Dagboek van een werkzoekende #6

werkloosHet is waar, werkloos zijn is geen pretje. Als ik dadelijk een werkloosheidsuitkering ontvang is mijn inkomen beduidend minder. Meer dan 30 procent minder dan ik op mijn rekening kreeg toen ik nog werkte. Ik zal mijn uitgaven moeten beperken. Moet een hobby zoeken die minder geld kost dan het verzamelen van vinyl. Geen obscure psychedelische garagerock elpees of punk- en new wave-singeltjes meer kopen. Minder vaak uit eten, en misschien weer wat abonnementen opzeggen. Jammer want ik ben gehecht aan mijn zaterdagkranten met al die mooie bijlagen en magazines. Minder boeken, minder concerten. Maar werkloos zijn heeft ook voordelen, zo blijkt nu, Dus de focus ligt op de voordelen. Ik ben niet hopeloos.

Zo kan ik werken aan mijn slaaptherapie. De opdracht van het Slaapwaakcentrum in Heemstede: ‘s avonds om twaalf uur naar bed en ‘s morgens, nou ja ‘s nachts eigenlijk, om vijf uur eruit. Dat doe ik dus en volgens mij levert het nog resultaat op ook. Als ik zou werken zou ik als een zombie op het werk rondlopen. Met zo’n opdracht, wat neerkomt op dat je jezelf moet uitputten, kan je niet werken. Tenminste, nog niet. Nu sta ik monter en fier om vijf uur naast mijn bed. Ik hoop dat ik met deze methode sneller in slaap val, sneller dan drie of vier uur in de nacht zoals ik gewend was. Soms viel ik om half zes pas in slaap en dan ging om kwart over zes de wekker om naar het werk te gaan. Dus ik kan nu gewoon werken aan een spoedig herstel. Dat is alvast één voordeel. Maar er zijn er meer.

Het tweede voordeel is dat ik energie heb om eens een uurtje te schoffelen in mijn tuin. Door gebrek aan vitaliteit en met een hernia-verleden kwam het daar nooit van. Maar elke dag een uurtje, als het weer het toelaat, is geen probleem. Zodra de vermoeidheid, door de weinige uren aan slaap, mijn lijf in kruipt, of ik rugpijn voel, stop ik gewoon en ga ik weer op zoek naar vacatures. Dan duik ik achter de pc met een bak koffie, op banenjacht.

Nog een voordeel van mijn werkloosheid; omdat ik van de diëtiste geen koolhydraten mag kan ik geen gewoon brood eten. Ik mag wel koolhydraatarm brood. Bij de lokale bakker hebben ze heerlijk brood, maar als ik die uit mijn werk zou moeten kopen is die al lang uitverkocht uiteraard. Nu loop of fiets ik om negen uur naar de bakker voor een heerlijk versgebakken koolhydraatarm broodje. Ook dat draagt bij tot een betere gezondheid.

Zo zie je maar, werkloosheid heeft ook mooie kanten. Ik kan weer een beetje gezond worden. Nog zo’n voordeeltje, ik kan aan mijn cursus Photoshop en Illustrator werken. Ik kan mijn dagelijkse rondje door de polder lopen of fietsen voor de nodige lichaamsbeweging. En wie weet kan ik nu eindelijk eens verder met het schrijven van mijn boek. Dat project staat door de lichamelijke en mentale vermoeidheid ook nog in de ijskast.

Wanneer ik aanspraak kan maken op een uitkering krijg ik minder dan 70 procent van mijn laatstverdiende loon, maar ik krijg er een dijk van een gezondheid voor terug, zeker weten.

 

 

De keuken van Giphart XXVI

Ronald Giphart, de schrijver van onder andere GiphPhileine zegt sorry, en Ik omhels je met duizend armen, schreef een feuilleton voor de weekend-editie van De Volkskrant.  Dat deed hij niet alleen. Via social media als de Facebook-pagina Volkskrant Feuilleton vroeg Giphart zijn volgers om tips, ideeën en liet hij af en toe een poll op hen los. Zo kreeg je een mooi kijkje in de keuken van een schrijver en het ontstaan van een verhaal, boek of in dit geval een feuilleton.

giphartHet is voltooid verleden tijd. Het feuilleton is klaar. En toen ik het de eerste keer las dacht ik, “die Ronald Giphart is een empathische goedzak, hij heeft zelfs mededogen voor zijn zelf gecreëerde hoofdrolspelers”.  Er gaat op het eind niemand dood, er is geen ruzie, de vriendinnengroep lijkt hechter dan ooit, ze hebben weer een crisis overleefd, op naar de volgende. Het feuilleton heeft een open eind.

