De keuken van Giphart XXVI

Ronald Giphart, de schrijver van onder andere GiphPhileine zegt sorry, en Ik omhels je met duizend armen, schreef een feuilleton voor de weekend-editie van De Volkskrant.  Dat deed hij niet alleen. Via social media als de Facebook-pagina Volkskrant Feuilleton vroeg Giphart zijn volgers om tips, ideeën en liet hij af en toe een poll op hen los. Zo kreeg je een mooi kijkje in de keuken van een schrijver en het ontstaan van een verhaal, boek of in dit geval een feuilleton.

giphartHet is voltooid verleden tijd. Het feuilleton is klaar. En toen ik het de eerste keer las dacht ik, “die Ronald Giphart is een empathische goedzak, hij heeft zelfs mededogen voor zijn zelf gecreëerde hoofdrolspelers”.  Er gaat op het eind niemand dood, er is geen ruzie, de vriendinnengroep lijkt hechter dan ooit, ze hebben weer een crisis overleefd, op naar de volgende. Het feuilleton heeft een open eind.

Ik moest gelijk weer denken aan de sketch van Jiskefet waar proleet Johnny in een boekhandel een boek gaat zoeken voor zijn vriendin. De enige voorwaarde waaraan het boek moest voldoen was een open einde. Zoals in dit feuilleton als het ware. “Een open einde,  jaaa?” Maar helaas had het boek volgens de vriendin van Johnny helemaal geen open einde, met alle gevolgen van dien.

Tijdens de Bastaardgroepbijeenkomst heb ik nog geopperd om een afgerond apocalyptisch einde aan het feuilleton te breien. Naar het voorbeeld van de prachtige Engelse series This Life en Cold Feet. Maar toen liet Ronald al doorschemeren dat hij het einde bij die series wel heel triest vond.

Bij This Life valt de groep juristen uit elkaar tijdens een bruiloft na bekend wordt dat één van de karakters haar vriend belazerd heeft en vreemd gaat met haar baas. Bij Cold Feet komt Rachel Bradley, één van de hoofdkarakters in de serie, te overlijden als gevolg van een auto-ongeluk. Twee schitterende series met, voor mij, een mooi afgerond einde. Misschien dat het in een volgend leven weer goed komt, maar nu even niet. Dat gevoel.

In één van de twee Bastaardgroepbijeenkomsten hadden we wel gesproken over de optie om iemand te laten overlijden. Je bent als schrijver een God van je eigen universum, dus alles is mogelijk. Dat ongeluk zou dan plaatsvinden tijdens de nieuwjaarsduik. Maar wie? Kleine Kick, er is niets zo dramatisch als het verlies van een kind. Of Opa Kick, die in eerste instantie op het eiland was gekomen om zijn dood aan te kondigen. En wat dan te kiezen, wat klopt voor het verhaal? Ook kwam ter sprake dat Opa Kick de kleine Kick zou redden van de verdrinkingsdood, en daarbij zelf zou komen te overlijden.

De schrijver heeft mededogen, ook met Opa Kick. Die wordt opgetakeld door een heli van de reddingsmaatschappij na een geweldig monoloog te hebben afgestoken voor zijn toehoorders. Ondanks dat Giphart Opa Kicks stem laat bibberen, kan ik me niet voorstellen dat hij ineens in de heli de spreekwoordelijke pijp aan de nog spreekwoordelijkere Maarten geeft. Daarvoor was zijn monoloog te helder, te diep en had hij geen enkele moeite om zijn woorden te vinden.

De laatste woorden van Opa Kick beslaan ongeveer één derde van de hele krantenpagina. Dat is toch wel wat anders dan “Cool it  Brothers…” de laatste woorden van Malcolm X voordat hij werd vermoord, “Kiss me, Hardy” van Lord Nelson of “My fun days are over” de laatste woorden gesproken door James Dean vlak voor hij zijn sportwagen in de prak reed.

