De keuken van Giphart XVI

Ronald Giphart, de schrijver van onder andere GiphPhileine zegt sorry, en Ik omhels je met duizend armen, schrijft een feuilleton voor de weekend-editie van De Volkskrant.  Dat doet hij niet alleen. Via social media als de Facebook-pagina Volkskrant Feuilleton vraagt Giphart zijn volgers om tips, ideeën en laat hij af en toe een poll op hen los. Zo krijg je een mooi kijkje in de keuken van een schrijver en het ontstaan van een verhaal, boek of in dit geval een feuilleton.

giphartAflevering 29 van het feuilleton is geweldig. Het venijn zit hem in de staart. Giphart laat de lezer achter met een antwoord waar de lezer nu al een week of vier op wacht en met een kei van een cliffhanger. In de laatste zin “Toen ze eindelijk de aandacht had, riep ze:”En weet je zeker dat het niet met Frederique was?”  toont Giphart de spanningsboog nog steeds geweldig goed vast te kunnen houden. Het werd tijd voor een openbaring, wat had Silvijn tegen Bibi gezegd over Kick tijdens hun telefoongesprek? We moesten er een paar weken op wachten. En nu is de sluier een ietsiepietsie opgelicht. Maar natuurlijk is niet alles weg gegeven. Met zo’n slotzin wil je dat het morgen al weer zaterdag was.

Nog zo’n voorbeeld waarom ik aflevering 29 geweldig vind, Giphart krijgt het weer voor elkaar een weetje in zijn verhaal te weven. Kleine Kick is een nieuwsgierig ventje, komt met buitenissige vragen als “Heeft de Koningin een eigen dekbed?” of “Waarom zegt een koe alleen boe?” Dat zijn nou net vragen van een kind waar je niet zoveel mee kan, maar wanneer het kind vraagt:“Pappa, waarom is sneeuw wit?” kan je mooi even een weetje in je verhaal kwijt door iemand, in dit geval Pim, te laten zeggen dat sneeuw helemaal niet wit is maar doorzichtig. En dat het licht aan alle kanten door de sneeuw heen schijnt waardoor het wit lijkt. Prachtig toch, want er zijn hele volksstammen die dat niet weten. En als die volksstammen nu gewoon hun Volksstammenkrant lezen dan weten ze het nu.

Bij Frank Zappa heet het Conceptual Continuity, teruggrijpen naar iets wat al eerder gedaan is. Een idee, een stuk tekst of een muziekschema in het geval van FZ. Ik weet niet hoe Giphart het noemt maar het idee om de kleine Kick levensvragen te stellen had ik in een zelfde vorm gelezen in Gipharts prachtige boek De Wake. Daar was het ook een vriendinnenclubje dat elkaar met een camera vragen stelden over de toekomst. Nu was Kick Jr. dus aan de beurt om wat levensvragen aan te stellen en om in de toekomst te kijken. Wat is liefde?”, zei Kick. “Dat je elkaar kusjes geeft” zei Kick Jr. Of de vraag aan de kleine man hoe hij hoopt dat zijn toekomstige vrouw zal zijn. Waarop Kick Jr. antwoordt: “Dat weet ik nog niet”. Natuurlijk zeggen alle jongetjes van zijn leeftijd; “Net als mamma.” Maar Kick Jr. weet het zo net nog niet, of hij een vrouw wil zoals mamma.

En dan komt de vraag of Kick ook een familiegeheim wil prijsgeven. Die vraag had Pim niet moeten stellen. Wel voor dit verhaal natuurlijk, want anders komen we nergens. Maar in real life is dit heel gevaarlijk, zo lijkt mij. Kinderen, of kleine potjes, zoals we weten hebben grote oren. Ze begrijpen misschien niet alles letterlijk maar kunnen natuurlijk wel luisteren en ongemakkelijke momenten veroorzaken door doodleuk de kleine en grote familiegeheimen op tafel te gooien wanneer het hen gevraagd wordt. Vooral omdat ze de consequentie van hun melding misschien niet kennen.

