Een dag niets geleerd, een dag niet geleefd

Het belooft een prachtige dag te worden. Hartje zomer, een on-Hollandsche zomer deze keer. Het KNMI geeft een hittewaarschuwing, een zomerdag die angst inboezemt. Zo heet zal het dus worden.

folieDe digitale thermometer laat zien dat het om 8:00 uur al 25.8 graden is in de drukkerij. Op dat moment staan de droogtunnels, de UV-lampen en de printer nog uit. Deze warmtebronnen zullen de temperatuur vandaag nog laten stijgen. Ondanks de warmte gaat het weer een leerzame, inspirerende en vermakelijke dag worden in de drukkerij.

Ik krijg de taak om folie te verwijderen. Gelukkig heb ik het vaker gedaan, veel vaker zelfs, dus ik hoef niet meer ingewerkt te worden. Waar het bij het folie verwijderen om gaat is dat de beschermfolie van de kunststof platen afgehaald wordt. Dat is nog niet eens zo simpel, ik ben daarom blij dat ik die uren aan avondschool op de Grafische school aan de Amsterdamse Dintelstraat heb genoten.

Niet alleen daar, maar ook mijn staf en kadercursus op het Amsterdamse Grafisch Lyceum komt goed van pas. Net als overigens mijn ISBW cursus Leidinggeven. Een mooie cursus die je laat zien hoe je door het ontwikkelen van je communicatieve vaardigheden beter leiding kan geven. Zonder deze basis zou ik het folie verwijderen als een schier onneembare vesting tegemoet treden en mezelf geen raad weten met deze taak.

“Wat is de essentie van het folie verwijderen”, hoor ik je vragen. Dat zal ik je haarfijn uitleggen. Het materiaal, ditmaal transparante platen acrylaat van 1220 x 690 x 2 mm zijn voorzien van een beschermende folie aan beide kanten. De drukker drukt natuurlijk op het acrylaat en niet op de folie. Vandaar dat de folie aan één kant verwijderd wordt.

“En hoe doe je dat dan?”, is dan je volgende vraag zeker. Nou, men neme twee pompwagens die je op werkhoogte oppompt. Bukken is geen optie, je hebt maar één rug. Op één pompwagen staat de volle pallet met platen met folie, de andere pompwagen heeft een lege pallet waar je de ont-folie-de platen neerlegt. Van de stapel platen met folie pulk je van de bovenste een hoekje van het folie los, en zodra je het te pakken heb trek je het folie van de plaat. Daarna leg je de plaat op de andere pallet. En dat dan acht uur per dag, hoekje folie pakken, en het hele vel van de plaat trekken en de plaat op de andere pallet leggen. Een hoekje folie lospeuteren, dat beetpakken en de hele vel folie lostrekken. Dan de plaat zonder folie op de andere pallet… en nog een keer…. en nog een keer…..

Tijdens het hoekje folie lospeuteren, de folie in een ruk verwijderen en de plaat op de andere pallet leggen, heb je een hoop tijd om te denken. Je hoeft niet perse te bedenken hoe je de folie verwijdert, niet een hele moeilijke handeling. Het valt onder de categorie ‘bajeswerk’ of ‘socialewerkplaatswerk’. Niets mis mee, in de bajes moet ook werk zijn, en ook voor de mindervalide medemens met een Downsyndroom is het leuk als die klusjes kunnen doen. Maar terwijl ik dit soort werk doe denk ik regelmatig “wat ben ik in godsnaam aan het doen?”. Ik kan meer, ik heb ambities en ik wil best mijn hersens gebruiken.

Om niet depressief te worden luister ik illegaal naar mijn iPod. We mogen geen mp3 spelers of andere geluidsdragers gebruiken want dat komt de communicatie niet ten goede zo zegt men. Maar ik word gek als ik geen afleiding heb tijdens dat soort hersenloos werk. Ik combineer mijn geestdodende werk liever met wat educatieve informatie.

