Herinneringen aan WK voetbal

E 1966 italieHet Nederlands voetbal-23-tal speelt in Brazilië voor een plaats in de finale tegen Argentinië. Mijn herinnering gaat direct naar het schot op de paal van Rob Rensenbrink vlak voor het eindsignaal in 1978 en het ongelooflijke doelpunt, ook vlak voor het eindsignaal tijdens het WK van 1998 van Dennis Bergkamp (Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp, Dennis Bergkamp, ooooooh Frank de Boer speelt de bal op Dennis Bergkamp) in eerdere ontmoetingen tegen Argentinië. Maar er zijn meer herinneringen aan wereldkampioenschappen voetbal. 

WK Voetbal in Engeland finale 30 juli 1966 

De familie Stekelenburg zit op 30 juli 1966 in de Italiaanse zon. Het gezin is neergestreken op een camping in Lido di Monvalle aan het Lago Maggiore. De blonde jongste telg van de familie is dan al razend populair bij de Italiaanse vrouwtjes… uh…al blijken hier de herinneringen niet eensluidend. Volgens sommigen is er een oud Italiaans omaatje die af en toe eens een koekje uitdeelt aan het guitige blonde Hollandse ventje.

Enfin, zo’n blond manneke is een graag geziene gast op een Italiaanse camping in 1966. Even verderop, een paar tenten bij onze tent vandaan, staat één of andere Italiaanse dottore. Een geleerde wetenschapper, een dokter, een chirurg geen idee. In ieder geval een man met aanzien en belangrijker nog…. een tv in zijn caravan. Misschien was het wel een maffia man uit Sicilië, want die willen ook wel eens op vakantie lijkt mij. Hoe het ook zij, ik zat wel eens bij die mensen in de voortent en kreeg dan een koekje van die lieve Italiaanse dame.

Het is dus de dag van de voetbalfinale in Wembley, Engeland tegen Duitsland. De wedstrijd van die bal achter of juist vóór de lijn. Mijn vader, die ook graag de finale wil zien, zegt: “Als jij nou eens bij die dokter gaat zitten, dan kom ik je dadelijk halen”.  Zo gezegd, zo gedaan. Ik weet niets meer van de bal voor of achter de lijn maar pa kon de finale zien omdat hij heel vriendelijk werd uitgenodigd door de dottore om de finale te blijven kijken.

Kasteel Cannenburch: een familiegeschiedenis leeft voort

Kasteel Cannenburch cropDe familie Isendoorn woont al 300 jaar in Kasteel Cannenburch wanneer de laatste telg de poort sluit. Stichting Geldersche Kasteelen zorgt dat de familiegeschiedenis levend blijft. Ze stellen het kasteel open voor publiek, restaureren waar nodig en zoeken naar verloren huisraad.

Kasteel Cannenburch ligt aan de noordkant van de Gelderse gemeente Vaassen. In vroegere tijden is dit gebied begroeid met een ruige rietachtige grassoort. In die tijd heet Vaassen dan ook Fasna, naar de grassoort, en is de naam Cannenburch ontleend aan het Middelnederlandse woord voor riet, canna.

Maarten van Rossum (ca. 1478-1555), een gevreesde Gelderse legeraanvoerder, bouwt in 1543 zijn kasteel op de fundamenten van een middeleeuwse ruïne uit 1365. Op de poorttoren naast de brug staat de maarschalk van Gelre afgebeeld op een gevelsteen. Het origineel van de gevelsteen, daar aangebracht door zijn neef Hendrik van Isendoorn, staat in het kasteel om het te beschermen tegen weersinvloeden. 

Van Rossum zal zijn slot echter nooit voltooid zien worden omdat hij in 1555 overlijdt aan de pest. De maarschalk heeft geen nazaten waardoor zijn zus Margaretha van Rossum het bouwwerk erft.

Hendrik van Isendoorn á Blois (1558-1594), drost van Bredevoort en erfmaarschalk van Hertogdom Limburg en de eerste zoon van Margaretha van Rossum en Johan de Cock van Isendoorn (voor 1465-voor 1558), erft en voltooit de bouw van het slot. Nazaten van de familie Isendoorn blijven nog 300 jaar op het kasteel wonen. De Gen Wiki van de provincie Gelderland heeft veertien generaties Isendoorn vastgelegd. Vanaf de achtste tot en met de veertiende generatie was het Kasteel Cannenburch in bezit van de familie.


De stamboom van de familie Isendoorn á Blois, zoals die in het kasteel wordt verbeeld (foto: E. Stekelenburg).

Verbouwingen

Het valt direct op dat het kasteel bestaat uit verschillende elementen en verschillende bouwstijlen. Zo zijn er in het statige slot dat Van Rossum laat bouwen elementen van de oude ruïne te zien. Aan het oostelijk deel van het kasteel staan vierkante hoektorens die net zo hoog zijn als het dak. De toren die toegang biedt tot het slot steekt boven het dak uit. Niets wijst op een middeleeuws vestingkasteel, maar het heeft ook geen verdedigingsfunctie. Cannenburch is voor Van Rossum meer een buitenhuis.

