Mettes: zijn grafisch vakwerk in lijsten

Het Utrechtse Spoorwegmuseum exposeert tot en met 10 februari 2013 het grafisch werk van illustrator Frans Mettes (1909 – 1984). Mettes bepaalde met zijn werk decennialang het beeld van de Nederlandse spoorwegperrons en maakte daarmee Reclame om in te lijsten.

Het Spoorwegmuseum heeft de grootste en belangrijkste affichecollectie in Nederland. Ze hebben een paar duizend spoorwegaffiches en nog eens duizenden posters van de Alrecon collectie. Alrecon was een dochtermaatschappij van de Nederlandse Spoorwegen die alle reclame-uitingen verdeelde over de Nederlandse stations. In deze collectie is ook het werk van Mettes opgenomen.

Affichemaker en verzamelaar Gielijn Escher heeft een mooie tentoonstelling samengesteld met het werk van Frans Mettes.

Cassandre als inspiratiebron
Frans Mettes begon zijn loopbaan op 18-jarige leeftijd en zou tot zijn overlijden in 1984 productief blijven. Na een tekenopleiding raakte hij als huis- en decoratieschilder geïnspireerd door de muurreclames in de stad. Zijn grote inspiratiebron werd de Franse affichevirtuoos A.M. Cassandre (1901 – 1968), die tussen 1927 en 1931 voor Nederlandse bedrijven werkte. De bekendste Nederlandse werken van Cassandre zijn ongetwijfeld de Droste-mascotte en de affiches voor de Holland-Amerika Lijn.

Tot 1940 maakte Mettes voornamelijk film- en spoorwegaffiches, waaronder een affiche voor Marlene Dietrichs film Angel uit 1937. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog ging Mettes zich meer toeleggen op het vervaardigen van affiches voor consumentenproducten. Hij had vooral veel rookwaren- en drankenproducenten als klant. Maar ook bedden-, chocolade-, en parfumproducenten waardeerden het werk van Mettes. Het doel van Mettes was om blikvangers te maken. Afbeeldingen waar de op het perron wachtende mensen niet omheen konden.

Van schilderij tot affiche
Voor de affiches gebruikte Mettes gouacheverf, waarmee hij op ware grootte de afbeeldingen schilderde. Zoals de prenten op het station hingen, zo schilderde hij ze ook. Toch beschouwde Mettes zichzelf meer als vakman in de reclamebranche dan als kunstenaar. Na het schilderen kwam de lithograaf die voor het drukken bepaalde welke kleuren en hoeveel drukgangen er nodig waren, waarna men de offsetplaten vervaardigde en de posters in offset gedrukt konden worden. Mettes hanteerde een herkenbare stijl met veel contrasten en kleuren. Hij gaf ook wel eens een humoristische toets aan het werk, voor extra aantrekkingskracht.

Alsof je op de trein staat te wachten
Het werk van Mettes is te zien in een ruimte die wel wat weg heeft van een perron. Met een locomotief en het oude aankomst- en vertrekbord op de achtergrond is het net alsof je op de trein staat te wachten, dus die sfeer is goed gevangen. Alleen door het ontbreken van wind, tocht en wat stationsgeluiden voel je dat je in een museum bent.

De titel van de tentoonstelling, Reclame om in te lijsten, dekt de lading. Alles is mooi ingelijst. Het blijft echter onduidelijk waarom samensteller Escher voor deze affiches gekozen heeft. Is dit het beste werk of het enige werk dat men van Mettes in het archief heeft? Op de begeleidende tekstborden is veel nuttige informatie over Mettes en zijn werk te lezen. Maar niet de reden voor deze tentoonstelling. Wat Mettes onderscheidt van andere reclameschilders wordt helaas niet belicht.

Een gemiste kans
In de tentoonstelling wordt ook een video vertoond, waarin te zien is hoe in het veilinghuisVan Sabben in Hoorn de mooie affiches geveild worden. Conservator Escher heeft bij Van Sabben voor het Spoorwegmuseum regelmatig een aankoop gedaan om de museumcollectie uit te breiden. Het blijft echter jammer dat al dat mooie grafische werk dat het museum bezit ongezien in een archief zit opgesloten. Het zou voor de bezoeker interessant zijn om een gedigitaliseerd affichedepot op een interactief scherm te verkennen. Wat dat betreft een gemiste kans van het Spoorwegmuseum. Op de veiling veel geld betalen voor affichekunst en dan de aankopen opbergen in een depot is eigenlijk zonde.

De affiches zijn inmiddels meer dan posters om producten mee te verkopen; ze zijn kunstvoorwerpen. De liefhebbers van affichekunst zullen genieten van de getoonde werken. Al is het aanbod een beetje te beperkt. Vooral wanneer je bedenkt dat er nog duizenden kunstwerken onzichtbaar voor het publiek in het archief opgeborgen zijn.

