Dagboek van een werkzoekende #11

Het was weer tijd om mijn cv aan te passen. Je moet je cv uiteraard up-to-date houden. Nu ik van het UWV legaal vrijwilligerswerk mag doen bij De Bibliotheek Rijn en Venen moet ik dat wel even in mijn cv zetten; vrijwillig bibliotheekmedewerker in de Bibliotheek Nieuwkoop en redactielid op het kantoor van Bibliotheek Rijn en Venen in Alphen aan den Rijn.

uitkering

Ik heb mijn eerste nieuwsbericht getypt en ik vind het nu al leuk bij de bieb. Maar het levert geen inkomen op en het saldo op mijn spaarrekening slinkt met de dag. Het is duidelijk, ik moet mijn leven aanpassen aan mijn nieuwe inkomen. Geen onnodige uitgaven meer. Geen grammofoonplaten meer kopen en misschien abonnementen opzeggen. Geen dure gatenkaas maar gewoon pindakaas. Geen verse vleeswaren maar blikjes leverworst.

Ik hoorde vanochtend op de radio nog een item over schuldhulpverlening. Omdat schuldhulpverlening mij niet zo heel leuk lijkt had ik bedacht om het één en ander te gaan verkopen. Ik heb nog een zolder vol met boeken die ik kwijt kan. Maar helaas, ik mag van het UWV geen boeken verkopen. Niet omdat het een extra inkomen oplevert, nee omdat de tijd die ik besteed aan het verkopen van boeken niet kan besteden aan het vinden van een baan. Het zijn de ondoorgrondelijke regels en wetten van het UWV.

Over het UWV gesproken; vanochtend een sollicitatiebrief de deur uitgedaan naar het UWV. Ze zijn op zoek naar een Redacteur Klant & Service. Ik dacht nog, ze hebben een database vol met werkloze redacteuren dus waarom zouden ze een uitzendbureau inschakelen om een redacteur te zoeken. Duik in je database type ‘redacteur’ en laat via de werkmappen van betreffende redacteuren weten dat het UWV naar je op zoek is. Nee, de wegen van het UWV zijn vaak onbegrijpelijk. Maar ik heb bij het UWV gesolliciteerd.

Tijdens de UWV banenmarkt in Leiden heb ik gevraagd of het mogelijk is om met een uitkering te starten met een eigen bedrijf. Ik dacht dan kan ik vast voorbereidingen treffen. Uitzoeken hoe het werkt, mezelf inschrijven bij de Kamer van Koophandel en een website maken waar ik boeken en platen kan verkopen. Dan zie ik wel hoeveel ik moet afdragen van mijn genoten inkomsten. Maar daar had de man van het UWV hele andere ideeën over. Zodra ik mezelf inschrijf bij de KvK of een website ga maken moet ik 26% van mijn uitkering inleveren. Ik wist niet wat ik hoorde. Ik heb het nog maar eens gevraagd. En inderdaad hij zei het weer: “zodra je een KvK nummer hebt of aan een website gaat bouwen wordt je uitkering met 26% gekort”.

Mijn argument: “maar dan heb ik nog geen Euro verdiend”, was blijkbaar niet steekhoudend. “Vroeger was dat wel zo”, zei de man van het UWV. “Toen mocht je nog wel gewoon met behoud van je uitkering een eigen bedrijf beginnen en zodra je ging verdienen werd je uitgeschreven en kon je verder zonder uitkering. Nu proberen we mensen te stimuleren om extra hun best te doen om zo snel mogelijk geld te verdienen met een eigen bedrijf”.

Dus ik zeg:”Denk u nou werkelijk dat ik het nog in mijn hoofd haal om ook maar te proberen een eigen bedrijf te beginnen zonder klanten en vooral zonder inkomen?” Ik kan niet heel goed hoofdrekenen maar ik weet wel dat 70% van mijn laatst verdiende loon niet bijster veel is om van te leven en als ik daar nog eens 26% van moet inleveren wordt het wel heel erg krap allemaal. Volgens mijn berekening zou ik dan €861,– per vier weken op mijn rekening krijgen. Dat risico durf ik niet te nemen, helaas. Het plan om boeken en platen te verkopen kan dus respectievelijk in de boeken- en platenkast en zal ik moeten blijven schrijven. De ene na de andere sollicitatiebrief. Maar vooral heel sober leren leven.