Hendrik van Isendoorn maakt goed gebruik van het middeleeuwse bouwwerk wanneer hij het kasteel voltooit. Hij laat nog een stuk aanbouwen aan de westkant. Hierdoor ontstaat er een westelijke toren, hier is ook de katholieke huiskapel te vinden. De gemeenten rond Vaassen hebben over het algemeen een protestantse geloofsgemeenschap. Dat er in dit deel van de bijbelgordel een katholieke parochie gevestigd is, komt door de invloed van de familie Isendoorn.


De eerste bewoner van het kasteel, Maarten van Rossum op de gevel van het poortgebouw (foto: E. Stekelenburg).

Rond 1750, nadat er 200 jaar is verbouwd aan het kasteel, komen er aan weerzijde van het voorplein dienstgebouwen bij. De poorttoren dient daardoor niet langer als hoofdingang en wordt er een nieuwe brug gebouwd. Om de ingangspartij te verfraaien wordt er een mooi bordes gebouwd. Sindsdien is er aan de buitenkant niet veel veranderd aan het slot.

De indeling van de kamers is door de familie Isendoorn in de loop van drie eeuwen nog wel eens wat veranderd. Zo wordt de kamer, die eigenlijk jachtkamer had moeten worden, omgebouwd tot eetzaal. De beschildering van het plafond waarop vogels en wolken zichtbaar zijn is mooi bewaard gebleven. De jachtkamer is verplaatst naar een ander gedeelte van het kasteel. Elbert van Isendoorn á Bois (1601 – 1680), dijkgraaf van Veluwe, bouwt ook nog een bibliotheek. 


Het plafond van de eetzaal, beschilderd met vogels en wolken (foto: E. Stekelenburg).

Verzameld interieur
Met het overlijden van Charlotte barones van Oldeneel tot Oldenzeel (1809-1881) en echtgenote van de Frederik Isendoorn (1784-1865) kwam er een einde aan de bewoning van Cannenburch door een Isendoorn. Na het overlijden van Frederik sterft ook het geslacht Isendoorn uit. Nazaten en erfgenamen zien het niet zitten om het kasteel te bewonen. Het kasteel zou ten prooi vallen aan de sloophamer. Dit word voorkomen doordat Eduard, baron van Lynden, het kasteel in 1882 koopt.

Barones Charlotte Theodora Maria Alexandrina is een pietje precies en houdt als een boekhoudster haar kas- en dagboeken bij. Alles wat tijdens haar verblijf in en om het kasteel aanwezig is wordt nauwkeurig beschreven en genoteerd. Haar boeken zijn wellicht de grootste schatten die het kasteel herbergt. Met deze informatie kan exact gereconstrueerd worden hoe het interieur van Cannenburch samengesteld was. 

Veel van de inboedel is verloren geraakt doordat erfgenamen het meubilair verdeeld en verkocht hebben. Via giften en donaties kan de stichting Gelderse Kastelen, die tegenwoordig Kasteel Cannenburch beheert, delen van de verloren gewaande huisraad terugkopen.

Met de boeken van de barones in de hand wordt dan ook menig veilinghuis bezocht en regelmatig zijn er vermiste stukken uit de boedel teruggevonden. Goederen die gevonden worden, kunnen zonder betaling van commissie aan het veilinghuis teruggekocht worden. 

Toeval en speurwerk
Het 360-delig servies dat over twee erfgenamen is verdeeld wordt door een van beide teruggebracht bij het kasteel, zodat slechts 180 delen uitgestald staan in de eetzaal. Bij toeval vindt men bij een antiquair in het Belgische Luik de collectie Chinees porselein. Na een eeuw van afwezigheid kan het weer teruggezet worden in de Cannenburchse buffetkast. 

Zo wordt door toeval en speurwerk veel teruggebracht, waaronder ook de bijzondere zilveren kokosnootbeker, waarschijnlijk het doopvont van Elbert van Isendoorn (1601-1680).


Een deel van het servies dat oorspronkelijk in het bezit van de familie Isendoorn was, uitgestald op de eettafel (foto: E. Stekelenburg).

Restauratie van het slot
De laatste particuliere eigenaresse en bewoonster is de Duitse mevrouw Cleve. Zij verlaat het kasteel omdat al het Duitse bezit na de Tweede Wereldoorlog door de Nederlandse overheid wordt gevorderd. Haar man kocht het kasteel in 1906. In 1951 wordt het kasteel met daarbij de 24 hectare grond voor het symbolische bedrag van één gulden doorverkocht aan de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen. Tussen 1975 en 1981 ontfermt de Stichting zich over de hoognodige restauratie. Tijdens de restauratie word gebruik gemaakt van Italiaans tufsteen en Frans kalksteen, dat later beschildert wordt. In de periode na 1981 blijkt dat het oorspronkelijke Baumberger kalksteen flink is aangetast.

Enkele jaren geleden heeft de stichting een plan neergelegd waarmee het park, de beken, de vijvers, de gracht, de bijgebouwen en het kasteel gerestaureerd wordt. Het hele complex gaat op de schop onder de naam Cannenburch Compleet. Tijdens de restauratie van 2010 is er voor gekozen om zoveel mogelijk het oorspronkelijke natuursteen te gebruiken. Het Italiaanse tufsteen gaat eruit en wordt vervangen door Baumberger kalksteen. 

