Grote Leed door te dringen heb ik ook nog een aantal boeken aangeschaft. Wanneer je dit allemaal tot je neemt is het des te vreemder dat er nog steeds mensen zijn die zich vrijwillig melden voor de krijgsdienst. Doelbewust leren hoe je op een zo’n efficiënt mogelijke manier je tegenstander kan uitschakelen. Mensen zouden toch beter moeten weten na de Grote Oorlog.

Het grootste voordeel van mijn reis door de Grote Oorlog is dat ik mijn buikpijn tijdens een kei van een darmontsteking goed kan relativeren. Wat ik de laatste weken meemaak is niets vergeleken met wat die jongens en mannen tussen 1914 en 1918 hebben doorstaan.