Bewonder het varken 05049

Bij het lezen van het boek PIG 05049 van vormgever Christien Meindertsma vraag ik me af hoe het mogelijk is dat een dier dat ons zoveel geeft, tegelijkertijd zo respectloos mishandeld wordt. Meindertsma laat zien dat leven zonder varkens als 05049 bijna niet meer mogelijk is in de huidige maatschappij. 05049 wordt niet alleen gebraden, gegrild, gerookt of gekookt. Door 05049 kunnen mensen ook weer gezond verder leven.

Ik voel mee met de vegetarische mens. Ze doen zo bewonderenswaardig hun best om zich niet in te laten met dierenmishandeling. Het is hun protest tegen onverdoofd castreren, het volspuiten met antibiotica en groeihormonen, het uren achtereen en opeengepakt vervoeren en het opsluiten onder claustrofobische toestanden in megastallen.

Helaas ontkomt de vegetarische medemens ook niet aan het consumeren van bijvoorbeeld varken 05049. Of de vegetariër zou zich moeten onthouden van gebruik van papier, inkt, bier, wijn, fotomateriaal, behang, verf, autolak, sigaretten, wijnkurken, batterijen, koper, lijm, lucifers, ijsjes, drop, brood en nog heel veel meer. En natuurlijk zou de vegetariër elk medicijn moeten weigeren. Het is al met al onmogelijk om niets te gebruiken wat van varkens afkomstig is.

En oh ironie, wanneer de islamitische en joodse varkenshaters uit Palestina en Israël elkaar beschieten met munitie, bestoken ze elkaar met varken. Omdat voor de productie van munitie gelatine nodig is. Misschien wel de gelatine van PIG 05049.

Muzikale zoektochten

In de voortdurende zoektocht naar het beste wat muziek te bieden heeft word je soms geholpen door een vriend, tv, radio, of een onverwachts optreden. In dit geval werd ik naar de bron van mijn nieuwe ontdekking geleid door een button op de jas van Johnny Rotten.

Eind jaren zeventig verslond ik alle berichten over de zanger van The Sex Pistols en Public Image Ltd. Op één van de foto’s die ik op mijn muur geprikt had droeg Johnny een button met de tekst ‘Steel Pulse’. Zie de foto onder. Geen idee wat het was, maar ik moest en zou er het mijne van weten.

Johnny bleek een groot liefhebber van reggae. Ik kende Bob Marley maar ik was niet heel erg onder de indruk van zijn muziek. Maar toen ik uiteindelijk de muziek van Steel Pulse hoorde werd alles anders. Dat sprak gelijk aan, en er was dus meer dan ‘No Woman No Cry’. Dieper graven in de reggaeplatenbakken, veel luisteren. En dan thuiskomen met opgedoken parels zoals Steel Pulse, Black Uhuru, Burning Spear, Linton Kwesi Johnson en Ini Kamoze.

Voor het ontdekken van de wat obscure dubreggae werd ik geholpen door het jarentachtig radioprogramma Spleen waarvan ik steevast het reggaekwartiertje opnam op de oude spoelenrecorder. Er gaat inmiddels geen zomer meer voorbij zonder die luie Jamaicaanse klanken. Soms dagen achtereen. En dat allemaal door die onruststoker Johnny Rotten.

Rotten Steel Pulse

Andere Tijden Jaren ’70 Special

Het NTR-programma Andere Tijden is een speciale uitzending over de jaren ’70 aan het voorbereiden. Via de site Geschiedenis 24 vroegen ze om bijdragen van kijkers. Ik heb dus gelijk maar mijn jaren ’70 belevenissen ingestuurd en kreeg gister een e-mailbericht dat een deel van mijn tekst gebruikt zal worden.

Beste Etienne,

Heel erg bedankt voor je reactie op mijn oproep. We gaan een deel van je tekst als voice over gebruiken. Het betreft het stuk over de cornuco chips en de sputnik. Erg leuk. De tekst zal gelezen worden door Felix Meurders.