Zelfs de beeltenis van Maarten van Rossum op de poorttoren wordt opnieuw in Baumberger kalksteen uitgehakt, zoals het origineel uit de 16e eeuw. Zodat de eerste bewoner van Kasteel Cannenburch weer fris op de toren staat.


Zicht op kasteel Cannenburgh. (foto: Wikimedia)

Verder lezen en kijken:
Dossier Kastelen in Nederland op GeschiedenisBeleven.nl
►Bezoek kasteel Cannenburch
►Filmpje over spoken in Cannenburch  
VBW architecten restaureert kastelen waaronder Kasteel Cannenburch 
Ampt Epe, de historische vereninging met diverse publicaties over Kasteel Cannenburch 
Gelders Landschap & Kastelen met verschillende publicaties over Kasteel Cannenburch 

©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Etienne Stekelenburg, eindredactie: Lize Noorda, foto’s: Etienne Stekelenburg.

Rondleiding op Begraafplaats Zorgvlied

DSC_0328Een mooie wandeling op een heerlijke lenteavond. Het lijkt een beetje raar wanneer je vertelt dat je een mooie wandeling hebt gemaakt op een begraafplaats. Dat wordt over het algemeen niet geassocieerd met lekker wandelen. Daar kom je om te gedenken, soms in rouw of verdriet. Maar op de begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam is dat toch anders. De vergelijking met Pére Lachaise, de begraafplaats in Parijs, is vanzelfsprekend. Ook op Zorgvlied vind je een mooi aanbod aan geschiedenis, kunst, cultuur en moderne creatieve gedenkplekken. Zorgvlied is dus veel meer dan een verzameling droevige grafzerken. Het is een 140 jaar oude schat aan funeraire geschiedenis en het geeft een compleet beeld over hoe men in Nederland over de dood en laatste rustplaatsen dacht en denkt.  

Irma Clement en Marcel Bergen organiseren twee uur durende lente- en zomeravond wandelingen langs bijzondere graven, grafkelders en mausoleums. Het is ondoenlijk om de hele begraafplaats te laten zien, dus ze werken met thema-avonden. Zo waren wij bij de rondleiding ‘Langs oude graven’. Om alle zeventienduizend graven langs te gaan moet je wat meer tijd uittrekken. Mocht je de tijd hebben neem dan wel je wandelschoenen mee. Het stelsel aan paden langs de graven is zestig kilometer lang. Deze paden kronkelen door een terrein van zestien hectare dat vol staat met bijna tweehonderd boomsoorten en zeventien rijksmonumenten. In zo’n zestig kilometer lange tocht loop je in ieder geval langs meer dan driehonderd bekende Nederlanders, uit de wereld van kunst, cultuur en entertainment.

Wat ik in die twee uur ‘Langs oude graven’ geleerd heb is wat die symbolen op die oude graven nu allemaal betekenen. Veel symboliek uit het christendom uiteraard, maar ook werden er oude Griekse en Romeinse symbolen gebruikt op en rond de oude graven. Veel dieren, vooral vlinders, uilen en slangen die in hun eigen staart bijten. Veel bloemblad, geknakte rozen, papaverbollen en overwinningskransen. Vooral de symboliek en de betekenis van de omgekeerde fakkels was mij ontgaan. De vlam is gedoofd. Terwijl bij anderen de eeuwige vlam blijft branden in de vorm van een rechtopstaande fakkel of een gebeeldhouwd olielampje.

Het is mooi om te zien hoe oud en nieuw door elkaar ligt op Zorgvlied. Zo kan je de contrasten mooi zien. Hoe we vroeger en nu met onze doden omgaan en welke moeite we doen om onze dierbaren in herinnering te houden op hun laatste rustplaats. Mensen blijken soms zo ongelooflijk creatief in het bedenken van zo’n unieke plek. Hier komt de funeraire geschiedenis en de hedendaagse begrafenisrituelen op een prachtige manier bij elkaar.

 

 

Talige betweters?

Bij OVT, het geschiedenisprogramma van de VPRO-radio op de zondagochtend, hoorde ik een item over de moordende gifaanval op Halabja. Steevast hebben de presentatoren en de journalist, die verslag deed van de aanval, het over Galabja. De H dus uitgesproken als een G. Galabja, met een duidelijk Nederlandse harde schrapende G. Waarom?Taal

Eerder in de uitzending is te horen hoe een jongetje, die slachtoffer is van de gifaanval, geïnterviewd wordt. Hij noemt de familieleden die niet meer leven en voorzover hij nog kan legt hij uit wat er gebeurd was. Het één en ander wordt door een ‘native speaker’ in het Engels vertaald zodat de Nederlandse journalist kan verstaan wat het jongetje zegt. De tolk, toch een kenner van zijn eigen taal zou je denken, spreekt gewoon over Halabja. Dus niet Galabja, maar gewoon Halabja met een H. De H van Halabja blijkbaar.