 

Dagboek van een werkzoekende #10

de Bibliotheek De kogel is eindelijk door de spreekwoordelijke kerk, of in onderhavige geval, door de bieb. Na aanvankelijk afgewezen te zijn als vrijwilligerswerker voor de regionale bibliotheek Rijn en Venen, heeft het UWV in alle wijsheid besloten alsnog toestemming te geven voor een leer-werk-traject in de bibliotheek. Eerlijkheid gebiedt te melden dat wellicht de inspanning van mijn UWV werkadviseur het verschil heeft gemaakt. Ere wie ere toekomt, dat mag ook wel eens gezegd. 

Waar eerst nog argumenten op tafel kwamen om de weigering van mijn verzoek te verantwoorden liet de adviseur ook weten dat het misschien zinvol is om bezwaar te maken tegen het besluit. De regels zijn niet helemaal duidelijk. Zeker toen vertegenwoordigers in de politiek zich gingen mengen in het vrijwilligersdebat voor werklozen werd wel duidelijk dat er een verschuiving gaande is in de regelgeving. Mijn tweede verzoek werd gehonoreerd en ik was blij verrast toen mijn werkcoach mij belde om persoonlijk het goede nieuws te delen. Ik ben heel blij met het besluit en erg blij met de persoonlijke benadering. Het is zoveel prettiger om met een mens te spreken wanneer het om zulke belangrijke zaken gaat als werk en een kans op een nieuwe start.

Ik heb er geweldig veel zin in en ga snel beginnen. Ik ga bibliotheekwerk doen in Nieuwkoop en redactiewerk in Alphen aan den Rijn. Nu moet ik zorgen dat ik in aanmerking kom voor de opleiding, dat ik in aanmerking kom voor financiële ondersteuning om de opleiding te betalen en dat ik met de opleiding en mijn ervaring in de toekomst een betaalde baan kan vinden in de bibliotheekbranche. Ik heb goede hoop, ik grijp deze kans uiteraard met beide handen aan. Na mijn ontslag zag ik direct al kansen, geen problemen.

In november start de bibliotheek met de actie ‘Nederland Leest’ en er staan veel evenementen op de agenda. Ik heb direct een mooie klus om van deze activiteiten een verslag te schrijven voor de website.  Het begint goed; een ontmoeting met een schrijver in de bibliotheek van Alphen aan den Rijn. Op 14 november ontmoet ik schrijver Ronald Giphart. De schrijver met wie ik nog niet zo lang geleden, voorop de fiets met te zachte banden, over te harde keien in Utrechtse straten het Utrechtse nachtleven onderzocht.

Wij zijn de Stasi

Ik ben oud genoeg om mij te herinneren hoe we communistische geheime diensten als de Oost-Duitse Stasi, de KGB van de Sovjet Unie en de Securitate van de Roemeense dictator Nicolae Ceausescu kwalificeerden. Het waren die verwerpelijke diensten waar George Orwell in zijn boek 1984 ons voor gewaarschuwd heeft. Big Brother is watching you, die diensten controleerden elke stap die je zette. Je buurman, je leraar of misschien wel je eigen broer hield je in de gaten. Controleren of je wel voldeed aan de wensen van het regime. In de naam van veiligheid, hebben we inmiddels onze eigen Stasi gecreëerd. 

1984firstIn die gezellige ‘man in de straat’ interviews op bijvoorbeeld de Albert Cuypmarkt antwoorden mensen steevast: “Oh ik heb niks te verbergen”, op de vraag wat ze vinden van beveiligingscamera’s, klantenpasjes en andere methodes om je gedrag te volgen. Maar natuurlijk hebben we met z’n allen wat te verbergen.