Met vriendelijke groet,

Hein  Hoffmann

Mijn bijdrage zoals ik die ingeleverd heb.

• Waar woonden jullie?

Geboren en getogen in Nieuwkoop, een dorp in het Groene Hart. Mijn ouders kwamen uit Hilversum en Emmen en dat waren eigenlijk ook de enige plaatsen waar we in de jaren ’70 dan geregeld kwamen. Verder dan de randgemeenten rondom Nieuwkoop kwamen we dan ook niet toentertijd. Het leven speelde zich af in en om het dorp.

• Wanneer en met welke demonstratie heeft u, al dan niet gedwongen door een ouder, meegedaan? 

Daar deden we niet aan in ons gezin. Mijn ouders stemde PvdA maar ze gingen niet de straat op om hun mening te laten horen.

• Wat is het allerbeste disconummer uit de jaren ‘70? Hoe zag u eruit? Hoe danste u en waar stond dan uw handtasje?

Disco was nooit mijn muziek. Ik luisterde bijvoorbeeld naar Earth & Fire, Shocking Blue, Slade, Sweet, Alice Cooper, Steve Harley en David Bowie in de eerste helft van de jaren ’70. Totdat ik gegrepen werd door de eerste punkgolf die Nederland bereikte.

Voor die tijd droeg ik wat mijn moeder modieus vond, De gestreepte bandplooibroek heb ik slechts één keer aangehad. Zoveel lelijkheid kon ik niet aan.

Toen de punkrage invloed kreeg probeerde ik mijn kledingkeuze aan te passen naar de voorbeelden zoals Johnny Rotten of Captain Sensible, die ik zag in De Hitkrant.

• Seksualiteit was iets dat moest en dat je ook moest delen. Wat heeft u hiervan meegekregen? 

Ik heb ooit een boekje gekregen met de titel ‘Kindertjes groeien in mama’s buik’. Dat de titel nog zo helder voor mijn geest staat zal wel betekenen dat het boekje indruk gemaakt heeft toen ik een jaar of acht was.

• Wat voor auto hadden jullie thuis? En hoe zag deze auto eruit als jullie op vakantie gingen? En waar gingen jullie heen? 

In 1973 zijn we in een rode Audi 80 naar Spanje gereden, het hoogtepunt was wel de aanrijding met een brommer rijdende Fransoos in Lyon. Schade; een aantal gebroken TL-buizen die de man vervoerde.

We hadden een appartement in Castelldefels waar men druk bezig was een vakantieoord uit de grond te stampen. In 1976 reden we met een Simca 1100 bestelwagen door Zweden en Noorwegen. Mijn broer en ik gezeten tussen de kampeerspullen in de achterbak.

• Trok jullie vader ook plotseling een blauw /oranje trainingspak aan om op zaterdag in het bos te gaan trimmen?

Nee, mijn vader trok zijn regenpak aan om op zaterdag te gaan vissen in en rond de Nieuwkoopse plassen.

• Werd er bij jullie thuis ook zoveel gedronken en gerookt?

Er werd flink gerookt, bij verjaardagen stond er steevast een potje met rookwaren op tafel gevuld met sigaretten met filter, zonder filter en sigaren. Het potje had natuurlijk een bijpassende houder voor een aansteker en asbak.

Ben benieuwd of zulke setjes nog steeds verkocht worden. Zolang ik me kan herinneren is er één krat bier per de week gekocht.

 • Mijn ouders waren links. Joop den Uyl was een halfgod en Van Agt werd gehaat. Wiegel was zo verwerpelijk dat zijn naam niet eens werd genoemd. Hoe zat dat bij jullie?

Zo ging dat bij ons dus ook.

• Wat vonden jullie het beste (kinder)programma op de televisie? 

Zonder enige twijfel moet dat ‘Stuif ‘s in’ zijn. Dat was altijd het hoogtepunt van de zaterdagmiddag-tv. Ria Bremer hoort daarmee tot één van de iconen uit mijn vroege jeugd.