Spreken mensen elkaar maar gewoon na? Het lijkt er wel op. Iemand gaat, voor wat voor reden dan ook, Halabja uitspreken als Galapja waarna de rest die zogenaamde authoriteit zonder na te denken napraat. Hetzelfde gebeurde toen Mali in het nieuws kwam. Iemand, volgens mij was het Minister van Buitenlandse Zaken Frans (what’s in a name) Timmermans, spreekt Mali op zijn Frans uit dus met de klemtoon op de I. En uit het niets spreekt iedereen ineens over Ma-Lie. Frans is de nationale landstaal in Mali, maar dat is Bambara ook. Al heb ik geen idee hoe je Mali in het Bambara’s uitspreekt.

Eigenaardig toch, er spreekt een soort betweterigheid uit. “Kijk mij eens goed mijn talen beheersen.” Wat is er mis met Mali? We noemen Engeland ook geen England, Frankrijk ook geen France, en Duitsland geen Deutschland. Waarom Mali dan wel op zijn Frans als Ma-Lie. Laat staan Halabja uitspreken als Galabja met een snoeiharde Gollandse G.

JFK en het Warren rapport

13.10.14.Artikel.Misleidt_tunnelvisie_de_Warren_CommissieNa de moord op President John F. Kennedy krijgt een commissie de opdracht om te onderzoeken wat er gebeurd is op die fatale dag in Dallas. Het eindrapport van deze commissie gaf echter reden tot scepsis en ruimte aan samenzweringstheorieën. 

 


Een week na de moord op de jonge en uiterst populaire Kennedy op 22 november 1963 in Dallas stelde zijn opvolger president Lyndon B. Johnson (1908-1973) al The President’s Commission on the Assassination of President John F. Kennedy samen.

Deze zeven leden tellende commissie werd bekend als de Warren Commissie, vernoemd naar de voorzitter, de toenmalige opperrechter van het Amerikaanse hooggerechtshof Earl Warren (1891-1974).

De overige leden waren de Democratische senator Richard Russell, de Republikeinse senator John Cooper, de Democratische afgevaardigde Hale Boggs, de Republikeinse afgevaardigde Gerald Ford die later zelf president werd, voormalig directeur van de CIA Allen Dulles en oud-president van de Wereldbank John McCloy. Procureur generaal J. Lee Rankin was raadsman voor de commissie.

De leden van de Warren Commissie. Van links naar rechts: Gerald Ford, Hale Boggs, Richard Russell, Earl Warren, John Cooper, John McCloy, Allen Dulles en J. Lee Rankin.
De Warren Commissie bijeen. Van links naar rechts: Gerald Ford, Hale Boggs, Richard Russell, Earl Warren, John Cooper, John McCloy, Allen Dulles en J. Lee Rankin (foto: Bettmann/CORBIS).

De aanslag
Die vrijdag in november reed de president met zijn vrouw, de gouverneur van Texas John Connally en diens vrouw in een open limousine door de binnenstad van Dallas. Toen de stoet het op de hoek met Elm Street gelegen Texas schoolboekendepot passeerde, werden er schoten gelost.

Ter hoogte van een grasheuvel greep Kennedy naar zijn keel en seconden later werd hij door een kogel in zijn hoofd geraakt. De gouverneur was ook geraakt en lag gewond bij zijn vrouw op schoot. Dezelfde dag nog werd de vermoedelijke schutter Lee Harvey Oswald gearresteerd. Twee dagen later werd Oswald echter zelf live op televisie bij het politiebureau door nachtclubeigenaar Jack Ruby dood geschoten op het moment dat hij door de politie naar buiten werd geëscorteerd.

Aanwezigheid
De commissie begon op 9 december 1963, zeventien dagen na de moordaanslag op Kennedy. Veel leden van de commissie waren politiek actief waardoor de commissie tijdens zittingen zelden compleet was. Alhoewel voorzitter Warren bijna nooit ontbrak, was geen van de leden elk van de 51 zittingen aanwezig. Zo was McCloy slechts vijftien keer aanwezig en senator Russell zelfs maar vijf maal. Zowel Warren als Russell smeekten bij Johnson om van hun taak ontheven te worden omdat het niet paste bij hun dagelijks werk. Johnson wilde echter gebruik maken van het vertrouwen en het aanzien bij het volk van de commissieleden. De mannen die hij benoemde waren echter in de eerste plaats politici en geen geoefende onderzoekers.

Aangezien de commissie geen onderzoeksmogelijkheden had kreeg zij uit handen van FBI directeur J. Edgar Hoover het verzamelde bewijsmateriaal met daarbij de conclusie: Lee Harvey Oswald had Kennedy vermoord vanaf de vijfde verdieping van het schoolboekendepot en Oswald had alleen gehandeld.

Commissie met tunnelvisie?
Op 11 januari 1964 gaf Rankin een interview aan The New York Times waarin hij de werkwijze van de commissie uiteen zette. Hij vertelde dat de commissie zich richtte op een zestal punten:

1. De activiteiten van Oswald op 22 november 1963;
2. De achtergronden van Oswald;
3. De loopbaan van Oswald in het Korps Mariniers en zijn verblijf in de Sovjet Unie;
4. De moord op Oswald in het politiebureau van Dallas;
5. De achtergronden van Oswalds moordenaar Jack Ruby;
6. De maatregelen die waren getroffen om de president te beschermen.