Ik moest gelijk weer denken aan de sketch van Jiskefet waar proleet Johnny in een boekhandel een boek gaat zoeken voor zijn vriendin. De enige voorwaarde waaraan het boek moest voldoen was een open einde. Zoals in dit feuilleton als het ware. “Een open einde,  jaaa?” Maar helaas had het boek volgens de vriendin van Johnny helemaal geen open einde, met alle gevolgen van dien.

Tijdens de Bastaardgroepbijeenkomst heb ik nog geopperd om een afgerond apocalyptisch einde aan het feuilleton te breien. Naar het voorbeeld van de prachtige Engelse series This Life en Cold Feet. Maar toen liet Ronald al doorschemeren dat hij het einde bij die series wel heel triest vond.

Bij This Life valt de groep juristen uit elkaar tijdens een bruiloft na bekend wordt dat één van de karakters haar vriend belazerd heeft en vreemd gaat met haar baas. Bij Cold Feet komt Rachel Bradley, één van de hoofdkarakters in de serie, te overlijden als gevolg van een auto-ongeluk. Twee schitterende series met, voor mij, een mooi afgerond einde. Misschien dat het in een volgend leven weer goed komt, maar nu even niet. Dat gevoel.

In één van de twee Bastaardgroepbijeenkomsten hadden we wel gesproken over de optie om iemand te laten overlijden. Je bent als schrijver een God van je eigen universum, dus alles is mogelijk. Dat ongeluk zou dan plaatsvinden tijdens de nieuwjaarsduik. Maar wie? Kleine Kick, er is niets zo dramatisch als het verlies van een kind. Of Opa Kick, die in eerste instantie op het eiland was gekomen om zijn dood aan te kondigen. En wat dan te kiezen, wat klopt voor het verhaal? Ook kwam ter sprake dat Opa Kick de kleine Kick zou redden van de verdrinkingsdood, en daarbij zelf zou komen te overlijden.

De schrijver heeft mededogen, ook met Opa Kick. Die wordt opgetakeld door een heli van de reddingsmaatschappij na een geweldig monoloog te hebben afgestoken voor zijn toehoorders. Ondanks dat Giphart Opa Kicks stem laat bibberen, kan ik me niet voorstellen dat hij ineens in de heli de spreekwoordelijke pijp aan de nog spreekwoordelijkere Maarten geeft. Daarvoor was zijn monoloog te helder, te diep en had hij geen enkele moeite om zijn woorden te vinden.

De laatste woorden van Opa Kick beslaan ongeveer één derde van de hele krantenpagina. Dat is toch wel wat anders dan “Cool it  Brothers…” de laatste woorden van Malcolm X voordat hij werd vermoord, “Kiss me, Hardy” van Lord Nelson of “My fun days are over” de laatste woorden gesproken door James Dean vlak voor hij zijn sportwagen in de prak reed.

Nu dat het allemaal voorbij is blijf ik toch met een vraag zitten, dezelfde vraag die Bibi aan Kick stelt: “En waar heb jij de hele tijd uitgehangen?” We zullen het helaas nooit weten. En waar kwam hij zo ineens vandaan, zo uit het niets om zijn zoon en zijn vader te redden uit de winterkoude golven? Net op tijd even de held uithangen, en zijn vrouw verwijten dat zij niets doet. Hij had het kunnen weten, want had Giphart niet eerder iets geschreven over de verlammende angst die haar kan overspoelen? En als Giphart het weet moet Kick het ook weten, het is tenslotte zijn vrouw. Maar goed, Kick vraagt op zijn beurt hoe Bibi het in haar hoofd haalt om hem die vraag te stellen. Hoe het ook zij, het is geen makkelijk koppel, die Kick en Bibi.

Als de wagneriaanse storm is gaan liggen en iedereen veilig uit zee gesleept is begint Opa aan zijn monoloog. In het kort: ga lekker vreemd, pak wie je pakken kan, zolang je maar van je partner houdt. Opa Kick heeft duidelijk nog sporen van een uitbundig leven ten tijde van het hippietijdperk en de vrije seksuele moraal van de jaren zeventig. En hij heeft waarschijnlijk veel geluisterd naar “Mensch durf te leven” van Dirk Witte.

In het begeleidend interview met de titel Faceboek als redacteur van Carlijn Vis met Ronald Giphart doet de auteur uit de doeken dat het nog niet eens zo makkelijk was, dit experiment, maar dat hij er wel veel plezier aan beleefd heeft. De interactie met lezers, via Faceboek en Twitter heeft hem aangenaam verrast. En het was natuurlijk heel prettig te lezen wat Giphart over de bloggers te melden had. “Wat hem in die veertig weken het meest verraste en ontroerde, was de betrokkenheid van Etienne Stekelenburg en Theo Stepper, twee lezers die een blog bijhielden over het feuilleton”. 