Verder keken we met het hele gezin naar Swiebertje, Voor de vuist weg en Eén van de Acht. Onder het genot van een Sputnik die we maakten van Exota, suiker en koffiemelk. En een lekkere bak Cornuco’s van Smith.

Bij ons is overigens nooit een fles Exota ontploft, waarschijnlijk omdat we er geen kogeltjes op afvuurde.

 • Wat deden jullie tijdens de autoloze zondagen?

We gingen rolschaatsen op die fijne asfaltwegen waar we normaal niet mochten komen. Rolschaatsen op asfalt gaat nu eenmaal beter dan op de klinkers bij ons in de straat.

• Gingen jullie moeder ook opeens kaas maken, zelf brood bakken en bier brouwen. Gingen jullie ouders in deze jaren opeens anders koken?

Nee, mijn ma heeft zich niet gestort op het brood maken. Ze was meer het type die zich wierp op het fenomeen macramé. Overal in huis die oranje gevlochten bloempothouders, wanddecoraties en het onvermijdelijke stortbakkoord op de WC.

We gingen wel nieuwe culinaire uitdagingen aan. Zoals vleesfondue met altijd teveel spiritus in het bakje zodat het altijd gevaarlijk was. De vlam die zich dan griezelig om het oranje fonduepannetje  vouwde.

Er waren natuurlijk verhalen van ‘vlam in de pan’ tijdens het fondueën. Maar dat deerde ons niet. En dan natuurlijk de eerste keer kaasfondue, minder gevaarlijk maar daarmee ook minder spannend.

Met als hoogtepunt de kookrage Römertopf, elk jaren zeventig gezin zal er wel één gehad hebben, zo’n Römertopf. Ik denk dat we het ding twee keer gebruikt hebben, het was een rage maar niet in ons gezin.

Een jaar of wat geleden zag ik nog een hele wand van die ovenschotels van klei bij Blokker. Ik had wel een idee waarom die onverkoopbaar waren gebleven. In mijn fantasie hadden ze in de jaren ’70 een flinke hoeveelheid ingekocht en waren ze er gewoon mee blijven zitten.

Tot zover mijn bijdrage en mijn herinneringen aan die goeie ouwe jaren ’70.

De keuken van Giphart II

Ronald Giphart, de schrijver van onder andere GiphPhileine zegt sorry, en Ik omhels je met duizend armen, schrijft een feuilleton voor de weekend-editie van De Volkskrant.  Dat doet hij niet alleen. Via social media als de Facebook-pagina Volkskrant Feuilleton vraagt Giphart zijn volgers om tips, ideeën en laat hij af en toe een poll op hen los. Zo krijg je een mooi kijkje in de keuken van een schrijver en het ontstaan van een verhaal, boek of in dit geval een feuilleton.

Van Bibi’s geslacht in de Syrische zandbak in aflevering 10 naar De slag om de zandbank in aflevering 11 is een kleine stap. Van Bibi’s avontuur in de woestijn zijn we weer terug op de zandplaat bij Vlieland. Al is de spanning in aflevering 11 van geheel andere aard. De Progressie heeft haar passagiers uitgeladen voor een wandeling op het wad. En een kolonie zeehonden verspert nu de weg terug naar het moederschip.

Aan het eind van aflevering 11 lijkt er een patstelling bereikt. De zeehonden blijven dreigend liggen waar ze liggen, het water stijgt en de zon gaat onder. En er is op het schip voor de tweede keer gebeld dat het eten op tafel staat. De schrijver moet een keuze maken. Zijn zeehonden werkelijk agressief, zoals blijkt uit het bijschrift dat ze recentelijk bruinvissen gedood zouden hebben.

Moeten de twee overgebleven wadlopers vertrouwen op het opvangcentrum van Lenie ‘t Hart die het bericht maar onzin vond. Kunnen ze rustig langs het blaffende bont terug of moeten ze zich een weg door de kolonie heen vechten, terug naar het schip en het avondmaal.