De commissie leek zich dus niet serieus af te vragen wie de moord op Kennedy gepleegd had. Het leek of de commissie vanuit de vermoedelijke dader, Lee Harvey Oswald, op zoek was gegaan naar bewijsmateriaal en getuigen. Op 24 september 1964 presenteerde de commissie haar rapport aan president Johnson.

De single bullet
Al snel na het uitkomen van het rapport begonnen mensen vraagtekens te plaatsen bij de bevindingen van de commissie. Volgens de commissie loste Oswald drie schoten, waarvan één schot zijn doel volledig miste en één het fatale schot dat Kennedy in zijn hoofd raakte was. Om het aantal schoten en de verwondingen te verklaren kwam de commissie met de single bullet-theorie. Deze kogel raakte Kennedy in zijn rug, kwam naar buiten via zijn keel en vloog door naar gouverneur Connally. Dezelfde kogel raakte Connally in de rug, kwam bij zijn linkertepel weer naar buiten en sloeg in door zijn pols om uiteindelijk te eindigen in zijn dijbeen. Deze kogel werd in opmerkelijk goede staat , zonder bloed of kledingsporen, teruggevonden op een stretcher in het Parkland Hospitaal. Volgens de commissie was de kogel uit het dijbeen van Connally gevallen. Voor sceptici was deze verklaring te fantastisch om waar te kunnen zijn: er moest volgens hen een alternatieve verklaring zijn.


Onderzoekers van de Warren Commissie proberen de baan van de single-bullet te reconstrueren, waarbij de twee mensen in de auto zitten op de posities waar Kennedy en Connally zaten toen zij geraakt werden (foto: wikimedia)

Getuigen bij de grasheuvel
Er waren bovendien diverse getuigenverklaringen van mensen die schoten hoorden vanaf een grasheuvel langs Elm Street. Op diverse foto’s en filmmateriaal is te zien hoe mensen direct naar de heuvel rennen omdat zij daar schoten vandaan hoorden komen. Een getuige die onderaan de heuvel stond verklaarde dat het fatale hoofdschot van achter het hekje op de grasheuvel kwam en dat hij de kogel langs hem heen kon horen fluiten terwijl hij naar de presidentiële stoet keek.

Zo onstond het idee dat Kennedy door meerdere mensen beschoten was vanuit verschillende posities en dat er een complot was om de ware toedracht en de ware daders achter de aanslag (Oswald zelf had bij zijn arrestatie gesteld dat hij onschuldig was) te verbergen. Volgens diverse complotdenkers had de commissie bewust de feiten verdraaid in haar rapport. Vijftig jaar later kun je een bibliotheek vullen met boeken waarin kritiek op de commissie wordt geuit en zijn alle mogelijk denkbare daders langsgekomen, van Cubanen tot de Maffia, van Lyndon Johnson tot de FBI en de CIA.

Gezien vanuit het vermeende schuttersnest blijft de vraag waarom Oswald niet schoot toen de stoet vrijwel stilstond, onder het bewuste raam, tijdens het links afslaan naar Elm Street. Volgens de Warren Commissie wachtte Oswald tot de auto van hem af reed, waar deze verdween achter een boom en een verkeersbord. Een vraag die waarschijnlijk nooit meer beantwoord zal worden. Maar zelfs wanneer alle vragen rond de moordaanslag worden opgehelderd zal niet iedere geïnteresseerde die waarheid geloven.


Zicht vanuit het raam vanwaar Oswald geschoten zou hebben. (foto: Wikimedia)

Verder kijken en lezen:
► Een enorme hoeveelheid audio en video rondom de moord op Kennedy is hier te vinden.
► Alle publieke archieven die te maken hebben met de moord op Kennedy zijn voor iedereen in te zien.
► Een handige beknopte uiteenzetting van de geschiedenis van de moord.

©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Etienne Stekelenburg, eindredactie: Jonathan Verwey, foto’s: Wikimedia.

Wij zijn de Stasi

Ik ben oud genoeg om mij te herinneren hoe we communistische geheime diensten als de Oost-Duitse Stasi, de KGB van de Sovjet Unie en de Securitate van de Roemeense dictator Nicolae Ceausescu kwalificeerden. Het waren die verwerpelijke diensten waar George Orwell in zijn boek 1984 ons voor gewaarschuwd heeft. Big Brother is watching you, die diensten controleerden elke stap die je zette. Je buurman, je leraar of misschien wel je eigen broer hield je in de gaten. Controleren of je wel voldeed aan de wensen van het regime. In de naam van veiligheid, hebben we inmiddels onze eigen Stasi gecreëerd. 

1984firstIn die gezellige ‘man in de straat’ interviews op bijvoorbeeld de Albert Cuypmarkt antwoorden mensen steevast: “Oh ik heb niks te verbergen”, op de vraag wat ze vinden van beveiligingscamera’s, klantenpasjes en andere methodes om je gedrag te volgen. Maar natuurlijk hebben we met z’n allen wat te verbergen.