Zou het voor je ziektekostenverzekeraar niet geweldig zijn om te weten als één van je ouders is overleden aan een ziekte die overerfelijk is? Die gaan dat soort risico’s niet aan en nemen gelijk hun maatregelen. Want er moet wel wat verdiend worden voor de aandeelhouders uiteraard.

Zou het voor een werving en selectiebedrijf die personeel voor de overheid rekruteert niet handig zijn wanneer ze van diezelfde overheid toestemming krijgt om je koopgedrag bij de Gall & Gall te checken? Jij spaart lekker veel Airmiles op je klantenkaart maar de recruiter ziet dat je als alleenstaande wekelijks meer dozen wijn mee naar huis sleept dan een gemiddeld goedlopend restaurant. Het is best handig om te weten wie je aanneemt voor een overheidsbaan. Maar misschien vind je het gewoon leuk om al die wijn in te kopen voor je vriendenkring omdat ze vinden dat jij er verstand van hebt.

De overheid doet altijd maar of we onveilig zijn en beschermd moeten worden, maar strikt genomen leven we in het veiligste tijdperk sinds de Tweede Wereldoorlog. De zogenaamde bescherming is verworden tot controle. We worden elke dag, elk uur misschien wel elke zes minuten gecontroleerd. Alles willen ze weten. En we werken er nog aan mee ook. We laten ons controleren. Want we hebben niks te verbergen.

Mocht er ooit weer eens een fout regime aan de macht komen, tenslotte geven ervaringen uit het verleden geen garantie voor de toekomst, dan liggen de gegevens voor dit regime voor het oprapen. Al lijkt het meer voor de hand te liggen dat de gegevens gewoon gehackt worden door slimme criminelen die wel wat kunnen verdienen aan al die data.

Wedden dat Big Brother mijn blog leest? Hij zal in ieder geval de documentaire Panopticon, de docu over jouw privacy van Peter Vlemmix gezien hebben. Ik kan iedereen die geïnteresseerd is in overheidscontrole en privacy deze documentaire aanraden. Er is vast iets te zien wat je nog niet wist van Das Leben der Anderen

 

 

De keuken van Giphart XXVI

Ronald Giphart, de schrijver van onder andere GiphPhileine zegt sorry, en Ik omhels je met duizend armen, schreef een feuilleton voor de weekend-editie van De Volkskrant.  Dat deed hij niet alleen. Via social media als de Facebook-pagina Volkskrant Feuilleton vroeg Giphart zijn volgers om tips, ideeën en liet hij af en toe een poll op hen los. Zo kreeg je een mooi kijkje in de keuken van een schrijver en het ontstaan van een verhaal, boek of in dit geval een feuilleton.

giphartHet is voltooid verleden tijd. Het feuilleton is klaar. En toen ik het de eerste keer las dacht ik, “die Ronald Giphart is een empathische goedzak, hij heeft zelfs mededogen voor zijn zelf gecreëerde hoofdrolspelers”.  Er gaat op het eind niemand dood, er is geen ruzie, de vriendinnengroep lijkt hechter dan ooit, ze hebben weer een crisis overleefd, op naar de volgende. Het feuilleton heeft een open eind.

Ik moest gelijk weer denken aan de sketch van Jiskefet waar proleet Johnny in een boekhandel een boek gaat zoeken voor zijn vriendin. De enige voorwaarde waaraan het boek moest voldoen was een open einde. Zoals in dit feuilleton als het ware. “Een open einde,  jaaa?” Maar helaas had het boek volgens de vriendin van Johnny helemaal geen open einde, met alle gevolgen van dien.

Tijdens de Bastaardgroepbijeenkomst heb ik nog geopperd om een afgerond apocalyptisch einde aan het feuilleton te breien. Naar het voorbeeld van de prachtige Engelse series This Life en Cold Feet. Maar toen liet Ronald al doorschemeren dat hij het einde bij die series wel heel triest vond.