Van het één komt het ander en voor je het weet heb je een hok vol ruzie door een opmerking van een kind die geen benul heeft wat hij of zij zegt. Dus op de vraag om een familiegeheim op te biechten zegt Kleine Kick: “Ik heb pappa en mamma wel eens zien zoenen.” Het zal niemand verbazen dat pappa en mamma dat wel eens doen, maar met het gevoel voor timing van een stand up comedian voegt de kleine man eraan toe:“Zonder kleren aan.” Een hilarisch moment voor de volwassenen aan tafel uiteraard. Alle volwassenen behalve Bibi dan. Die komt met de tot dusver beste cliffhanger van het feuilleton wanneer ze Kick Jr. vraagt: “En weet je zeker dat het niet met Frederique was?” En ook al is het puur tekst in een zaterdagkrant, na deze zin kan je een speld horen vallen op Gipharts keukenvloer. Alwaar op de kachel de potten en pannen met woordenbrij reeds pruttelen voor aflevering 30.

De jaren ’70: niet saai maar in beweging

Het boek Nederland en de jaren zeventig van historicus Duco Hellema geeft duiding aan de Jaren ’70. Na de roerige jaren ’60 worden de jaren ’70 saai, conservatief of stagnerend genoemd. Onterecht volgens Hellema.

Recensie_Hellema_JarenZeventig(In zijn inleiding is Duco Hellema, als hoogleraar in de Geschiedenis Der Internationale Betrekkingen verbonden is aan het Departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis van de Universiteit van Utrecht, is volstrekt duidelijk. Dit boek is het product van een uit de hand gelopen hobby. Een persoonlijk retrospectief. Maar voor jaren ’70 nostalgie als het winnen van de Europacup door Ajax of het zangtalent van de populaire Heintje [http://nl.wikipedia.org/wiki/Hein_Simons] is geen plaats in het boek van Hellema. Toch is het ook een nostalgisch boek, toegespitst op politieke en maatschappelijke gebeurtenissen.

Er bestaat inmiddels een grote hoeveelheid literatuur over de jaren ’70, dus waarom nog eens een boek over deze periode in de Nederlandse geschiedenis? Volgens Hellema zijn er nogal wat verschillende visies op de jaren ’70. Zo spreekt journalist Henk Hofland in 1973 al van “De grote matheid”; na de roerige jaren ’60 lijkt Nederland ingedut.

Veel schrijvers delen deze mening. Hans Righart beschrijft de jaren ’60 in zijn boek De eindeloze jaren zestig uit 1995 als “het blakende zelfvertrouwen van een generatie die ervan overtuigd was de wereld opnieuw te kunnen beginnen”. Na deze “glanzende fata morgana” waren de jaren ’70 en ’80 “business as usual”. In het boek Jong in de jaren ’70(1993) van Ed van Eeden en Peter Nijssen valt te lezen dat de vernieuwingsdrang van de jaren ’60 teniet wordt gedaan door “belangenversnippering, hokjesgeest, vertrutting en de grote matheid”, waar Hofland het ook al over had.

 

 

 

 

 

 

 

De jaren ’70 waren in politiek opzicht juist niet zo ‘mat’. Op de foto links zien we minister van Justitie Dries van Agt (KVP) in debat met de Tweede Kamer over het gratieverzoek van de Drie van Breda (= oorlogsmisdadigers WOII). De foto rechts toont een Molukse treinkaper uit 1975 bij Wijster, Drenthe. (Foto’s: Wikimedia)


De lange jaren zeventig

Hellema spreekt dan ook liever van “De lange jaren zeventig”, die beginnen in 1968 en eindigen in 1982. Hij beschrijft in Nederland en de jaren zeventig hoe juist ideeën als democratisering en vrouwenrechten uit die opstandige jaren ’60 pas vorm krijgen in de jaren ’70. Je zou kunnen zeggen dat het gevecht begonnen is in 1968 maar dat de prijzen pas werden uitgereikt in de jaren ’70. En zo laat de schrijver zien dat de geest van die jaren zelfs nog rondwaart in de Nederlandse politiek van begin jaren ’80. Hellema geeft veel voorbeelden.

Na de rebellie van 1968 werd alles weer rustig, is een algemeen aangenomen stelling. Het lijkt toch een misvatting. Dolle Mina, studentenactie tegen een eigen bijdrage, stakingen georganiseerd door de vakbonden voor inkomensnivellering, acties van de Vereniging van Dienstplichtige Militairen, de strijd om de Nieuwmarkt waar in Amsterdam huizen werden afgebroken voor de metrolijn, en de acties tegen neutronenbommen en de kerncentrale in Dodewaard vonden allemaal plaats in de jaren ’70.