Zou het voor je ziektekostenverzekeraar niet geweldig zijn om te weten als één van je ouders is overleden aan een ziekte die overerfelijk is? Die gaan dat soort risico’s niet aan en nemen gelijk hun maatregelen. Want er moet wel wat verdiend worden voor de aandeelhouders uiteraard.

Zou het voor een werving en selectiebedrijf die personeel voor de overheid rekruteert niet handig zijn wanneer ze van diezelfde overheid toestemming krijgt om je koopgedrag bij de Gall & Gall te checken? Jij spaart lekker veel Airmiles op je klantenkaart maar de recruiter ziet dat je als alleenstaande wekelijks meer dozen wijn mee naar huis sleept dan een gemiddeld goedlopend restaurant. Het is best handig om te weten wie je aanneemt voor een overheidsbaan. Maar misschien vind je het gewoon leuk om al die wijn in te kopen voor je vriendenkring omdat ze vinden dat jij er verstand van hebt.

De overheid doet altijd maar of we onveilig zijn en beschermd moeten worden, maar strikt genomen leven we in het veiligste tijdperk sinds de Tweede Wereldoorlog. De zogenaamde bescherming is verworden tot controle. We worden elke dag, elk uur misschien wel elke zes minuten gecontroleerd. Alles willen ze weten. En we werken er nog aan mee ook. We laten ons controleren. Want we hebben niks te verbergen.

Mocht er ooit weer eens een fout regime aan de macht komen, tenslotte geven ervaringen uit het verleden geen garantie voor de toekomst, dan liggen de gegevens voor dit regime voor het oprapen. Al lijkt het meer voor de hand te liggen dat de gegevens gewoon gehackt worden door slimme criminelen die wel wat kunnen verdienen aan al die data.

Wedden dat Big Brother mijn blog leest? Hij zal in ieder geval de documentaire Panopticon, de docu over jouw privacy van Peter Vlemmix gezien hebben. Ik kan iedereen die geïnteresseerd is in overheidscontrole en privacy deze documentaire aanraden. Er is vast iets te zien wat je nog niet wist van Das Leben der Anderen

 

 

Ken je die van die gast die naar Andalusië gaat?

Eindelijk weer eens op vakantie. Mijn laatste vakantiereis was heel lang geleden. Mijn trektocht van drie maanden door de Verenigde Staten is al twintig jaar oude geschiedenis. Daarna zijn mijn vakanties opgegaan aan korte tripjes en aan de tennistoernooien in Duitsland, Zwitserland, België en Nederland om aan te schuiven bij de pers als tennisjournalist. Dus werd het wel weer eens tijd voor een echte vakantie. 

Pindakaas, muntendrop en vissermans vrienden. De voorpret is al leuk; de route uitstippelen, hostels zoeken voor onderweg en een weerzien met mijn neef Erik in Andalusië. Gelijk maar even gevraagd of hij nog wat wilde hebben uit Nederland. Dus vier potten pindakaas, vier zakken muntdrop en 12 zakjes Fisherman’s Friend aangeschaft. Nederlanders in het buitenland verlangen altijd naar Nederlandse lekkernijen, zo weet ik uit ervaring. Ondanks dat er zesendertig soorten chips in de Schotse supermarkten liggen bleef ik smachten naar de enige echte paprika chips van Smiths. Geen zin in zout met azijn, tomaat, garnalen of andere muffe chipssmaken.

Het plan: Eerst naar Verdun voor, hoe zeg je dat ook maar weer in tenenkrommend slecht Nederlands zoals je vaak hoort, ‘een stukje veldslagbeleving naar de mensen toe’. Volgend jaar is het honderd jaar geleden dat de Grote Oorlog uitbrak, en er zal een hausse aan Eerste Wereldoorlog herdenkingen over ons heen komen. Ik ben voorbereid na het eerdere bezoek aan de slagvelden rond Ieper en nu dus mijn verkenning van Verdun.

Muziekgeschiedenis

Na Verdun richting Soissons, of eigenlijk het naburige dorp Pommiers, waar ik een tijd heb doorgebracht om veel te oefenen met Eric Baeckeroot om met onze muziek de winkelstraten van Frankrijk wat vrolijker te maken. Ik kan Eric nergens vinden op het internet dus gewoon maar langs bij het oude adres, wie weet wat ik daar aantref.

Van Pommiers rijdt ik dan naar Saint Jean de Luz en San Sebastian in respectievelijk Frans en Spaans Baskenland. We hebben daar veel tijd doorgebracht met ons muziektrio ‘Wait Wait Wait’. Onze parodie op ‘Wet Wet Wet’ omdat er altijd wel op iemand gewacht moest worden. Het lijkt mij een goed plan om ter inspiratie op die plekken te schrijven aan mijn boek over mijn avonturen met Eric en Bart.

Na het herbeleven van mijn muziekgeschiedenis in Pay Basque verder naar Andalusië. Daar woont mijn neef Erik met zijn gezin. We hebben een tijd geleden al afgesproken dat ik daar eens langs te ga. Ik heb er geweldig veel zin in. Het moet er geweldig mooi zijn, en ik heb al gezien dat er veel oude cultuur te bewonderen is. De voorpret is begonnen.