Bij This Life valt de groep juristen uit elkaar tijdens een bruiloft na bekend wordt dat één van de karakters haar vriend belazerd heeft en vreemd gaat met haar baas. Bij Cold Feet komt Rachel Bradley, één van de hoofdkarakters in de serie, te overlijden als gevolg van een auto-ongeluk. Twee schitterende series met, voor mij, een mooi afgerond einde. Misschien dat het in een volgend leven weer goed komt, maar nu even niet. Dat gevoel.

In één van de twee Bastaardgroepbijeenkomsten hadden we wel gesproken over de optie om iemand te laten overlijden. Je bent als schrijver een God van je eigen universum, dus alles is mogelijk. Dat ongeluk zou dan plaatsvinden tijdens de nieuwjaarsduik. Maar wie? Kleine Kick, er is niets zo dramatisch als het verlies van een kind. Of Opa Kick, die in eerste instantie op het eiland was gekomen om zijn dood aan te kondigen. En wat dan te kiezen, wat klopt voor het verhaal? Ook kwam ter sprake dat Opa Kick de kleine Kick zou redden van de verdrinkingsdood, en daarbij zelf zou komen te overlijden.

De schrijver heeft mededogen, ook met Opa Kick. Die wordt opgetakeld door een heli van de reddingsmaatschappij na een geweldig monoloog te hebben afgestoken voor zijn toehoorders. Ondanks dat Giphart Opa Kicks stem laat bibberen, kan ik me niet voorstellen dat hij ineens in de heli de spreekwoordelijke pijp aan de nog spreekwoordelijkere Maarten geeft. Daarvoor was zijn monoloog te helder, te diep en had hij geen enkele moeite om zijn woorden te vinden.

De laatste woorden van Opa Kick beslaan ongeveer één derde van de hele krantenpagina. Dat is toch wel wat anders dan “Cool it  Brothers…” de laatste woorden van Malcolm X voordat hij werd vermoord, “Kiss me, Hardy” van Lord Nelson of “My fun days are over” de laatste woorden gesproken door James Dean vlak voor hij zijn sportwagen in de prak reed.

Nu dat het allemaal voorbij is blijf ik toch met een vraag zitten, dezelfde vraag die Bibi aan Kick stelt: “En waar heb jij de hele tijd uitgehangen?” We zullen het helaas nooit weten. En waar kwam hij zo ineens vandaan, zo uit het niets om zijn zoon en zijn vader te redden uit de winterkoude golven? Net op tijd even de held uithangen, en zijn vrouw verwijten dat zij niets doet. Hij had het kunnen weten, want had Giphart niet eerder iets geschreven over de verlammende angst die haar kan overspoelen? En als Giphart het weet moet Kick het ook weten, het is tenslotte zijn vrouw. Maar goed, Kick vraagt op zijn beurt hoe Bibi het in haar hoofd haalt om hem die vraag te stellen. Hoe het ook zij, het is geen makkelijk koppel, die Kick en Bibi.

Als de wagneriaanse storm is gaan liggen en iedereen veilig uit zee gesleept is begint Opa aan zijn monoloog. In het kort: ga lekker vreemd, pak wie je pakken kan, zolang je maar van je partner houdt. Opa Kick heeft duidelijk nog sporen van een uitbundig leven ten tijde van het hippietijdperk en de vrije seksuele moraal van de jaren zeventig. En hij heeft waarschijnlijk veel geluisterd naar “Mensch durf te leven” van Dirk Witte.

In het begeleidend interview met de titel Faceboek als redacteur van Carlijn Vis met Ronald Giphart doet de auteur uit de doeken dat het nog niet eens zo makkelijk was, dit experiment, maar dat hij er wel veel plezier aan beleefd heeft. De interactie met lezers, via Faceboek en Twitter heeft hem aangenaam verrast. En het was natuurlijk heel prettig te lezen wat Giphart over de bloggers te melden had. “Wat hem in die veertig weken het meest verraste en ontroerde, was de betrokkenheid van Etienne Stekelenburg en Theo Stepper, twee lezers die een blog bijhielden over het feuilleton”. 