► De tentoonstelling Reclame om in te lijsten is tot en met 10 februari 2013 te zien in het Spoorwegmuseum te Utrecht.

Verder lezen & kijken: 
► De boekomslagen voor Bob Evers van Frans Mettes.
► Een greep uit de affichekunst van toen en nu.

©GeschiedenisBeleven.nl, auteur: Etienne Stekelenburg, eindredacteur: Sofie Mulders, foto’s: Spoorwegmuseum en Etienne Stekelenburg

Tijd voor de lijstjes van 2012

Aan het eind van het jaar worden we weer bestookt met lijstjes. Het beste, het slechtste, het lekkerste of het mooiste van 2012. Ik doe maar gewoon mee aan die gewoonte. In volstrekt willekeurige volgorde uiteraard. 

  • Mooiste wandeling van 2012

Vos in WaterleidingduinenWaterleidingduinen op 24 maart. Heerlijk voorjaarszonnetje en een close encounter met vossen. Wat een heerlijk gebied is dat. Ik was er nooit eerder geweest. Er is van alles, bos, water, duin, heide en grazige weiden. Ook leuk om al die verschillende dieren onderweg tegen te komen.

  • Mooiste expositie

Rotterdam Art Fair Art Fair Rotterdam 12 februari, geweldig mooi werk gezien van kunstenaars waar ik nog nooit van gehoord had. Veel variëteit aan kunstwerken. Vooral de fotografie vond ik erg mooi.

  • Beste restaurant

eetcafe-loetjeCafé Loetje, Johannes Vermeerstraat, Amsterdam. Zonder enige twijfel. Wat een geweldige biefstuk. Lekker veel jus en mooie verse salades erbij met mooie frieten. Simpel, maar om je vingers bij op te vreten zo goed.

 

  • Beste concert

DeWolff, 3 november in het Patronaat in Haarlem. Wat een band is dat zeg. Die gasten knallen als een waanzinnige, maar je moet wel van jaren-zestig-muziek houden. Je hoort bij DeWolff invloeden van The Doors, Led Zeppelin, Deep Purple en dat soort muziek. Instrumentbeheersing voor alle drie een vette 9. Het zijn ook geen zoutpilaren die stilletjes hun ding doen maar ze maken er wat moois van, ook om te zien. Gelukkig mag ik 11 januari weer, maar dan in P60 in Amstelveen.

  • Beste festival

Ali B  (Large) (003 )Dat was het enige festival waar ik geweest ben, het theaterfestival De Parade. Zowel in Utrecht als in Amsterdam weer een topavond. Leuke kleine voorstellingen gezien. Ali B had ongetwijfeld de meest verrassende show. Erg gelachen, goeie humor heeft die gast. Ook erg genoten van Ellen ten Damme, wat een geweldige muzikant is ze toch.

  • Beste uitje

Altijd leuk bij Echt Gebeurd in Toomler. De aflevering ‘Post’ van 21 oktober was hilarisch met verhalen van onder andere Marc Marie Huibrechts en Jan Jaap van der Wal. Een heel gezellig zondagmiddaguitje daar bij Toomler onder het Hilton Hotel in AmsterdamToomlerEchtGebeurd

  • Grootste teleurstelling 

Twee grote teleurstellingen, omdat ze allebei even erg waren. De Floriade in Venlo en Unseen, de internationale fotografiebeurs in het Westerpark in Amsterdam. Gewoon niet bieden wat ze beloven. Jammer en nog duur ook.

  • Grootste verrassing

Het album van Lavinia Meijer was een aangename verrassing. De harpiste heeft veel werk gemaakt van de composities van Philip Glass, The Hours en Methamorphosis. Maar je moet wel van minimale muziek houden. Bij één recensie las ik, ‘het is allemaal hetzelfde’. Gelukkig lekker minimaal dus.

  • Mooiste kado

Een schitterend vloerkleed mogen uitzoeken. Een kado van mijn ma. DSC_0155

  •  Beste aankoop

DSC_0161Mijn Fender Precision Bass uit 1975. Wat een heerlijk instrument is dat. En speelt zo anders dan mijn Rickenbacker 4001 uit 1977. Omdat er ook een Fender Jazz bas element op zit was hij goedkoper dan een vintage P bas. Scheelt toch gauw 1000 euro, dus dan maar met een extra Jazz bas element. Niks mis mee, maar ik gebruik alleen het P bas element.

 

 

 

Shuffle door de muziekgeschiedenis

Regelmatig word ik zo’n 40 jaar teruggegooid in de muziekgeschiedenis. Dat kan als je een iPod met 15.400 liedjes, en een bepaalde leeftijd bereikt hebt. Van het één op het andere lied ben je op een heel andere plek in een andere tijd. Denk je aan iemand die al jaren uit je hoofd is. Of weet je nog precies waar en met wie je was toen je de plaat voor het eerst hoorde. Gewoon even de tijdmachine in je hoofd aanzetten.

