Het vruchteloze concept Icedome

Icedome-Almere-impressieDe IJskoepel in Almere gaat dus niet door, het project dat nog zo gepromoot werd door de schaatsbond is ingestort. Het begint natuurlijk al met de naam. Welke zultkop bedenkt dat een schaatsbaan een ‘Icedome’ moet heten. En dan hebben ze ook nog bedacht dat de ‘Icedome’ zo’n raar Frans dakje op de ‘O’ moet hebben. Wie bedenkt dat? Ik zou graag eens met die man, want het zou wel weer een man zijn, praten en willen horen waarom. Of zoals Ischa Meijer het zou vragen;”Why?”

Ik neem stiekem aan dat de man in navolging van de Ziggo Dome dacht dat zo’n soort naam in Almere ook niet zou misstaan. Nooit eens gekeken naar wat een ‘dome’ nu precies is neem ik aan. Oh ja, er was in Londen natuurlijk een Millennium Dome, ook een mooie naam. Die ‘dome’ heet nu vanwege sponsorbelangen O2 Arena overigens. Maar dat is ook echt een ‘dome’, een koepel, een halve ronding als dak. Zoals ik in Seattle in The King Dome heb gezeten om een paar mooie honkbalwedstrijden te kijken. Het was een stadion met een half ronde overkapping, ook een koepel dus. Want dat is wat een ‘dome’ gewoon is, een koepel.

Hoe haalt iemand het dan in zijn hoofd om een vierkante doos, de Ziggo Doos, dan toch Ziggo Dome te noemen? Is het echt zo moeilijk? Ik weet het, er is oorlog ergens en er zijn belangrijkere dingen om ons druk om te maken maar zodra mensen vierkante of langwerpige gebouwen ‘Domes’ gaan noemen gaat dat in tegen elke vezel van mijn talige brein. Voor zover breinen vezels bevatten uiteraard, maar dat terzijde. En wat ben ik dan blij dat die verdomde Icedome in Almere nooit geboren is. Zodra die naam er aan hing bleek het al een vruchteloze poging tot conceptie, een ‘condome’, als het ware.

Herinneringen aan WK voetbal

E 1966 italieHet Nederlands voetbal-23-tal speelt in Brazilië voor een plaats in de finale tegen Argentinië. Mijn herinnering gaat direct naar het schot op de paal van Rob Rensenbrink vlak voor het eindsignaal in 1978 en het ongelooflijke doelpunt, ook vlak voor het eindsignaal tijdens het WK van 1998 van Dennis Bergkamp (Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp, ooooooh Frank de Boer speelt de bal op Dennis Bergkamp) in eerdere ontmoetingen tegen Argentinië. Maar er zijn meer herinneringen aan wereldkampioenschappen voetbal. 

WK Voetbal in Engeland finale 30 juli 1966 

De familie Stekelenburg zit op 30 juli 1966 in de Italiaanse zon. Het gezin is neergestreken op een camping in Lido di Monvalle aan het Lago Maggiore. De blonde jongste telg van de familie is dan al razend populair bij de Italiaanse vrouwtjes… uh…al blijken hier de herinneringen niet eensluidend. Volgens sommigen is er een oud Italiaans omaatje die af en toe eens een koekje uitdeelt aan het guitige blonde Hollandse ventje.

Enfin, zo’n blond manneke is een graag geziene gast op een Italiaanse camping in 1966. Even verderop, een paar tenten bij onze tent vandaan, staat één of andere Italiaanse dottore. Een geleerde wetenschapper, een dokter, een chirurg geen idee. In ieder geval een man met aanzien en belangrijker nog…. een tv in zijn caravan. Misschien was het wel een maffia man uit Sicilië, want die willen ook wel eens op vakantie lijkt mij. Hoe het ook zij, ik zat wel eens bij die mensen in de voortent en kreeg dan een koekje van die lieve Italiaanse dame.