Giphart vroeg zijn lezers op Facebook welke gerechten zoal in aanmerking zouden kunnen komen voor een avondmaal op De Progressie. Al geeft hij wel direct aan dat zijn keuze uitgaat naar rotmok. Een gerecht waar ik nooit van gehoord had. Hoewel mijn vader in de jaren ’50 als kok op de wilde vaart gewerkt heeft. Misschien is rotmok typisch marinevoer waar de jongens op de wilde vaart niets van wilde weten.

Zo krijgen we niet alleen figuurlijk een kijkje in de keuken van Giphart’s schrijversschap maar nu ook nog letterlijk. Of moet dat een kijkje in het kombuis zijn? In de zijlijn heeft de schrijver netjes uitgelegd wat rotmok is, compleet met het recept van Smulweb. Een mensch is nimmer te oud voor wat educatief onderricht, ter leering ende vermaeck.

 

“Oswald has been shot”

Vandaag 49 jaar geleden werd, de vermoedelijke moordenaar van John F Kennedy, Lee Harvey Oswald door nachtclubeigenaar Jack Ruby met één schot het zwijgen opgelegd. Door de moord zal het wellicht nooit duidelijk worden wie die fatale kogel in het hoofd van JFK afvuurde.

Er zijn bibliotheken volgeschreven over de gebeurtenissen rond de moord op John Fitzgerald Kennedy op 22 november 1963. In al die boeken wordt veel gesuggereerd, aangenomen en beweerd. Echte antwoorden op essentiële vragen krijg je maar zelden. Het officiële rapport van de Warren Commissie, dat aangesteld is om de waarheid rond de moord op JFK te vinden, geeft ook geen duidelijke antwoorden. Hun conclusie dat Oswald de enige schutter is.

Een speciale commissie om de geruchten rond de moord op 22 november nog eens de evalueren, The Select Committee on Assassinations, sluit echter niet uit dat er een tweede schutter in het spel was. Hiermee verwerpen zij de zogenaamd ‘Lone Nut Theory’. Oswald was dus mogelijk niet alleen.

Het uitzicht van Oswald op de presidentiële stoet. 

Mijn grote vraag blijft altijd; als scherpschutter Oswald de enige schutter was, waarom heeft hij niet geschoten toen de auto met Kennedy bijna stil stond onder het raam van de vijfde verdieping van het schoolboekendepot? Het presidentiële konvooi moet vanaf Houston Street een scherpe bocht naar links maken naar Elm Street, net onder het raam waar Oswald zou hebben gezeten.

Nee, blijkbaar wacht Oswald tot het konvooi weer op snelheid achter de bomen en een verkeersbord verdwenen lijkt. Dan pas worden er drie en mogelijk vier schoten gelost. Op dat moment rijdt de stoet aan de voet van de bekende grasheuvel. Naast de heuvel filmt Zapruder het fatale schot in Kennedy’s hoofd.

 

Schliessbaum, de slagboom van Stichting BREIN

Stichting BREIN bestrijdt intellectuele eigendomsfraude namens artiesten, uitvoerenden, uitgevers en producenten, zo lees ik op de website. Daar kan natuurlijk niemand tegen zijn. Ook zegt BREIN te speuren naar on-en offline piraterij, en dat lijkt mij een zinloze, tijdrovende bezigheid. Het adagium van BREIN is ‘The art of protecting the creative’. Waarom niet gekozen voor het credo ‘The art of supporting the creative’?