Onderweg

Ik vraag Tom² of ik een tolwegvrije route kan rijden. Gewoon om te genieten van het Franse landschap, de dorpen en de weidse vergezichten zonder het geraas van snelverkeer. Tom² stelt me niet teleur en in het zuiden van België richting Luxemburg word ik direct het bos in gestuurd. Mooie bospaden, veel bochten, klimmen en dalen met af en toe een mooi vergezicht. Ik geniet van de natuur om me heen en dankzij mijn iPod krijg ik onderweg een traktatie van alles wat mijn oren dierbaar is.

Ik hoor Bowie, Bach, Zappa, Queens of the Stone Age, Ozark Henry, de dub van I Roy en de punk van SNFU. Het hele pallet aan mooie muziek komt langs met af en toe een onderbreking door opnames van Radio XFM, het radiostation waar Ricky Gervais, Stephen Merchant en Karl Pilkington hilarische programma’s gemaakt hebben. Het is een feest onderweg, de vakantie is goed op weg.

In de buurt van Verdun ga ik op zoek naar een hostel, helaas gaat dat pas uren later open. Dus dan maar naar Verdun gereden om daar een slaapplaats te zoeken. Die is gauw gevonden met die handige Tom², typ ‘Hotel’ en een keur aan mogelijkheden komt tevoorschijn. Ik beland in het F1 Hotel. Een fijne grote kamer, met een groot bed en een raam dat helemaal open kan. Ik hoef niet bang te zijn voor claustrofobische aanvallen, dat scheelt. Ik heb ook andere ervaringen; als single reiziger word je soms in een vergrote bezemkast gestopt. Als ze het bed rechtop konden zetten zouden ze het doen.

Even opgefrist na de autorit en dan eens kijken wat de plaatselijke VVV mij kan bieden. De dame geeft mij een kaartje met bezienswaardigheden en ik weet wat ik te doen heb de volgende dag. Forten, slagvelden, museum en het grootste knekelhuis van Frankrijk bezoeken. Geschiedenis is vaak niet echt heel gezellig maar wel interessant en vooral indrukwekkend.

Voordat er wat beweging is in de restaurants van Verdun zit ik aan de Maas in het centrum van Verdun. En dan overvalt het me. ‘Wat ben ik in godsnaam aan het doen hier?’, vraag ik me volgens mij hardop af. Ik merk dat ik het vervelend vind om hier in mijn uppie te zitten. Mag goed ik zet de gedachte uit mijn hoofd en zodra de restaurants hun terrassen gaan voorzien van bestek zoek ik een terras uit. Ik plof neer op een terras en kijk of ze een fijn witbier hebben. Jawel, men serveert het Belgische Silly witbier. Heerlijk.

Tijdens het eten van mijn medium paardenbiefstuk tartaar met daarop een gebakken ei geflankeerd door heerlijke huisgemaakte frietjes komt de gedachte weer omhoog. “Is dit wel leuk? Kan ik hier van genieten, twee weken in mijn uppie in restaurants en op terrassen biertjes drinken en domweg voer naar binnen werken?” Het eten is heerlijk maar om het in mijn eentje te eten staat me tegen. Als ik even rondkijk zie ik families, echtparen en groepjes vrienden. Ik pak er maar een boek bij om mijn gedachten te verzetten. Niets is zo vervelend als eten met een boek in je hand, om wat om handen te hebben. Tenminste dat voelt zo.

Eten, en vooral de avonddis met vlees en groente, is een sociaal gebeuren. Zelfs primaten komen bij elkaar zitten als de hoofdmaaltijd gegeten wordt. Het is onnatuurlijk om in je eentje te eten. Thuis ben ik eraan gewend en kan ik gewoon andere dingen doen zoals tv kijken, iets op de computer kijken of ik tik onderwijl een stukje. Het eten op het terras staat me tegen, al is het wel gewoon heel lekker. Ik voel eenzaamheid.

De oorlog in Verdun, de oorlog in mijn hoofd

Ik ben moe en ga richting het hotel. Ik leg de wifi-verbinding voor mijn laptop en mijn telefoon en controleer even mijn post en andere zaken. Ik luisterde nog even naar Radio 1. But sleep came like a frigid housewife, zoals Kinky Friedman het ooit verwoorde. Of eigenlijk val ik helemaal niet in slaap, totdat op een gegeven moment de paniek toeslaat. Een beklemmend gevoel dat me naar de strot grijpt. Ik moet eruit, ik trek mijn kleren weer aan en ga buiten een luchtje scheppen. Waar de paniek vandaan komt ik weet het niet. Ik zeg tegen mezelf: “ik ben toch niet gek aan het worden, ik heb toch een heimwee of iets dergelijks?” Ik weet niet wat ik voel, maar het voelt niet goed.