Het is dus de dag van de voetbalfinale in Wembley, Engeland tegen Duitsland. De wedstrijd van die bal achter of juist vóór de lijn. Mijn vader, die ook graag de finale wil zien, zegt: “Als jij nou eens bij die dokter gaat zitten, dan kom ik je dadelijk halen”.  Zo gezegd, zo gedaan. Ik weet niets meer van de bal voor of achter de lijn maar pa kon de finale zien omdat hij heel vriendelijk werd uitgenodigd door de dottore om de finale te blijven kijken.

Tienjarig Gronings voetbaltalent tekent bij Barça

Fode ForfanaHet 10-jarig Groningse voetbaltalent Fodé Fofana tekent een contract bij FC Barcelona. Het spelertje van GVAV Rapiditas vertrekt dus naar de club waar spelers als Messi, Xavi en Iniesta vanuit de Barça-jeugd wereldsterren werden. Hij tekent, ja hij kan zijn naam al schrijven, voor vijf jaar bij de Europese topclub. Een zeldzame maar volstrekt logische stap voor een voetbaltalent als Fofana. Ook al is hij pas tien jaar oud. 

Bij Groningse jongens denk ik aan namen als Aaldrik, Bronno, Doeko of Eppe. Desnoods aan Fokko, Grieto of Harko, maar nooit aan Fodé. Papa komt uit Ghana en zijn ma is Nederlandse. Stiekem hoop ik dat Fodé in een volstrekt onverstaanbaar Gronings accent zijn zegje doet, maar ik ben bang dat hij spreekt over ‘G Town’, waar hij vet relaxed een spang wedstrijdje voetbalt. De taal van de moderne jeugd dus.

Ik hoop hem nog eens te horen in een soort Spaans waar stukken Groningse klei aankleven omdat daar nu eenmaal zijn wortels liggen, bij GVAV Rapiditas dus. De voetbalclub die enorm baalt omdat de bonus voor het opleiden van spelers pas in beeld komt bij voetbalventjes vanaf twaalf jaar. GVAV loopt dus een vette envelop met doekoe mis omdat het ventje twee jaar te vroeg gespot is door de scouts van het grote Barcelona.

Er is kritiek van mensen die dit soort transfers kinderhandel noemen. Maar die mensen zijn waarschijnlijk geen vader of moeder van een kind dat over tien jaar multimiljonair is. Hoe je het wendt of keert, ouder zijn van een multimiljonair is aantrekkelijk. Zoals in De Volkskrant staat te lezen; de familie wil de kans grijpen. Fofana’s jeugdtrainer Melvyn Wolthers heeft veel met de vader gesproken over de voor- en nadelen. Ja, ja… de nadelen. Het zoeken van een mooie villa aan de Spaanse kust, dat is altijd een hele zware maar vooral lastige klus. Maar toch wil de familie de kans grijpen, ongeacht de nadelen. Wat een enorm offer.

 

 

Fluimende voetballers

rijkaard-vollerIedereen van een bepaalde leeftijd heeft het beeld nog wel op zijn of haar netvlies staan, Frank Rijkaard die een fluim neer laat dalen in het haar van Rudi Völler. Ik moet gelijk weer denken aan de mop die toen de ronde deed, van Rijkaard Shampoo wordt je haar völler. Maar dit terzijde want na een avondje Champions League vraag ik het me weer af; waarom vinden voetballers het prettig om als een puber hun speeksel rond te spugen. Is spugen inherent aan de voetbalsport?

dykstra pruimtabakHet antwoord is nee. Ik heb ook spelers zijn spugen bij rugby en honkbal. Bij honkbal kan je zelfs nog een sliert uitgekauwd pruimtabak langs zien vliegen, vooral bij het Amerikaanse honkbal uiteraard. Heeft het iets te maken met de mentaliteit van de voetballers, rugbyers of honkballers. Geen idee, maar basketballers, volleyballers en handballers zullen toch niet heel anders zijn? Maar die bedrijven hun sport natuurlijk wel binnen. Zouden zaalvoetballers wel gewoon het veld vol spugen? Ik kijk niet genoeg zaalvoetbal om te oordelen.