Laatst werd ik, tussen hedendaagse pophelden als Muse en Arctic Monkeys door, weer eens teruggeworpen naar 1978. Mijn muzikale referenties waren toen vooral Queen, Roxy Music, David Bowie en The Velvet Underground. En ik was de punkrock als The Sex Pistols, The Stranglers, Generation X, en Siouxie and the Banshees aan het ontdekken.

Op een dag in 1978 kreeg ik van mijn muziek-, en klasmaatje Willem O. wat platen mee naar huis. Hij had duidelijk een andere muzieksmaak. Muziek en bands waar ik het bestaan niet van kende. Thuisgekomen leg ik de eerste plaat op de draaitafel en hoorde iets dat ik nooit eerder gehoord had. Die plaat was een schot in de roos en heeft voor de rest van mijn leven bijgedragen aan mijn muzieksmaak.

Toen ik in september 2010 bij VPRO’s Nationale Nederpopnacht Robert Jan Stips, Ron van Eck en Marco Vrolijk bezig zag en genoot, was Willem O. ook weer even in mijn hoofd. Willem was tenslotte degene die mij met die langharige hippies kennis had laten maken.

Intussen is Ron van Eck op 20 juli in 2011 overleden, hij had met vereende krachten nog in Eindhoven mee kunnen spelen ondanks zijn ziekte. In 2000 was fluitist Sacha van Geest al overleden. Gelukkig is hun muziek onsterfelijk en komt het album ‘Present From Nancy’ van Supersister nog regelmatig langs op de iPod.

Misbruik van het woord

Het woord is de afgelopen week vaak gebruikt, of misbruikt eigenlijk. Respect. Het wordt voor alles en nog wat gebruikt. Zeker na de moord op de grensrechter uit Almere is het weer heel vaak uit de kast gehaald. Alles zou te maken hebben met een gebrek aan respect. 

Respect is inmiddels uitgemolken tot een betekenisloze kreet. Vele voorbeelden zijn er de laatste jaren voorbijgekomen. Een veertienjarig opgeschoten mannetje dat tegen een agent schreeuwt:”Hee man, je moet respect voor mij hebben”.  Een stadion waarin iedereen een A-4tje omhoog houdt met de tekst: ‘Zonder respect, geen voetbal’. En het voetbal gaat dus gewoon door, blijkbaar. Hoezo, geen voetbal? Volgens mij is er gewoon gevoetbald in het weekend na de moord op de grensrechter.

Ik heb altijd begrepen dat je respect moet verdienen. Respect opeisen is volgens mij waar het meteen al fout gaat. En waarom zou ik iemand respecteren die een religie aanhangt dat mensen buitensluit? Waarom zou ik respect hebben voor een militair die voor zijn werk mensen vermoordt?

Voor iemand die vanuit zijn religieuze beleving mensen te hulp schiet heb ik overigens wel respect. Ook voor mensen die niet vanuit een religieuze overweging helpen. Ik heb ook respect voor militairen die vanuit hun vliegtuig hulpgoederen uitwerpen naar mensen in nood.

Volgens mij hoef je namelijk niet voor iedereen respect te hebben. Al wordt dat in de media wel gesuggereerd, Respect moet. Maar ik zou graag zelf bepalen wie ik respecteer en wie niet.

“Dit mag nooit meer gebeuren” hoor ik Michael van Praag zeggen tijdens de herdenking in Almere. Nee, nooit meer. Maar als het volgende week weer gebeurt, wat dan? De wereldoorlog van 1914 tot 1918 was ‘the war to end all wars’ en er zouden er nog velen volgen. En niemand die er wat aan deed.

 

 

 

De slapende redactie

Er staat nog wel eens wat onzin in kranten en tijdschriften. Soms is het gewoon een foutje. Zo’n foutje dat iedereen over het hoofd ziet. Er zijn foutjes die door zowel de schrijver als de eindredactie over het hoofd gezien worden. Zelfs wanneer het tegenovergestelde van wat de schrijver beweert op dezelfde pagina staat. 

Zoals in het Volkskrantartikel over Sharmeela de Roo, een vrouw met problemen van psychische aard. Ze pleegt zelfmoord door van een flat te springen. Een triest verhaal. Ze heeft haar verhaal kunnen vertellen in het boek Spiegelbeeld. De schrijfsters Maud Effting en Janny Groen refereren aan de omslag van het boek. “Op de kaft kijkt ze stralend in de lens…”

Echter dat is nou juist niet het geval, ze kijkt weg. Hadden ze de omslag van het boek niet op dezelfde pagina gezet was het niemand opgevallen. Nu lijkt het een rare fout. Iemand in de lens laten kijken terwijl ze dat juist niet doet. Is een kleinigheid natuurlijk maar omdat het onderwerp gaat over iemand met een gemankeerd zelfbeeld wordt het ineens wel belangrijk.