Ik neem aan dat ik ook even voor Theo mag spreken en mag delen dat het voor ons een bijzondere reis was. We mochten meeliften op het verhaal van Giphart, die ons tijdens de reis af en toe liet uitstappen om de bezienswaardigheden van het schrijverschap te laten zien. Het is voor ons zeker een stimulans geweest om zelf ook te beginnen met schrijven. Dat is dan het cadeau dat we van Ronald Giphart hebben mogen ontvangen. Een opstapje naar het schrijven van een boek.

Aan het eind van het interview brengt Giphart chef Jonnie Boer ten tonele. Boer gaat ten allen tijde voor perfectie, maar de chef maakt ook wel eens een pasta voor zijn dochter. Het zal goed smaken, maar heeft niet de perfectie van zijn sterrenrestaurant. Zo kijkt Giphart ook naar zijn feuilleton. Het is niet zijn meesterwerk, en hij twijfelt of hij het ooit tot zijn oeuvre zal rekenen. Het feuilleton is als de pasta voor de dochter van een sterrenchef. Dus dat is wat ik telkens rook. Die geur uit de keuken van Giphart, niet zomaar een gewone pasta maar de pasta van een Michelinsterrenchef, bereid voor wat hem het allerdierbaarst is.

 

 

 

 

 

De keuken van Giphart XVIII

Ronald Giphart, de schrijver van onder andere GiphPhileine zegt sorry, en Ik omhels je met duizend armen, schrijft een feuilleton voor de weekend-editie van De Volkskrant.  Dat doet hij niet alleen. Via social media als de Facebook-pagina Volkskrant Feuilleton vraagt Giphart zijn volgers om tips, ideeën en laat hij af en toe een poll op hen los. Zo krijg je een mooi kijkje in de keuken van een schrijver en het ontstaan van een verhaal, boek of in dit geval een feuilleton.

giphartWe zijn er bijna. Het eind van het feuilleton komt in zicht. Giphart heeft met de krant afgesproken dat na 40 afleveringen een eind komt aan het feuilleton. Nog 9 afleveringen te gaan. Na de kroningspauze heeft Giphart de draad weer opgepakt. Toch raar zo’n weekje geen feuilleton, het is iets om naar uit te kijken, de zaterdageditie van de Volkskrant. Moeten we over 10 weken maar een andere reden zoeken om een Volkskrant te halen, of een misschien een andere krant kopen.

Ik ga het zeker missen dat wekelijkse kijkje in de keuken van Giphart, want ik voel me betrokken bij het verhaal. Misschien omdat ik me meer verdiep in het verhaal dan de gemiddelde lezer. Omdat ik een blog schrijf over het feuilleton, omdat het mij inspireert om zelf ook te schrijven en misschien ook omdat ik er van kan leren. Daarbij helpt het zeker dat Giphart veel deelt op Facebook en Twitter. Je krijgt het idee dat je mee kan denken, wat er gebruikt wordt van je inbreng weet je niet, maar de mogelijkheid om mee te denken is er. Voor mede blogger Theo Stepper werd het wel heel concreet, die kans om mee te denken met het feuilleton, toen hij de uitnodiging kreeg van Ronald Giphart om eens een boom op te zetten over hoe het feuilleton verder zou kunnen lopen. Zijn ervaring is te lezen in zijn blog Wordt Vervolgd.

En nu weer verder met het verhaal. We moesten een weekje wachten om te weten wat er zou gebeuren na de vlucht van Bibi. Ze had gesuggereerd dat haar vriendin Frederique een geheime relatie had met haar man Kick. Dat is wat ze van Silvijn gehoord had, de man met wie ze zelf een geheime liefde deelt, Silvijn kende Kick van een ontmoeting in Barcelona. Dat had Giphart ons eerder al verteld. Hij noemt dat een ‘ankertje’. Mooi zo’n haakje in een eerder stadium van het verhaal waar je later nog eens een gebeurtenis aan kan ophangen. In de zijlijn beschrijft Giphart dat hij vaak nog niet weet of zo’n ‘ankertje’ wel van pas komt, of hij er wat mee kan. Als het achteraf niets toevoegt schrapt hij het haakje gewoon uit het verhaal.