Zo hoor ik vandaag in de BBC History Extra podcast dat er vijftien miljoen Chinezen zijn omgekomen in de strijd tegen de Japanners tijdens de Tweede Wereldoorlog. En wij maar denken dat de Amerikanen in hun uppie de Japanners op de knieën heeft gekregen. Zonder de Chinezen zouden de Amerikanen waarschijnlijk geen schijn van kans hebben gehad, blijkt achteraf.

Zo leer ik ook via de BBC podcast dat in de Victoriaanse tijd, de heren hun vrouw gewoon op de markt mochten verkopen. Ik wist het niet. Toch weer een leermomentje tijdens de oeverloze arbeid. Ik leer veel tijdens mijn werk, over geschiedenis, over taal, over muziek en in het verleden zelfs een cursus Russisch gedaan. Maar niets over mijn werk helaas.

Als ik een moment heb van contemplatie, introspectie of zelfreflectie desnoods weet ik dat ik wat anders moet gaan doen. Acht uur per dag folie verwijderen is geen vak voor mij. Het wordt tijd dat ik iets vind waar ik mijn hersens weer eens kan gebruiken voordat mijn brein in slaap sukkelt om nooit meer wakker te worden door het monotone geneuzel waar ik nu in beland ben.

Eindredacteur is ook een vak

De muziekwebsite KindaMuzik is op zoek naar een eindredacteur. Mooie gelegenheid om mij daar eens in te verdiepen. Een mooie combinatie, muziek en schrijven. Typisch iets voor mij. Dus gelijk maar een sollicitatie de deur uit gedaan.

dt3Na het eerste contact krijg ik uitleg over wat zoal de bedoeling is. In mijn antwoord maak ik een kei van een faux pas door een joekel van een d/t fout te laten passeren. Dat kan natuurlijk niet als je een positie als eindredacteur ambieert. Hopelijk komt het allemaal nog goed.

Inmiddels mijn proefrecensies geredigeerd, de KindaMuzik Schrijfwijzer doorgenomen. Alles nog een keer nagekeken op fouten en niets kunnen ontdekken. Spannend, als ik maar nergens overheen gelezen heb. Natuurlijk de online naslagwerken er weer bijgehaald. Jammer dat ik mijn Van Dale woordenboeken niet meer op mijn pc krijg. Toch een hulpmiddel waar ik niet buiten kan. Ik hoop dat ik kan vertrouwen op ervaring.

We zullen zien wat het wordt, de proefrecensies zijn gepost. Het wachten is op het verlossende woord. Hoe het ook zij, mijn aanmelding voor een nieuwe cursus aan de Hogeschool van Utrecht zijn ook al verstuurd en bevestigd. In oktober weer elke week naar school voor een cursus Eindredactie. Ik heb er al zin in.

 

Denazificatie was een farce, en nog steeds.

Onlangs las ik een artikel in De Volkskrant. Het betrof geheimhouding van het Eichmann-dossier. Na het lezen van het artikel vraag ik me af hoe zoiets in het moderne Duitsland nog mogelijk is. Het gaat om het volgende:   

eichmann_ssDe Duitse geheime dienst BND mag een deel van zijn dossiers over Adolf Eichmann geheimhouden. Dit heeft de Duitse Raad van State in Leipzig donderdag beslist. De grootste krant van Duitsland had volledige inzage geëist in het dossier van de ‘architect’ van de Holocaust.

Als reden geeft de Duitse Inlichtingendienst dat de informatie belastend kan zijn voor de Bondsrepubliek en voor de privacy voor bepaalde personen. Hoe kan Eichmann de huidige  BRD nog schade toebrengen, na alle schade die hij al heeft aangebracht? Erger kan het niet worden zou je denken. En welke mensen moeten er nog beschermd worden? En hoe is het mogelijk dat al die tijd de dienst wist waar de beulen naartoe gevlucht waren?

Het is eigenlijk doodeng dat in het hedendaagse Duitsland dit beleid nog steeds gehandhaafd wordt. Het gaat ver. Archiefmateriaal achterhouden, het niet uitleveren van oorlogsmisdadigers en het belonen van voormalige SS’ers. Waarom kunnen misdadigers als Klaas Carel Faber ongestoord leven in Duitsland? Waarom worden ze niet uitgeleverd? Aan de andere kant wilde de Bondsrepubliek wel heel graag de in Nederland gearresteerde RAF terroristen.

