Dagboek van een werkzoekende #16

verwachting-150x150Het mooiste aan een verwachtingspatroon is dat je het altijd kunt bijstellen. Soms is dat ook nodig. Ik betrap me er wel eens op, waarschijnlijk omdat ik ook maar een mens ben, dat ik denk te weten hoe bedrijven, organisaties of mensen reageren. Volgens de Dikke Van Dale: ver·wach·tings·pa·troon, het – min of meer vastomlijnd idee van wat komen gaat, van wat men kan verwachten, gebaseerd op wat men van het betreffende fenomeen al weet.

Zo heb ik de laatste tijd nogal eens wat contact met het UWV. Uit eigen ervaringen, maar ook uit die van andere werkzoekenden, heb ik een bepaald beeld gekregen van deze organisatie. In dat beeld komt het UWV naar voren als een log en star apparaat dat vooral geen rekening houdt met degene die na meer dan dertig jaar gewerkt te hebben op straat wordt gezet omdat er gereorganiseerd moet worden. Zelden toont het UWV begrip en lijkt het hun corebusiness om deze lastposten zo snel mogelijk uit de uitkering te krijgen.

Vorige week werd ik gebeld door een medewerker van het UWV. Na zeven maanden is er een evaluatiegesprek over de voortgang als werkzoekende. Daarin wordt besproken wat je zoal kunt doen om de kans op het krijgen van een nieuwe baan te vergroten. In dit gesprek trof ik een prettige UWV-medewerker die de tijd nam, die mij een compliment maakte over hoe mijn cv eruit ziet en hoe ik mijn sollicitatie- en taakverplichtingen nakom. Hij gaf mij goeie tips en het gevoel dat ik mijn best doe als werkzoekende. Al met al een gesprek waar ik al die tijd al op gehoopt had. Er werken bij het UWV dus mensen die mijn verwachtingspatroon over deze organisatie kunnen bijstellen. En gelukkig wil ik dat.

Laatst heb ik gesolliciteerd op een functie bij een bibliotheek in de buurt. Ik zou graag in een bibliotheek werken. Een fijne sociale plek, lekker tussen de boeken met mensen die ook van boeken houden. Een bieb geeft mij een fijn gevoel. Het zijn mensen die betrokken zijn bij de samenleving. Dus direct geschreven op de vacature. Als ik voor 16 januari niets zou horen dan zit ik helaas niet bij de kandidatenselectie, zo las ik. Dat kan. Maar omdat ik graag verneem waarom ik niet bij de selectie zit schreef ik een e-mail met die vraag.

Het antwoord was nogal bot. Ik zit niet bij de selectie anders had ik wel wat gehoord. Daar moest ik het mee doen. Ontevreden over hoe deze mevrouw met sollicitanten omging schreef ik dat ik tijdens mijn werk als leidinggevende altijd kon beargumenteren waarom iemand niet werd aangenomen en dat ik dat dan persoonlijk deed in een brief of telefoontje. Omdat ze blijkbaar geïrriteerd raakte door mijn vraag schoof ze de email door naar een collega. “Ria, wil jij dit afhandelen” las ik onder de verklaring van Ria die mijn afwijzing beargumenteerde met de reden dat ik te ver weg woonde, toch al gauw zo’n 20 kilometer.

Ria had helaas de hele e-maildraad verzonden. En ik kon het niet laten Ria te bedanken dat ze ‘dit’ even heeft afgehandeld. Mijn verwachtingspatroon dat de bieb een sociale organisatie met maatschappelijk betrokken medewerkers is moet ik helaas bijstellen.