Bibi was het gezelschap dus ontvlucht na haar uitspraak over Kick en Frederique. Ze had helemaal geen zin meer in al die mensen. Ze wilde weg, gewoon weg van alles. En wat moet je dan? Er moet wat gebeuren met dat gegeven. Je kan als schrijver in je verhaal toch niet zomaar iemand zonder jas de sneeuw insturen zonder dat er iets op volgt. Dat zou heel raar zijn. Dus bedacht Giphart dat Pim de man van Frederique recht had op een uitleg. Uitleg over wat Bibi zoal beweerde, dat zijn vrouw vreemd ging met haar man. Hij wilde het niet geloven en wilde weten hoe ze daarbij kwam, bij die onzin.

En dan komt Giphart met zijn ‘ankertje’, Silvijn had niet alleen Kick gezien in Barcelona, maar uit dezelfde hotelkamer kwam ook Frederique. Pim herinnert zich dat zijn vrouw met een vriendin naar Barcelona was geweest, een jaar of vier geleden. Nu gelooft hij Bibi. Zij hebben een speciale band Pim en Bibi. Giphart heeft mooi uitgelegd hoe die band ontstaan is en waarom zij zo erg op elkaar gesteld zijn. En hoe het bijna fout ging, maar dat de twee  zich konden beheersen en zich niet aan elkaar vergrepen. Dat vertrouwen heeft hun vriendschap alleen maar hechter gemaakt zo lijkt het. “We moeten dit niet doen”, zeiden ze tegelijk tijdens een omhelzing. Mooi dat ze het tegelijk zeiden, dan was het voor niemand een pijnlijke teleurstelling of afwijzing. Ze voelde hetzelfde, soulmates, dikke vrienden. Aflevering 31 eindigt met een verwarde Pim die op de fietst springt en waarschijnlijk verhaal gaat halen bij zijn vrouw Frederique. Wat zich daar afspeelt lezen we in aflevering 32, of 33 wellicht.

Ik heb vandaag van mijn tweede les van de cursus ‘Autobiografisch Schrijven’ genoten. Een prettige cursus waar ik nuttige schrijftips krijg. Ondertussen heb ik van Giphart, gewoon door zijn feuilleton te volgen, ook al mooie tips gekregen over stijlfiguren, schrijftechniek, over ‘ankertjes’,  over hoe leuk het is om regelmatig wat weetjes te delen met je lezers, en nog meer van dat moois. Dat komt allemaal van pas in het boek dat ik op het moment aan het voorbereiden ben. Niet alleen het lezen van het feuilleton, het volgen van de Facebookpagina en de ontmoeting met de auteur geeft enorm veel plezier, ook het leren van wat een schrijver doet geeft inspiratie. Misschien komt het door mijn in de jaren zeventig aangenomen ‘Do It Yourself’ adagium van de punkgeneratie waardoor ik als 15-jarig jochie een gitaar ter hand nam en zelf muziek ging maken. En nu na zoveel inspiratie en kijkjes in de keuken van Giphart wil ik het zelf ook wel eens proberen, een boek schrijven.

 

Autobiografisch schrijven, leuk…

in DunkeldZondag 28 april is het dan zover, de eerste les van de cursus Autobiografisch Schrijven. Het lijkt mij handig om eerst kennis te vergaren voordat ik mijn reisverhaal ga schrijven. Zal je net zien, ben je lekker bezig, je typt het eelt op je vingers en dan blijkt dat je alle wetten van het autobiografisch schrijven hebt overtreden. Dus alsof het zo moest zijn kwam via LinkedIn een aanbieding om de cursus te gaan volgen. ‘Gelijk doen’, dacht ik zo. 

De lessen worden gegeven in Books & Bubbles, op zondagmiddag. Heel fijn tijdstip en een fraaie locatie. Maar voordat ik de les betaald heb kreeg ik gelijk huiswerk.

1) Ik moet twee foto’s meebrengen van mezelf, geen pasfoto’s maar foto’s waarop een omgeving te zien is. Dat kunnen mensen zijn, gebouwen of een stuk natuur. Dus even zoeken in mijn plakboek wat ik mee zal nemen. Waarschijnlijk worden dat twee foto’s die gemaakt zijn tijdens mijn muzikale rondreis door Europa in 1989 / 1990.

2) Ik moet een lijst maken van drie dingen die mij gevormd hebben. Dan denk ik gelijk aan de muziek, mijn reisjes en de vrienden en vriendinnen die ik zoal gekend heb.

3) Is de lastigste, drie positieve en drie negatieve ervaringen. Hoe te kiezen? En wat als in eerste instantie de negatieve achteraf toch heel positief blijkt te zijn? Daar moet ik nog eens over nadenken.

Maar in ieder geval is wel duidelijk dat het de diepte in gaat met dat autobiografische geschrijf. Dus niet ‘en toen gingen we dit, en toen gingen we dat’. Gelukkig maar, ik heb er enorm veel zin in. Wie weet wordt het nog eens wat met dat boek. EinScotland1989