Al die keren dat ik in Stuttgart bezig was met het verslaan van tenniswedstrijden, met het interviewen van dartele tennisspeelsters en aanzat bij de persconferenties dacht ik: ‘Waarom moet dat in de Hanns-Martin-Schleyer-Halle?  Wie haalt het in zijn hoofd om een tennishal te noemen naar een nationaalsocialistische SS Untersturmführer? Zijn ze helemaal krankjorum in Duitsland of lijkt dat maar zo?’

Tijdens het ABN tennistoernooi, de Ahoy Hal in Rotterdam maar omtoveren tot de Henk-Feldmeijer-Tennishal? In Duitsland zou het kunnen, sterker nog… het bestaat.

 

De keuken van Giphart XXVI

Ronald Giphart, de schrijver van onder andere GiphPhileine zegt sorry, en Ik omhels je met duizend armen, schreef een feuilleton voor de weekend-editie van De Volkskrant.  Dat deed hij niet alleen. Via social media als de Facebook-pagina Volkskrant Feuilleton vroeg Giphart zijn volgers om tips, ideeën en liet hij af en toe een poll op hen los. Zo kreeg je een mooi kijkje in de keuken van een schrijver en het ontstaan van een verhaal, boek of in dit geval een feuilleton.

giphartHet is voltooid verleden tijd. Het feuilleton is klaar. En toen ik het de eerste keer las dacht ik, “die Ronald Giphart is een empathische goedzak, hij heeft zelfs mededogen voor zijn zelf gecreëerde hoofdrolspelers”.  Er gaat op het eind niemand dood, er is geen ruzie, de vriendinnengroep lijkt hechter dan ooit, ze hebben weer een crisis overleefd, op naar de volgende. Het feuilleton heeft een open eind.

Ik moest gelijk weer denken aan de sketch van Jiskefet waar proleet Johnny in een boekhandel een boek gaat zoeken voor zijn vriendin. De enige voorwaarde waaraan het boek moest voldoen was een open einde. Zoals in dit feuilleton als het ware. “Een open einde,  jaaa?” Maar helaas had het boek volgens de vriendin van Johnny helemaal geen open einde, met alle gevolgen van dien.

Tijdens de Bastaardgroepbijeenkomst heb ik nog geopperd om een afgerond apocalyptisch einde aan het feuilleton te breien. Naar het voorbeeld van de prachtige Engelse series This Life en Cold Feet. Maar toen liet Ronald al doorschemeren dat hij het einde bij die series wel heel triest vond.

Bij This Life valt de groep juristen uit elkaar tijdens een bruiloft na bekend wordt dat één van de karakters haar vriend belazerd heeft en vreemd gaat met haar baas. Bij Cold Feet komt Rachel Bradley, één van de hoofdkarakters in de serie, te overlijden als gevolg van een auto-ongeluk. Twee schitterende series met, voor mij, een mooi afgerond einde. Misschien dat het in een volgend leven weer goed komt, maar nu even niet. Dat gevoel.

In één van de twee Bastaardgroepbijeenkomsten hadden we wel gesproken over de optie om iemand te laten overlijden. Je bent als schrijver een God van je eigen universum, dus alles is mogelijk. Dat ongeluk zou dan plaatsvinden tijdens de nieuwjaarsduik. Maar wie? Kleine Kick, er is niets zo dramatisch als het verlies van een kind. Of Opa Kick, die in eerste instantie op het eiland was gekomen om zijn dood aan te kondigen. En wat dan te kiezen, wat klopt voor het verhaal? Ook kwam ter sprake dat Opa Kick de kleine Kick zou redden van de verdrinkingsdood, en daarbij zelf zou komen te overlijden.