Ik neem aan dat ik ook even voor Theo mag spreken en mag delen dat het voor ons een bijzondere reis was. We mochten meeliften op het verhaal van Giphart, die ons tijdens de reis af en toe liet uitstappen om de bezienswaardigheden van het schrijverschap te laten zien. Het is voor ons zeker een stimulans geweest om zelf ook te beginnen met schrijven. Dat is dan het cadeau dat we van Ronald Giphart hebben mogen ontvangen. Een opstapje naar het schrijven van een boek.

Aan het eind van het interview brengt Giphart chef Jonnie Boer ten tonele. Boer gaat ten allen tijde voor perfectie, maar de chef maakt ook wel eens een pasta voor zijn dochter. Het zal goed smaken, maar heeft niet de perfectie van zijn sterrenrestaurant. Zo kijkt Giphart ook naar zijn feuilleton. Het is niet zijn meesterwerk, en hij twijfelt of hij het ooit tot zijn oeuvre zal rekenen. Het feuilleton is als de pasta voor de dochter van een sterrenchef. Dus dat is wat ik telkens rook. Die geur uit de keuken van Giphart, niet zomaar een gewone pasta maar de pasta van een Michelinsterrenchef, bereid voor wat hem het allerdierbaarst is.

 

 

 

 

 

De keuken van Giphart XXIV

Ronald Giphart, de schrijver van onder andere GiphPhileine zegt sorry, en Ik omhels je met duizend armen, schrijft een feuilleton voor de weekend-editie van De Volkskrant.  Dat doet hij niet alleen. Via social media als de Facebook-pagina Volkskrant Feuilleton vraagt Giphart zijn volgers om tips, ideeën en laat hij af en toe een poll op hen los. Zo krijg je een mooi kijkje in de keuken van een schrijver en het ontstaan van een verhaal, boek of in dit geval een feuilleton.

giphartMijn vijfentwintigste blog alweer over het feuilleton van Giphart. Alhoewel ik het feuilleton vanaf de eerste aflevering met veel belangstelling gevolgd heb, heb ik niet consequent na iedere aflevering een blog geschreven zoals Theo Stepper dat wel na elke aflevering deed.   Ik bewonder zijn discipline. Soms las ik bij Theo in zijn blog dat we zonder dat we het van elkaar wisten op één lijn zaten. Andere keren belichtten we verschillende kanten van Ronald Gipharts feuilleton. Nu het eind nadert merken we allebei in onze blogs op dat de auteur in rasse schreden naar het einde schrijft.

Ik denk dat het verschil tussen een roman en een feuilleton het duidelijkst wordt aan het eind van het verhaal. Ik geloof dat het voor een roman niet zoveel verschil maakt of het verhaal afgerond is op pagina 473 of 476. Als het rond is op 473 is dat prima, als het nodig is om er drie pagina’s langer over te doen zal dat ook wel kunnen, zo lijkt mij. Misschien is het niet zo, maar het lijkt of je bij een roman wat meer ruimte hebt voor een mooie einde.

Bij dit feuilleton moet het klaar zijn op aflevering 40, je hebt geen aflevering 41 en de boel afsluiten op aflevering 39 is ook geen optie. Je hebt ook geen aflevering 40 en een beetje. Misschien dat Giphart het voor elkaar krijgt om wat meer ruimte te krijgen voor de laatste aflevering. Een soort dubbelaflevering wellicht die gewoon 40 genoemd wordt, maar dan nog heb je geen mogelijkheid om iets uit te lopen.