Nu dat het allemaal voorbij is blijf ik toch met een vraag zitten, dezelfde vraag die Bibi aan Kick stelt: “En waar heb jij de hele tijd uitgehangen?” We zullen het helaas nooit weten. En waar kwam hij zo ineens vandaan, zo uit het niets om zijn zoon en zijn vader te redden uit de winterkoude golven? Net op tijd even de held uithangen, en zijn vrouw verwijten dat zij niets doet. Hij had het kunnen weten, want had Giphart niet eerder iets geschreven over de verlammende angst die haar kan overspoelen? En als Giphart het weet moet Kick het ook weten, het is tenslotte zijn vrouw. Maar goed, Kick vraagt op zijn beurt hoe Bibi het in haar hoofd haalt om hem die vraag te stellen. Hoe het ook zij, het is geen makkelijk koppel, die Kick en Bibi.

Als de wagneriaanse storm is gaan liggen en iedereen veilig uit zee gesleept is begint Opa aan zijn monoloog. In het kort: ga lekker vreemd, pak wie je pakken kan, zolang je maar van je partner houdt. Opa Kick heeft duidelijk nog sporen van een uitbundig leven ten tijde van het hippietijdperk en de vrije seksuele moraal van de jaren zeventig. En hij heeft waarschijnlijk veel geluisterd naar “Mensch durf te leven” van Dirk Witte.

In het begeleidend interview met de titel Faceboek als redacteur van Carlijn Vis met Ronald Giphart doet de auteur uit de doeken dat het nog niet eens zo makkelijk was, dit experiment, maar dat hij er wel veel plezier aan beleefd heeft. De interactie met lezers, via Faceboek en Twitter heeft hem aangenaam verrast. En het was natuurlijk heel prettig te lezen wat Giphart over de bloggers te melden had. “Wat hem in die veertig weken het meest verraste en ontroerde, was de betrokkenheid van Etienne Stekelenburg en Theo Stepper, twee lezers die een blog bijhielden over het feuilleton”. 

Ik neem aan dat ik ook even voor Theo mag spreken en mag delen dat het voor ons een bijzondere reis was. We mochten meeliften op het verhaal van Giphart, die ons tijdens de reis af en toe liet uitstappen om de bezienswaardigheden van het schrijverschap te laten zien. Het is voor ons zeker een stimulans geweest om zelf ook te beginnen met schrijven. Dat is dan het cadeau dat we van Ronald Giphart hebben mogen ontvangen. Een opstapje naar het schrijven van een boek.

Aan het eind van het interview brengt Giphart chef Jonnie Boer ten tonele. Boer gaat ten allen tijde voor perfectie, maar de chef maakt ook wel eens een pasta voor zijn dochter. Het zal goed smaken, maar heeft niet de perfectie van zijn sterrenrestaurant. Zo kijkt Giphart ook naar zijn feuilleton. Het is niet zijn meesterwerk, en hij twijfelt of hij het ooit tot zijn oeuvre zal rekenen. Het feuilleton is als de pasta voor de dochter van een sterrenchef. Dus dat is wat ik telkens rook. Die geur uit de keuken van Giphart, niet zomaar een gewone pasta maar de pasta van een Michelinsterrenchef, bereid voor wat hem het allerdierbaarst is.

 

 

 

 

 

De Bloedgabber van….

“Goedenavond lieve kijkers en welkom op de zaterdagavond bij SBS6, bij een nieuwe aflevering van De Bloedgabber van….”

BloedgabberMaar voor we naar de Bloedgabber van deze avond gaan, nog even naar de Bloedgabber van vorige week. Toen beweerde Matthieu Mortel de Bloedgabber te zijn van de acteur Björn Birkenau, die in de jaren 90 zoveel bekendheid genoot door zijn rol in GTST, waar hij in twee afleveringen een briljante naamloze kelner neerzette. Daarna is zijn acteercarrière een beetje in het slop geraakt.

Björn liet na de uitzending onze redactie weten nog nooit gehoord te hebben van zijn zogenaamde Bloedgabber Matthieu Mortel. Zo ziet u maar weer, dames en heren, ook al zit onze redactie er bovenop, er zijn altijd mensen die Bloedgabber willen zijn van de allergrootste BN’ers die ons land kent.

