Het vruchteloze concept Icedome

Icedome-Almere-impressieDe IJskoepel in Almere gaat dus niet door, het project dat nog zo gepromoot werd door de schaatsbond is ingestort. Het begint natuurlijk al met de naam. Welke zultkop bedenkt dat een schaatsbaan een ‘Icedome’ moet heten. En dan hebben ze ook nog bedacht dat de ‘Icedome’ zo’n raar Frans dakje op de ‘O’ moet hebben. Wie bedenkt dat? Ik zou graag eens met die man, want het zou wel weer een man zijn, praten en willen horen waarom. Of zoals Ischa Meijer het zou vragen;”Why?”

Ik neem stiekem aan dat de man in navolging van de Ziggo Dome dacht dat zo’n soort naam in Almere ook niet zou misstaan. Nooit eens gekeken naar wat een ‘dome’ nu precies is neem ik aan. Oh ja, er was in Londen natuurlijk een Millennium Dome, ook een mooie naam. Die ‘dome’ heet nu vanwege sponsorbelangen O2 Arena overigens. Maar dat is ook echt een ‘dome’, een koepel, een halve ronding als dak. Zoals ik in Seattle in The King Dome heb gezeten om een paar mooie honkbalwedstrijden te kijken. Het was een stadion met een half ronde overkapping, ook een koepel dus. Want dat is wat een ‘dome’ gewoon is, een koepel.

Hoe haalt iemand het dan in zijn hoofd om een vierkante doos, de Ziggo Doos, dan toch Ziggo Dome te noemen? Is het echt zo moeilijk? Ik weet het, er is oorlog ergens en er zijn belangrijkere dingen om ons druk om te maken maar zodra mensen vierkante of langwerpige gebouwen ‘Domes’ gaan noemen gaat dat in tegen elke vezel van mijn talige brein. Voor zover breinen vezels bevatten uiteraard, maar dat terzijde. En wat ben ik dan blij dat die verdomde Icedome in Almere nooit geboren is. Zodra die naam er aan hing bleek het al een vruchteloze poging tot conceptie, een ‘condome’, als het ware.

Talige betweters?

Bij OVT, het geschiedenisprogramma van de VPRO-radio op de zondagochtend, hoorde ik een item over de moordende gifaanval op Halabja. Steevast hebben de presentatoren en de journalist, die verslag deed van de aanval, het over Galabja. De H dus uitgesproken als een G. Galabja, met een duidelijk Nederlandse harde schrapende G. Waarom?Taal

Eerder in de uitzending is te horen hoe een jongetje, die slachtoffer is van de gifaanval, geïnterviewd wordt. Hij noemt de familieleden die niet meer leven en voorzover hij nog kan legt hij uit wat er gebeurd was. Het één en ander wordt door een ‘native speaker’ in het Engels vertaald zodat de Nederlandse journalist kan verstaan wat het jongetje zegt. De tolk, toch een kenner van zijn eigen taal zou je denken, spreekt gewoon over Halabja. Dus niet Galabja, maar gewoon Halabja met een H. De H van Halabja blijkbaar.

Spreken mensen elkaar maar gewoon na? Het lijkt er wel op. Iemand gaat, voor wat voor reden dan ook, Halabja uitspreken als Galapja waarna de rest die zogenaamde authoriteit zonder na te denken napraat. Hetzelfde gebeurde toen Mali in het nieuws kwam. Iemand, volgens mij was het Minister van Buitenlandse Zaken Frans (what’s in a name) Timmermans, spreekt Mali op zijn Frans uit dus met de klemtoon op de I. En uit het niets spreekt iedereen ineens over Ma-Lie. Frans is de nationale landstaal in Mali, maar dat is Bambara ook. Al heb ik geen idee hoe je Mali in het Bambara’s uitspreekt.

Eigenaardig toch, er spreekt een soort betweterigheid uit. “Kijk mij eens goed mijn talen beheersen.” Wat is er mis met Mali? We noemen Engeland ook geen England, Frankrijk ook geen France, en Duitsland geen Deutschland. Waarom Mali dan wel op zijn Frans als Ma-Lie. Laat staan Halabja uitspreken als Galabja met een snoeiharde Gollandse G.

Globalisering, worst-kaas-scenario

DSC_0550Lekker een lang weekend er tussenuit. Cultuur snuiven in Montferland, genieten van de natuur rond Zeddam en kuieren over de markt van Doetinchem. Altijd even op zoek naar lokale lekkernijen. Jezelf laten verrassen met smaken die je niet kent, smaken uit een andere regio.

Worsten, kazen en koeken, dat zijn mijn favoriete lokale lekkernijen. Gewoon even proeven, proberen en kopen. De kaasboer op de Doetinchemse markt heeft een mooie uitstalling. De naam van het kaasboerke: “De Woerdense Kaasboer”. De kaas-entrepreneur uit Woerden is lokaal voor mij maar toch zeker niet voor Montferlanders. De joviale verkoper blijkt uit Boskoop, vandaar dat ik moeiteloos zijn accent kon doorgronden. De heerlijke kaas die hij mij aansmeert komt gewoon uit Zeeland, blijkbaar.