Het was in de laatste afleveringen dus wel duidelijk dat de feiten op tafel diende te komen. Dit wellicht om geen tijd en ruimte te verliezen aan sfeerbeelden, overpeinzingen en flashbacks naar het verleden.  De vaart zit er goed in en het is goed te zien dat Giphart tegen het einde zijn eigen plan trekt. Er is geen plaats meer voor Audience Participation Time zoals Frank Zappa het noemde wanneer hij de hulp van zijn publiek wenste op het podium. De hulp van het meelezende publiek op Twitter en Faceboek blijkt niet langer nodig. Geen polls meer die de plannen van Giphart nog kunnen verstoren.

Het verhaal loopt op zijn eind en de spanning loopt alleen maar op. Je voelt het bijna in elke zin. In de details die weggelaten worden. Want waar zou Kick uithangen? En in de details die we wel te weten komen. De smeuïgste details die we wel lezen, zoals de aanleiding tot het ongeluk waarin de vrouw van Silvijn is omgekomen. Een geweldig Giphart tafereel, alhoewel ik bekend ben met Gipharts werk had ik deze scene nooit aan zien komen. Het is ook geen wonder dat Kick niet op de begrafenis van zijn minnares aanwezig was, hij krijgt dat beeld ook nooit meer uit zijn hoofd natuurlijk. Hoe je het wendt of keert, hij is toch de oorzaak en het gevolg van haar dood. Onbedoeld uiteraard.

Op de vraag op de faceboekpagina of het huwelijk tussen Kick en Bibi standhoudt kan het enige antwoord nu toch alleen nog een keihard ‘Nee’ zijn, dacht ik zo. Dat Kick al de vriendinnen van Bibi langs is geweest voor wat avontuur lijkt mij voor Bibi toch al een reden om er een eind aan te breien. Maar nu ze weet dat hij ook nog andere dingen voor haar verzweeg, zoals zijn betrokkenheid bij de dood van een vrouw, zou je denken dat dat toch een laatste druppel zou zijn om haar te doen laten besluiten weg te gaan bij Kick.

En inderdaad, de volgende cliffhanger aan het eind van aflevering 38 van het feuilleton is dan ook dat Bibi haar jongste zoon Kick Jr. optilt en in zijn oor fluistert om er samen vandoor te gaan. Weg bij het feest? Weg van het eiland? Weg bij haar zogenaamde vriendinnen en weg bij de man van wie ze houdt maar wellicht nooit meer vertrouwt? De missie van Silvijn, om Bibi op te halen, lijkt kansloos. Met de nadruk op lijkt, want wie weet verdwijnt Bibi uiteindelijk toch nog met Silvijn. Je weet het tenslotte maar nooit in de liefde.

Over liefde gesproken: ik stel voor dat Corine Koole een interview met Bibi of Kick opneemt in het Volkskrant Magazine. Die hebben tenslotte genoeg stof om daarover een boekje open te doen in Koole’s rubriek ‘lust & liefde’.

Over lust gesproken: vandaag zag ik nog wat verleidelijke ‘Food Porn’, zoals mijn Amerikaanse vriendin Linda het ooit noemde, voorbij komen via de faceboekpagina van Ronald Giphart. Foto’s van de meest lustopwekkende gerechten, foto’s waarvan het water je in de mond loopt. Je reinste ‘Food Porn’ dus. Onze schrijver aan de lunch met Bart Chabot. Een feestmaal, tenminste zo zag het eruit. Wellicht inspiratie voor Giphart om voor de twee laatste afleveringen alles uit de keukenkastjes te halen en zijn lezers te verleiden met lekkers.

De keuken van Giphart XXIII

Ronald Giphart, de schrijver van onder andere GiphPhileine zegt sorry, en Ik omhels je met duizend armen, schrijft een feuilleton voor de weekend-editie van De Volkskrant.  Dat doet hij niet alleen. Via social media als de Facebook-pagina Volkskrant Feuilleton vraagt Giphart zijn volgers om tips, ideeën en laat hij af en toe een poll op hen los. Zo krijg je een mooi kijkje in de keuken van een schrijver en het ontstaan van een verhaal, boek of in dit geval een feuilleton.

giphartHet aftellen is begonnen, niet alleen omdat er nog maar drie afleveringen te gaan zijn voor het feuilleton van Giphart, ook in het verhaal zijn de feestgangers aan het aftellen naar het nieuwe jaar. Een nieuwe begin is ook altijd een reden om even terug te kijken naar wat geweest is. Bibi komt daarin tot de conclusie dat ze alles heeft verpest, dat haar man Kick alles heeft verpest, en dat iedereen alles heeft verpest. Niet echt een fijn idee om het nieuwe jaar in te gaan, zo lijkt mij.