Björn wil nog wel even een scoop delen voor zijn fans. Hij is na zijn afwijzing voor de rol van Peter in de musical ‘Het dagboek van Anne’, gevraagd voor de musical ‘Houzee, de vroolijke caprioolen van Anton Mussert’ in de rol van Anton. Het wordt een waar spektakelstuk waarvoor het terrein in Lunteren, waar eens de befaamde Hagenspraken werden gehouden, in oude luister wordt hersteld. Het aanwezige publiek zal dan ook om wat publieksparticipatie, een neuheit in het musicalgebeuren, gevraagd worden, door het vrolijk meeroepen van ‘Houzee’ en andere strijdkreten uit vervlogen jaren. Maar daarover later meer in het Shownieuwsblokje.

Inmiddels is aangeschoven Hero van Heemschut. Goedenavond Hero. Hero gaat ons alles vertellen over zijn Bloedgabber ….. na de break.

Dames en heren, welkom terug bij een nieuwe aflevering van De Bloedgabber van… Bij ons zit Hero van Heemschut. Nou Hero, wie is jouw Bloedgabber? Nee, wacht even Hero, jij bent toch het jongste broertje van Tony van Heemschut. De grote gitaarvirtuoos Tony van Heemschut? Hoe is het nu met Tony?

Ja, stabiel denk ik. Hij is vorige maand overleden en er lijkt geen verandering in zijn situatie te zijn opgemerkt.

Ah, Hero, je bent al net zo’n grappenmaker als Tony zelf. Heerlijk, een echte van Heemschut dus.

Nee meneer van Ingen, Petor, Peet, Petortje… Tony is al een maand dood. Hartfalen, nierfalen, leverfalen, blaasfalen, mildfalen en anusfalen. Je kent dat wel… Tony was een echte Rockstar, leidde het leven van een echte Rockstar. En betaalde zijn tol. Ik zei nog tegen Tony, “Joh Toon, neem nou gewoon de Route Nationale. Maar nee hij betaalde liever tol, ‘sneller thuis’ zei hij dan altijd”.

Maar goed Hero, genoeg over Tony. We zitten hier bij De Bloedgabber van… en niet bij De Broer van… Dat is een programma bij de concurent RTL5. En jouw Bloedgabber is ook al dood hé?

Ja, ook een soort Rockstar, anders dan Tony maar toch een hele hoop falen zal ik maar zeggen.

Wanneer ontmoette jij je Bloedgabber voor het eerst Hero?

Ik moet een jaar of 14, 15 geweest zijn Petor. Hij was op de top van zijn roem weet je. Volle zaaltjes, discotheken, dorpspleinen, you name it. En natuurlijk Ahoy hé. Ja joh, dat waren tijden. Je zag nog eens wat van de wereld Peet. Middelburg, Middelharnis, Middelvingers… Hahahaha nee dat is een geintje joh..

En we zijn zo terug met De Bloedgabber van…. na de break.

Welkom terug bij het SBS6 programma De Bloedgabber van… waar we kennis maken met Hero van Heemschut die vertelt over zijn Bloedgabber.

Wat is dat snel om Peet, zo’n commercial break. Eigenlijk net aan tijd genoeg om een koud buffet naar binnen te schuiven in die lousy twintig minuten. Oh ja, nee dat reizen was prachtig Peet. Zo zit je in hartje Amsterdam bij Café Tante Miep, dan in Spanje en dan weer gewoon lekker thuis in Vinkeveen.

Ik kan me nog Gouda herinneren, of was het Alkmaar, nou ja er was iets met kaas. Zei die tegen die burgemeester of één of andere dromedaris van de Koningin… “Ik maak mijn eigen kaas, maar het is nooit genoeg voor op een bolletje”.. Ja en wij dan allemaal lachen hé, hij was echt grappig, dat mis ik nog wel eens. Die grappenmakerij.

‘s Avonds moest hij zingen in één of andere feesttent in Den Ham. Had hij de hele achterbak volgestort met hamkaas, die zoutjes, Den Ham, Kaas… Nou dat is toch lachen of niet?

Ja leuk, wat deden jullie zoal als je bij hem thuis zat?