Mijn lokale lekkernij blijft beperkt tot een Montferlandse harde worst van de plaatselijke worstenmaker die overigens ook Groningse worsten in de aanbieding heeft. Zo blijkt maar weer, de globalisering begint op de markt, de zogenaamde marktwerking, denk ik.

Eindredacteur is ook een vak

De muziekwebsite KindaMuzik is op zoek naar een eindredacteur. Mooie gelegenheid om mij daar eens in te verdiepen. Een mooie combinatie, muziek en schrijven. Typisch iets voor mij. Dus gelijk maar een sollicitatie de deur uit gedaan.

dt3Na het eerste contact krijg ik uitleg over wat zoal de bedoeling is. In mijn antwoord maak ik een kei van een faux pas door een joekel van een d/t fout te laten passeren. Dat kan natuurlijk niet als je een positie als eindredacteur ambieert. Hopelijk komt het allemaal nog goed.

Inmiddels mijn proefrecensies geredigeerd, de KindaMuzik Schrijfwijzer doorgenomen. Alles nog een keer nagekeken op fouten en niets kunnen ontdekken. Spannend, als ik maar nergens overheen gelezen heb. Natuurlijk de online naslagwerken er weer bijgehaald. Jammer dat ik mijn Van Dale woordenboeken niet meer op mijn pc krijg. Toch een hulpmiddel waar ik niet buiten kan. Ik hoop dat ik kan vertrouwen op ervaring.

We zullen zien wat het wordt, de proefrecensies zijn gepost. Het wachten is op het verlossende woord. Hoe het ook zij, mijn aanmelding voor een nieuwe cursus aan de Hogeschool van Utrecht zijn ook al verstuurd en bevestigd. In oktober weer elke week naar school voor een cursus Eindredactie. Ik heb er al zin in.

 

De keuken van Giphart XXVI

Ronald Giphart, de schrijver van onder andere GiphPhileine zegt sorry, en Ik omhels je met duizend armen, schreef een feuilleton voor de weekend-editie van De Volkskrant.  Dat deed hij niet alleen. Via social media als de Facebook-pagina Volkskrant Feuilleton vroeg Giphart zijn volgers om tips, ideeën en liet hij af en toe een poll op hen los. Zo kreeg je een mooi kijkje in de keuken van een schrijver en het ontstaan van een verhaal, boek of in dit geval een feuilleton.

giphartHet is voltooid verleden tijd. Het feuilleton is klaar. En toen ik het de eerste keer las dacht ik, “die Ronald Giphart is een empathische goedzak, hij heeft zelfs mededogen voor zijn zelf gecreëerde hoofdrolspelers”.  Er gaat op het eind niemand dood, er is geen ruzie, de vriendinnengroep lijkt hechter dan ooit, ze hebben weer een crisis overleefd, op naar de volgende. Het feuilleton heeft een open eind.

Ik moest gelijk weer denken aan de sketch van Jiskefet waar proleet Johnny in een boekhandel een boek gaat zoeken voor zijn vriendin. De enige voorwaarde waaraan het boek moest voldoen was een open einde. Zoals in dit feuilleton als het ware. “Een open einde,  jaaa?” Maar helaas had het boek volgens de vriendin van Johnny helemaal geen open einde, met alle gevolgen van dien.

Tijdens de Bastaardgroepbijeenkomst heb ik nog geopperd om een afgerond apocalyptisch einde aan het feuilleton te breien. Naar het voorbeeld van de prachtige Engelse series This Life en Cold Feet. Maar toen liet Ronald al doorschemeren dat hij het einde bij die series wel heel triest vond.

Bij This Life valt de groep juristen uit elkaar tijdens een bruiloft na bekend wordt dat één van de karakters haar vriend belazerd heeft en vreemd gaat met haar baas. Bij Cold Feet komt Rachel Bradley, één van de hoofdkarakters in de serie, te overlijden als gevolg van een auto-ongeluk. Twee schitterende series met, voor mij, een mooi afgerond einde. Misschien dat het in een volgend leven weer goed komt, maar nu even niet. Dat gevoel.

In één van de twee Bastaardgroepbijeenkomsten hadden we wel gesproken over de optie om iemand te laten overlijden. Je bent als schrijver een God van je eigen universum, dus alles is mogelijk. Dat ongeluk zou dan plaatsvinden tijdens de nieuwjaarsduik. Maar wie? Kleine Kick, er is niets zo dramatisch als het verlies van een kind. Of Opa Kick, die in eerste instantie op het eiland was gekomen om zijn dood aan te kondigen. En wat dan te kiezen, wat klopt voor het verhaal? Ook kwam ter sprake dat Opa Kick de kleine Kick zou redden van de verdrinkingsdood, en daarbij zelf zou komen te overlijden.