Beter langharig dan kortzichtig
In tal van maatschappelijke organisaties kwam de vernieuwing niet na de acties van 1968 maar juist in de jaren ’70. Zo zien we een grote verruiming van de individuele rechten van de mens in de gezondheidszorg, emancipatie, onderwijs en arbeid. Patiënten in psychiatrische inrichtingen kregen rechten, vrouwen werden niet meer ontslagen zodra ze in het huwelijk waren getreden. Vrouwen konden legaal abortus laten plegen in speciaal daarvoor ingerichte klinieken. Er kwamen nieuwe soorten onderwijs zoals de Open Universiteit en Moeder Mavo. En langharige dienstplichtigen als Rinus Wehrmann werden niet langer meer tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat zij weigerden hun haar te laten knippen.


Protesterende vrouwen voor het Binnenhof in 1974. Aanleiding was de dreigende sluiting van de abortuskliniek Bloemenhove door minister van Justitie Dries van Agt (KVP). Abortus was nog geen algemeen geaccepteerd recht en druiste in tegen de christelijke beginselen. (Foto: Wikimedia)

Oog voor details
Hellema heeft een mooi boek geschreven waarin hij niet alleen de grote lijnen belicht en in perspectief met de rest van de wereld zet. Hij heeft ook oog voor de kleine, gemakkelijk vergeten details, zoals de beroemde uitspraak van vakbondsleider Herman Bode tijdens een manifestatie van arbeiders: “Willen we naar De Dam, dan gaan we naar De Dam”. De demonstratie was verplaatst naar het RAI-complex omdat de overheid vreesde voor rellen tijdens de geplande demonstratie op de hoofdstedelijke Dam.

Aan het slot stelt Hellema dat Nederland aan het begin van de jaren ’80 bewust kiest voor de verrechtsing en individualisering van de maatschappij. Een wereldwijde trend zo lijkt het, maar tot een gedegen analyse van deze stelling komt hij verder helaas niet. Misschien komt die analyse in een nieuw boek: Nederland en de jaren tachtig.

Nederland en de jaren zeventig (2012), Duco Hellema, Uitgeverij Boom

Verder lezen en kijken:
► Bekijk de aflevering van Andere Tijden over de jaren ’70
► Bekijk een filmpje over de sloop van de Nieuwmarkt
► Kunstenaars, schrijvers, muzikanten en cabaretiers schrijven over opgroeien in de jaren ’70 in Paradijs bij het dashboardlicht van Henderson, J. en Jaeggi, A., Uitgeverij Tomas Rap
► Bekijk een filmpje met beelden van bekende gebeurtenissen uit de jaren ’70.

©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Etienne Stekelenburg, eindredactie: Inge den Boer, beeldredactie: Jos Groenendaal, foto’s: Wikimedia en Uitgeverij Boom

Boekrecensie: Lofzang op ex-premier ‘Mooie Barend’

Wilfred Scholten kreeg als eerste inzage in het persoonlijk archief van Barend Biesheuvel. Biografen die zich eerder aanboden bij de ex-premier werden geweigerd. Met Mooie Barend levert de auteur een kloek boek voor liefhebbers van parlementaire geschiedenis.

In de inleiding is het al gelijk duidelijk, Wilfred Scholten groeide op in het verzuilde milieu van de gereformeerde kerk. De NCRV-gids en de Trouw lagen naast elkaar op tafel. Men stemde steevast op de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) van Barend Biesheuvel (1920-2001).

Scholten steekt zijn bewondering voor de boerenleider, fractievoorzitter, landbouwminister en latere minister-president niet onder stoelen of banken. En misschien is het daarom dat het boek leest als een heldenroman waarin Biesheuvel een soort superman is.

Te eerlijk voor verzetswerk
Barend Willem Biesheuvel, de held in dit epos, groeit op in een welgesteld boerengezin in de Houtrakpolder bij Spaarndam. Vanaf zijn prille jeugd lijkt alles in het teken te staan van een briljante carrière. Zelfs in de oorlogsjaren is Biesheuvel stiekem nog druk met studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Wat hij verder in de oorlog deed of welke invloed het heeft op het leven de jonge student komen we in dit boek niet te weten. Biesheuvel is er altijd erg zwijgzaam over geweest, en Scholten kon blijkbaar niet meer boven water krijgen.