De schrijver heeft mededogen, ook met Opa Kick. Die wordt opgetakeld door een heli van de reddingsmaatschappij na een geweldig monoloog te hebben afgestoken voor zijn toehoorders. Ondanks dat Giphart Opa Kicks stem laat bibberen, kan ik me niet voorstellen dat hij ineens in de heli de spreekwoordelijke pijp aan de nog spreekwoordelijkere Maarten geeft. Daarvoor was zijn monoloog te helder, te diep en had hij geen enkele moeite om zijn woorden te vinden.

De laatste woorden van Opa Kick beslaan ongeveer één derde van de hele krantenpagina. Dat is toch wel wat anders dan “Cool it  Brothers…” de laatste woorden van Malcolm X voordat hij werd vermoord, “Kiss me, Hardy” van Lord Nelson of “My fun days are over” de laatste woorden gesproken door James Dean vlak voor hij zijn sportwagen in de prak reed.

Nu dat het allemaal voorbij is blijf ik toch met een vraag zitten, dezelfde vraag die Bibi aan Kick stelt: “En waar heb jij de hele tijd uitgehangen?” We zullen het helaas nooit weten. En waar kwam hij zo ineens vandaan, zo uit het niets om zijn zoon en zijn vader te redden uit de winterkoude golven? Net op tijd even de held uithangen, en zijn vrouw verwijten dat zij niets doet. Hij had het kunnen weten, want had Giphart niet eerder iets geschreven over de verlammende angst die haar kan overspoelen? En als Giphart het weet moet Kick het ook weten, het is tenslotte zijn vrouw. Maar goed, Kick vraagt op zijn beurt hoe Bibi het in haar hoofd haalt om hem die vraag te stellen. Hoe het ook zij, het is geen makkelijk koppel, die Kick en Bibi.

Als de wagneriaanse storm is gaan liggen en iedereen veilig uit zee gesleept is begint Opa aan zijn monoloog. In het kort: ga lekker vreemd, pak wie je pakken kan, zolang je maar van je partner houdt. Opa Kick heeft duidelijk nog sporen van een uitbundig leven ten tijde van het hippietijdperk en de vrije seksuele moraal van de jaren zeventig. En hij heeft waarschijnlijk veel geluisterd naar “Mensch durf te leven” van Dirk Witte.

In het begeleidend interview met de titel Faceboek als redacteur van Carlijn Vis met Ronald Giphart doet de auteur uit de doeken dat het nog niet eens zo makkelijk was, dit experiment, maar dat hij er wel veel plezier aan beleefd heeft. De interactie met lezers, via Faceboek en Twitter heeft hem aangenaam verrast. En het was natuurlijk heel prettig te lezen wat Giphart over de bloggers te melden had. “Wat hem in die veertig weken het meest verraste en ontroerde, was de betrokkenheid van Etienne Stekelenburg en Theo Stepper, twee lezers die een blog bijhielden over het feuilleton”. 

Ik neem aan dat ik ook even voor Theo mag spreken en mag delen dat het voor ons een bijzondere reis was. We mochten meeliften op het verhaal van Giphart, die ons tijdens de reis af en toe liet uitstappen om de bezienswaardigheden van het schrijverschap te laten zien. Het is voor ons zeker een stimulans geweest om zelf ook te beginnen met schrijven. Dat is dan het cadeau dat we van Ronald Giphart hebben mogen ontvangen. Een opstapje naar het schrijven van een boek.

Aan het eind van het interview brengt Giphart chef Jonnie Boer ten tonele. Boer gaat ten allen tijde voor perfectie, maar de chef maakt ook wel eens een pasta voor zijn dochter. Het zal goed smaken, maar heeft niet de perfectie van zijn sterrenrestaurant. Zo kijkt Giphart ook naar zijn feuilleton. Het is niet zijn meesterwerk, en hij twijfelt of hij het ooit tot zijn oeuvre zal rekenen. Het feuilleton is als de pasta voor de dochter van een sterrenchef. Dus dat is wat ik telkens rook. Die geur uit de keuken van Giphart, niet zomaar een gewone pasta maar de pasta van een Michelinsterrenchef, bereid voor wat hem het allerdierbaarst is.