De schrijver heeft mededogen, ook met Opa Kick. Die wordt opgetakeld door een heli van de reddingsmaatschappij na een geweldig monoloog te hebben afgestoken voor zijn toehoorders. Ondanks dat Giphart Opa Kicks stem laat bibberen, kan ik me niet voorstellen dat hij ineens in de heli de spreekwoordelijke pijp aan de nog spreekwoordelijkere Maarten geeft. Daarvoor was zijn monoloog te helder, te diep en had hij geen enkele moeite om zijn woorden te vinden.

De laatste woorden van Opa Kick beslaan ongeveer één derde van de hele krantenpagina. Dat is toch wel wat anders dan “Cool it  Brothers…” de laatste woorden van Malcolm X voordat hij werd vermoord, “Kiss me, Hardy” van Lord Nelson of “My fun days are over” de laatste woorden gesproken door James Dean vlak voor hij zijn sportwagen in de prak reed.

Nu dat het allemaal voorbij is blijf ik toch met een vraag zitten, dezelfde vraag die Bibi aan Kick stelt: “En waar heb jij de hele tijd uitgehangen?” We zullen het helaas nooit weten. En waar kwam hij zo ineens vandaan, zo uit het niets om zijn zoon en zijn vader te redden uit de winterkoude golven? Net op tijd even de held uithangen, en zijn vrouw verwijten dat zij niets doet. Hij had het kunnen weten, want had Giphart niet eerder iets geschreven over de verlammende angst die haar kan overspoelen? En als Giphart het weet moet Kick het ook weten, het is tenslotte zijn vrouw. Maar goed, Kick vraagt op zijn beurt hoe Bibi het in haar hoofd haalt om hem die vraag te stellen. Hoe het ook zij, het is geen makkelijk koppel, die Kick en Bibi.

Als de wagneriaanse storm is gaan liggen en iedereen veilig uit zee gesleept is begint Opa aan zijn monoloog. In het kort: ga lekker vreemd, pak wie je pakken kan, zolang je maar van je partner houdt. Opa Kick heeft duidelijk nog sporen van een uitbundig leven ten tijde van het hippietijdperk en de vrije seksuele moraal van de jaren zeventig. En hij heeft waarschijnlijk veel geluisterd naar “Mensch durf te leven” van Dirk Witte.

In het begeleidend interview met de titel Faceboek als redacteur van Carlijn Vis met Ronald Giphart doet de auteur uit de doeken dat het nog niet eens zo makkelijk was, dit experiment, maar dat hij er wel veel plezier aan beleefd heeft. De interactie met lezers, via Faceboek en Twitter heeft hem aangenaam verrast. En het was natuurlijk heel prettig te lezen wat Giphart over de bloggers te melden had. “Wat hem in die veertig weken het meest verraste en ontroerde, was de betrokkenheid van Etienne Stekelenburg en Theo Stepper, twee lezers die een blog bijhielden over het feuilleton”. 

Ik neem aan dat ik ook even voor Theo mag spreken en mag delen dat het voor ons een bijzondere reis was. We mochten meeliften op het verhaal van Giphart, die ons tijdens de reis af en toe liet uitstappen om de bezienswaardigheden van het schrijverschap te laten zien. Het is voor ons zeker een stimulans geweest om zelf ook te beginnen met schrijven. Dat is dan het cadeau dat we van Ronald Giphart hebben mogen ontvangen. Een opstapje naar het schrijven van een boek.

Aan het eind van het interview brengt Giphart chef Jonnie Boer ten tonele. Boer gaat ten allen tijde voor perfectie, maar de chef maakt ook wel eens een pasta voor zijn dochter. Het zal goed smaken, maar heeft niet de perfectie van zijn sterrenrestaurant. Zo kijkt Giphart ook naar zijn feuilleton. Het is niet zijn meesterwerk, en hij twijfelt of hij het ooit tot zijn oeuvre zal rekenen. Het feuilleton is als de pasta voor de dochter van een sterrenchef. Dus dat is wat ik telkens rook. Die geur uit de keuken van Giphart, niet zomaar een gewone pasta maar de pasta van een Michelinsterrenchef, bereid voor wat hem het allerdierbaarst is.

 

 

 

 

 

Gedicht #8

Uit de bundel: Verdriet en Lijden aan Leed

Knock Out ( K te O) 

Ga ik dat nog eens meemaken

Iemand vinden die mij zo kan raken

Ik ben bang van niet

Iemand vinden met zo’n gevoel

Die zonder woorden weet wat ik bedoel

 

Is er iemand die in mij zit, zo in mijn hoofd

Iemand, zoals bij haar, bij wie mijn pijn verdoofd

Ik ben bang van niet

Iemand wiens tranen ik zo heb gevoeld

Iemand met wie ik heb gekroeld

 

Haar nieuwe vriend heeft geen idee

Hopelijk meer dan zijn trofee

Vandaar mijn verdriet

En ik mis haar elke dag

Haar geur, haar stem, haar lach.

 

Just to see her
Her smile, her touch
Her smell, her laugh

To see her
Her tears, her sorrow
Her faults, her doubts
I love them all