Na een tijdje buiten gezeten te hebben probeer ik weer te slapen. Maar zodra ik lig komt het gevoel weer terug. Ik bedenkt dat ik hier helemaal geen zin in heb. Ik ben het zat. Wat zou ik nou twee weken in mijn eentje in hotelkamers liggen te vechten tegen de eenzaamheid? Ik kleed me weer aan en pak de weekendbijlage van de Volkskrant en het Magazine en ga weer naar buiten. Gelukkig is het niet koud buiten, het geeft wel enige rust en afleiding. “Ik zal toch geen heimwee hebben”, denk ik nog een keer. Nou ja dat zien we morgen wel.

Uiteindelijk zit ik tot 05.00 uur buiten, dan ga ik maar weer eens naar binnen en ga met mijn kleren aan op bed liggen in de hoop dat ik uiteindelijk toch in slaap val. Ik luister nog wat naar muziek om mijn gedachten af te leiden. Na een tijdje word ik wakker, ik zie dat het zeven uur is. Ik heb mijn kleren nog aan en lig boven op mijn bed. Als het zo de hele vakantie moet heb ik er nu al genoeg van. Eerst maar eens een ontbijtje en de bezienswaardigheden bekijken in en om Verdun.

DSC_0043Ik kom tot de conclusie dat mijn paniekaanval niets te maken heeft met heimwee of reisangst zoals bij die Utrechtse schrijver Ingmar Heytze die de Domstad niet durfde te verlaten. Er vanuit gaande dat je bij heimwee zo snel mogelijk naar huis wil uiteraard, en ik wil niet zo snel mogelijk naar huis. Eerst wilde ik nog de Eerste Wereldoorlog toerist uithangen, gewoon om te relativeren wat voor onzinproblemen ik in mijn hoofd heb. Wat die jongens rond Verdun meemaakte honderd jaar geleden is onvoorstelbaar. Je ziet de beelden, de plaatjes, je ziet het landschap, de stille getuigen. Het is overweldigend. Maar ik heb geloof ik al besloten dat ik niet meer in mijn eentje de reis wil afmaken.

Op zoek naar Eric

Na Verdun is de volgende halte Pommiers. Dat is zo’n 180 kilometer verderop en geeft mij gelukkig het geruststellende gevoel dat ik geen reisangst of heimwee heb. Even kijken of mijn vroegere muziekmaatje Eric nog op dat adres woont. En na 180 kilometer kom ik bij Soissons, ik vind het spannend worden om weer naar die plaats te gaan waar ik veel goeie herinneringen aan heb.

DSC_0125Het met bloemetjesbehang behangen tuinhuis van Eric, het grote witte huis van Eric’s vader dat helemaal leeg stond met als enige geluid de scanner van de brandweer waar Pa Baeckeroot iets mee had. Het geweldig leuke bezoek samen met Kirsten, Birgitta en Bart in de camper van pa en ma. Het opnemen van de cassette met Bart en Eric in de kelder. Mooie herinneringen die ik nog altijd met me meedraag.

Dan rij ik het dorp Pommiers binnen.Het komt vaag bekend voor, daar de kerk, het bakkertje lijkt te zijn verdwenen. De rotonde en dan linksaf totdat aan mijn rechterhand het grote witte huis zichtbaar wordt. Er is wat aan de tuin gedaan, er staat een groot groen hek en het tuinhuis van Eric is opgeruimd, weg, verdwenen. Tot mijn grote plezier staat de naam Baeckeroot nog op de brievenbus. Geen voorletter, geen idee of het de brievenbus van Eric is of van zijn vader. Er woont ook iemand anders op het perceel. In de tuin staan wat heggen met daarachter misschien nog een huisje. Dat is niet zichtbaar. Ik schrijf dat ik langs ben geweest, dat ik even wat ga drinken in Soissons en dat ik over een paar uur nog eens terug kom. Zo gezegd, zo gedaan.

In Soissons dat mij ook bekend voorkomt omdat we daar regelmatig wat gingen kopen ga ik een biertje drinken. Ook hier hebben ze lekker witbier van het Franse merk 1664. En terwijl ik hier zit krijg ik een flashback dat we hier ook gezeten hebben met Kirsten, Birgitta, Bart, Eric en Isabelle. Of neemt het geheugen een loopje met me? En weer voel ik het onbehagen van het alleen zijn, van in mijn eentje wat drinken op een terras. Hoe het ook zij, tijd om terug te gaan naar Pommiers om te zien of er iemand is aan wie ik kan vragen waar Eric gebleven is.

Postbus Baekeroot in PommiersAangekomen bij het huis van de familie Baeckeroot tref ik wederom niemand. Ik bel mijn moeder dat ik naar huis ga omdat ik het helemaal niet naar mijn zin heb in mijn eentje onderweg. Ook moet ik denken aan andere momenten dat ik naar huis ging als ik het ergens niet naar mijn zin had. Dat begon op de kleuterschool al, had Etienne het niet naar zijn zin dan liep hij gewoon naar huis. Op de kleuterschool, in kroegen waar ze Hazes draaien, het maakt niet uit. Als ik het niet naar mijn zin heb ga ik weg, naar huis. Na nog even, ook namens Bart, een groet geschreven te hebben en deze in de brievenbus te hebben gestopt stap ik in de auto en druk ik op mijn Tom² op ‘Thuis’.