In de zijlijn verteld Giphart dat bij het schrijven auteurs nog wel eens een zogenoemde logline gebruiken, als een geheugensteuntje, om hen bij de les te houden. Dat kan een zinnetje zijn, of in het geval van Giphart zelf soms een gedicht. Bij het schrijven van aflevering 37 had hij het gedicht Behoud van Hugo Claus naast zijn beeldscherm hangen. Toen ik las ‘Alles was voorbij. Liefde doodt’ in het monoloque intérieur van Bibi, dacht ik geen moment aan een gedicht van Hugo Claus maar aan Love Kills van The Ramones. Mijn associaties zijn meestal gelinkt aan muziek of aan Britse comedy van Monty Python, tot Little Britain of van The Young Ones tot The Office. Het gaat vanzelf, ik kan er niets aan doen.

Maar nu ik het gedicht van Hugo Claus gelezen heb, zie ik ook waarom Giphart het naast zijn beeldscherm had bij het schrijven van aflevering 37. En dat zijn gelijk van die momenten in het feuilleton waarvan ik denk:”Dank Ronald, voor het delen van je kennis en wetenswaardigheden.” Het is juist daarom zo prettig, de manier waarop Ronald Giphart zijn feuilleton schrijft. Je krijgt niet alleen een mooi verhaal, niet alleen een kijkje in de keuken van de schrijver maar ook nog eens minimaal één ‘weetje’ per aflevering. Als verzamelaar van nutteloze kennis is het altijd weer een verrassing voor mij als ik op zaterdag een nutteloos ‘weetje’ kan bijschrijven op de lijst van nutteloze kennis. Dat ga ik nog eens missen. Had ik zomaar het gedicht van Hugo Claus gelezen? Ik denk het niet.

Nog zo’n aangename wending in aflevering 37. Giphart laat zijn lezers niet achter met één cliffhanger, nee ditmaal zijn het er zelfs twee. Waar is Kick en wat wil Silvijn aan Bibi vertellen over de dood van zijn vrouw Nathalie en over Bibi zelf? En dan te bedenken dat in een eerder stadium Giphart niet zo’n zin had in cliffhangers, zoals we kunnen lezen in het artikel van Sara Berkeljon in een interview met de feuilletonschrijver van dienst. Niets is zo veranderlijk als een mens, nou ja het weer dan misschien maar de mens komt dan toch op een mooie tweede plaats.

Zoals ik in mijn vorige bijdrage al had gesuggereerd heeft Giphart al een blauwdruk liggen over de afloop van het feuilleton, de hoofdlijnen zijn bekend bij de auteur. Dat kan ook niet anders lijkt mij. In de zijlijn van aflevering 37 schrijft hij dan ook onder de kop Opzet dat hij voor de laatste drie afleveringen al een opzetje gemaakt heeft. En natuurlijk gaat hij daar niets over onthullen. Geen spoilers, je kan wel een idee hebben over wat er gaat gebeuren maar echt weten doe je het gelukkig ook niet.

Net zoals je soms kan ruiken wat er in de keuken bereid wordt, maar dan weet je nog niet wat er precies op tafel komt. Zolang het geen stamppot zuurkool is eet ik alles. Alleen de geur van zuurkool is al een reden om af te haken en een andere eetgelegenheid te zoeken. Vooralsnog ruik ik alleen oliebollen en appelflappen, logisch want er is nog steeds een oud en nieuwfeest gaande in het feuilleton. Lekker.