Nou niet veel Peet, gewoon uitrusten, een beetje op het terras over het water kijken. Een beetje drinken. We hadden allebei onze eigen thuistap, gewoon naast de ligstoel. Dan hoefde je je lichaam niet te belasten, zei hij dan. Gewoon liggen over het water kijken en bier drinken. Af en toe wat eten. Hij had na die reclame zijn garage vol staan met blikken worst. Dus trokken we een paar blikken worst open. “Warme worsten zijn voor homo’s” zei hij dan, dus aten we ze gewoon koud uit het blik. Ja mooie herinneringen Peet.

Over homo’s gesproken Hero, er gaan toch ook wel geruchten dat jullie niet alleen Bloedgabbers waren maar ook aan de herenliefde deden.

Over homo’s gesproken, flikker op Peet,… hahahaha. Geintje.. Nee hoor, ik heb hem nooit kunnen betrappen op homoseksuele neigingen. Als hij thuis weer eens ruzie had dan kwam hij wel bij mij slapen. Gewoon met z’n tweeën in mijn bed. Ja, ik heb maar één bed Peet. En je kent zijn postuur, dus het bed is dan snel vol. En als het dan zomer is dan is het best warm onder dat platte dak van mij. Nee, dan trek je geen pyjama aan Peet. Dat ken je toch. En voor je het weet heb je dan ‘s ochtends de verkeerde piem in je hand. Dan schrik je toch even. En als het zo warm is lig je toch te woelen, werd ik ‘s nachts een keer wakker met zijn geslachtsapparaat in vol ornaat tegen mijn gelaat.. Ja die dingen gebeuren Peet. Maar homoseksueel gedrag nee hoor. Ik heb niks tegen homo’s, maar zo waren we niet getrouwd.

Wat bewonderde je het meeste aan je Bloedgabber, wacht even Hero, dat horen we na de break.

En we zijn weer terug met Hero van Heemschut die verteld over zijn avonturen met zijn Bloedgabber. Wat bewonderde je het meest aan hem Hero?

Ja dat is makkelijk, zijn teksten hé. Hij was een briljant tekstschrijver als je het mij vraagt Peet. Hoe hij in een paar woorden een hele wereld kon neerzetten. Met een paar woorden een hele scene kon schrijven. Ja dan ben je een grote. Neem nou hoe hij de sfeer in een discotheek beschrijft in nog geen twee zinnen. “Het was er warm en druk en ik zat naast een lege kruk”. Pats, dan heb je verdomme de essentie wel te pakken hoor Peet. Je weet gelijk hoe het zit daar in die disco. En er is nog ruimte voor interpretatie ook. Het was druk, heel druk, maar toch was er nog een kruk onbezet. Ken je nagaan, een stampvolle disco en toch nog een lege kruk. Die is leeg met een reden Peet. Dat is geen toeval. Dat gaat diep.

En dan dat geniale rijmbrein… alleen de allergrootste kunnen dat Peet. Ik noem een Brel, een Toon Hermans, een… Job Cohen.

Ik denk dat je Leonard Cohen bedoelt Hero…

Ja die, Lennet Cohen, en mijn Bloedgabber natuurlijk. Zoiets als “Ik zag je op het station en ik wist dat ik je kon” dat bedenk je niet. Zo’n rijmvondst zit in je genen, dat zit zo diep van binnen. Dat is je zijn. Je ben een rijmer of je ben geen rijmer.. mijn Bloedgabber was een rijmer puur zang.

Pur sang, denk ik Hero, is wat je bedoelt. Dat het in je bloed zit.. zoiets. Nou dan is het cirkeltje mooi rond. Meer tijd hebben we niet Hero. Ik wil je bedanken voor je openhartige ontboezemingen. Je mooie verhalen over je Bloedgabber… Bedankt Hero.

Ja, lieve kijkers, ik hoop dat u net zo genoten heeft als ik en ik hoop u volgende week weer te treffen aan de flatscreen wanneer Petor Erdevries verteld over zijn Bloedgabber Corretje van Hout, de geliquideerde leuke schobbejak uit de Amsterdamse onderwereld. Goedenavond en tot de volgende Bloedgabber van…

De Bloedgabber van …. werd mede mogelijk gemaakt door Sanguin Bloedvoorziening, uw bloed is onze winst pur sang.