Volgens zijn leermeester Herman Dooyeweerd (1894-1977) paste het verzet niet bij de jonge Barend: “Hij was te eerlijk voor verzetswerk. Hij kon niet liegen zonder een blos op zijn wangen te krijgen.” Volgens zijn zus Stijn Biesheuvel mocht Barend niet in het verzet van Mies Meuring, zijn vriendin en latere echtgenote. Zichzelf onttrekken aan de arbeidsinzet en onderduiken om te kunnen studeren, was eigenlijk zijn enige daad van verzet. Zichzelf voorbereiden voor een doctoraal examen en een daaropvolgende glansrijke carrière.

Biesheuvel schiet als komeet omhoog
Biesheuvel, die op jonge leeftijd al verschillende bestuursfuncties uitoefent, richt zich volledig op het werken voor nationale en internationale agrarische organisaties. De band met het boerenbedrijf komt hem goed van pas. Op deze manier ontwikkelt Biesheuvel zich in besturen van Nederlandse, Europese en wereldwijde boerenorganisaties. Het is dé leerschool voor zijn politieke carrière binnen de ARP.

Als een komeet schiet de toekomstige premier omhoog en alles lijkt hem te
lukken. Hij is de geboren leider, de ideale schoonzoon, de trouwe vriend, de knappe verschijning, de man met een visie die het land moet gaan leiden. Kortom, Mooie Barend wordt afgeschilderd als een ware superheld

Zondagskind kan ook falen
Barend Biesheuvel maakt naam in de ARP als fractievoorzitter. Hij is vice minister-president en landbouwminister in de kabinetten Marijnen, Cals en Zijlstra. Maar wanneer Biesheuvel in 1967 als formateur en toekomstig minister-president een regering moet formeren, blijkt dat het zondagskind ook kan falen. Hij gaat de klus niet klaren. De kandidaten voor de ministerposten vindt hij te zwak en hij moet passen voor de opdracht.

Het duurt nog tot 1971 voordat hij dan eindelijk minister-president van twee niet zo succesvolle kabinetten wordt. In 1973 wordt het tweede kabinet Biesheuvel ontbonden wegens vervroegde verkiezingen.

Beëdiging van het eerste Kabinet Biesheuvel (1971-1972) op Paleis Huis ten Bosch op 6 juli 1971. Barend Biesheuvel staat rechts naast Koningin Juliana. (foto: Wikimedia)

Rebelse dochter
Mooie Barend is als biografie te gedetailleerd. Wil je over het leven van Biesheuvel iets te weten komen, moet je je wel door veel gedetailleerde politieke beschrijvingen van zaken als de Nacht van Schmelzer heen worstelen. Betrokkenen hebben hun dagboeken beschikbaar gesteld aan de auteur om nog eens uit de doeken te doen wat er toen precies gebeurde. Voor de liefhebbers van politieke geschiedenis is dat misschien mooi om te lezen. Voor een Biesheuvel-biografie lijkt dat allemaal niet nodig.

Zo lezen we pas op pagina 417 iets over het gezin Biesheuvel. Hoe vader Biesheuvel met zijn kinderen omging en hoe hij elke zaterdag een Muziek Expres voor zijn ietwat rebelse oudste dochter kocht. De invloed van Mies Biesheuvel op haar man wordt ook pas later in het verhaal bekendgemaakt. Haagse collega’s spreken zelfs over Kabinet Miesheuvel, en hoe Barend tijdens vergaderingen met zijn vrouw telefoneert alsof hij om goedkeuring vraagt. De invloed van mevrouw Biesheuvel op de Nederlandse politiek wordt overigens niet verder belicht. Al sprak ze wel in de ‘wij-vorm’ wanneer ze het over het werk van haar man had.

Werk en privé gescheiden
Biesheuvel probeerde werk en privé strikt gescheiden te houden. Scholten heeft die wens – waarschijnlijk vanwege zijn bewondering – gerespecteerd en schrijft meer over de politicus Biesheuvel, dan over de privépersoon Biesheuvel. De ex-premier heeft het werk van Scholten niet kunnen lezen omdat Mooie Barend in 2001 overleed. Over de inhoud van de lofzang zal Biesheuvel niet geklaagd hebben, maar vanwege de titel Mooie Barend zal hij zich misschien nog eens omgedraaid hebben in zijn graf. Vooral omdat hij zo’n enorme hekel had aan de bijnaam Mooie Barend.

Mooie Barend. Biografie van B.W. Biesheuvel 1920 – 2001. (2012), Wilfred Scholten, Uitgeverij Prometheus.