Ik heb ook zelden buitensporters als hockeyers of tennisspelers zien spugen zoals je dat ziet bij voetballers. Na elke mislukte actie gaat er een fluim uit. Nu heb ik veel tennis gezien als voormalig tennisjournalist maar ik kan me niet heugen dat een speler zijn overtollige speeksel na een gemist punt over het net spuwt in het gras of gravel. Je ziet het overigens ook wel eens bij een gelukte actie van een voetballer. Een tevreden bak spuug daalt neer op het veld nadat de speler gescoord heeft. Waarom toch?

Het zal toch niets met de voetbalsport an sich te maken hebben?  Misschien wel, want YouTube staat ook vol met spugende voetbaldames. Nu ik er over nadenk heb ik een meisje of vrouw nog nooit zien spugen, behalve bij damesvoetbal dan op YouTube. Ik dacht aanvankelijk dat het mannending zou zijn om het overtollige speeksel te moeten lozen. Jongetjes die de kunst van het spugen onder de knie willen krijgen oefenen er lustig op los. Het heeft misschien iets stoers. Maar volwassen voetballers die helden zijn voor hun fans hoeven toch niet meer stoer te doen?

 

Er ligt voor gedragswetenschappers dus nog wel een heel onderzoeksveld open om eens in te duiken. Toen ik in China was zag ik dat het de gewoon was om de straat te spugen na eerst een enorme rochel naar boven te halen. Maar die mensen denken gek genoeg dat de duivel in hun speeksel zit dus die moet eruit. Voetballers zullen dat toch niet denken?  En nu ben ik ineens ook heel erg benieuwd of de Formule 1 coureur zijn brandwerende balaclava vol spuugt wanneer hij een weergaloze inhaalactie ten beste geeft en als eerste onder de zwart/wit geblokte vlag doorrijdt.

 

Misbruik van het woord

Het woord is de afgelopen week vaak gebruikt, of misbruikt eigenlijk. Respect. Het wordt voor alles en nog wat gebruikt. Zeker na de moord op de grensrechter uit Almere is het weer heel vaak uit de kast gehaald. Alles zou te maken hebben met een gebrek aan respect. 

Respect is inmiddels uitgemolken tot een betekenisloze kreet. Vele voorbeelden zijn er de laatste jaren voorbijgekomen. Een veertienjarig opgeschoten mannetje dat tegen een agent schreeuwt:”Hee man, je moet respect voor mij hebben”.  Een stadion waarin iedereen een A-4tje omhoog houdt met de tekst: ‘Zonder respect, geen voetbal’. En het voetbal gaat dus gewoon door, blijkbaar. Hoezo, geen voetbal? Volgens mij is er gewoon gevoetbald in het weekend na de moord op de grensrechter.

Ik heb altijd begrepen dat je respect moet verdienen. Respect opeisen is volgens mij waar het meteen al fout gaat. En waarom zou ik iemand respecteren die een religie aanhangt dat mensen buitensluit? Waarom zou ik respect hebben voor een militair die voor zijn werk mensen vermoordt?

Voor iemand die vanuit zijn religieuze beleving mensen te hulp schiet heb ik overigens wel respect. Ook voor mensen die niet vanuit een religieuze overweging helpen. Ik heb ook respect voor militairen die vanuit hun vliegtuig hulpgoederen uitwerpen naar mensen in nood.

Volgens mij hoef je namelijk niet voor iedereen respect te hebben. Al wordt dat in de media wel gesuggereerd, Respect moet. Maar ik zou graag zelf bepalen wie ik respecteer en wie niet.

“Dit mag nooit meer gebeuren” hoor ik Michael van Praag zeggen tijdens de herdenking in Almere. Nee, nooit meer. Maar als het volgende week weer gebeurt, wat dan? De wereldoorlog van 1914 tot 1918 was ‘the war to end all wars’ en er zouden er nog velen volgen. En niemand die er wat aan deed.