Een voorbeeld: sinds een jaar of 25 staat de legendarische plaat ‘Schliessbaum’ van de Tröckner Kecks in mijn platenbak. Ik kan het vinyl altijd op mijn draaitafel leggen, maar hij past helaas niet in mijn iPod wanneer ik weer eens wil luisteren naar één van de platen uit mijn jeugd. Hoe ik een mp3 bestand moet maken van Schliessbaum, ik heb geen idee. En bij Spotify en de iTune Store kan ik de mp3-versie niet kopen. Hoe krijg ik ‘Schliessbaum’ dan op mijn iPod? 
In plaats van speuren naar zogenaamde illegale liedjes op dat immens grote internet, zou BREIN moeten zorgen dat ik ‘Schliessbaum’ gewoon ergens zou kunnen kopen? Aangezien het album rond 1982 gekocht is en in mijn platenbak staat, heb ik inmiddels mijn bijdrage voor de geleverde creativiteit wel betaald. Maar ik ben best bereid nogmaals te betalen voor een ‘Schliessbaum’ cd versie. 
Er staan nogal wat doublures in mijn platenbak en cdkast. De platen die ik reeds bezit gewoon weer op cd gekocht. De cd was beschikbaar en ik ben niet te beroerd om te betalen voor creatieve kwaliteit. Maar er is heel veel gewoon niet beschikbaar op cd. Maar gelukkig wel te laden op blogs van muziekliefhebbers die hun muzikale goudmijn willen delen. Maar daar mag ik de creatieve uitingen niet ophalen van BREIN. 
Het zou fijn zijn als Stichting BREIN zich ging bezighouden met het beschikbaar maken van creatief werk wat ik niet kan aanschaffen via de reguliere verkopers. Daar schieten de artiesten, producenten, uitgevers en verkopers veel meer mee op. 

De Grote Oorlog relativeert

Het is inmiddels 16 november en Poppy Day ligt alweer een week achter ons. De dag van herinnering op 11 november speelt zich vooral af in de Gemenebest van Naties, voorheen het Brits Gemenebest. Wie rond die datum wel eens naar de BBC kijkt ziet veel revers waarop een echte of papieren klaproos geprikt zit. In de landen om ons heen wordt het eind van de Grote Oorlog serieus herdacht, in Nederland is er weinig belangstelling voor de herdenking. Waarschijnlijk omdat Nederland vanwege de neutraliteit weinig oorlogsgeweld heeft gezien tussen 1914 en 1918.

Hoe dichter we het jaar 2014 naderen des te meer belangstelling lijkt er ook in Nederland te ontstaan voor de Eerste Wereldoorlog. De oorlog, die een eind moest maken aan alle oorlogen, zal honderd jaar na het begin groots herdacht worden. Ook in Nederland blijkbaar. Steeds groter wordt de stoet aan Grote-Oorlogs-toeristen. Vanaf de kust van West Vlaanderen tot aan de grens van Zwitserland lopen toeristen, geschiedenisliefhebbers en familieleden van soldaten over de vele herinneringsgraven en door de talrijke musea.

Om mezelf een beetje voor te bereiden op 2014 ben ik op 20 april naar een collegedag van het Historisch Nieuwsblad en de Feniks Academie geweest.   Van 09.00 tot 17.00 uur luisteren naar vier gerenommeerde sprekers die iets zinnigs vertellen over de Eerste Wereldoorlog. Om een indruk te krijgen waar de sprekers het over hadden heb ik deze zomer twee dagen door West Vlaanderen gereden. Indrukwekkend zijn de graven, het landschap met kraters, de foto’s, de gevonden munitie, en de verhalen in musea.

Foto: E.Stekelenburg

Om nog eens tot de essentie van dit Grote Leed door te dringen heb ik ook nog een aantal boeken aangeschaft. Wanneer je dit allemaal tot je neemt is het des te vreemder dat er nog steeds mensen zijn die zich vrijwillig melden voor de krijgsdienst. Doelbewust leren hoe je op een zo’n efficiënt mogelijke manier je tegenstander kan uitschakelen. Mensen zouden toch beter moeten weten na de Grote Oorlog.

Het grootste voordeel van mijn reis door de Grote Oorlog is dat ik mijn buikpijn tijdens een kei van een darmontsteking goed kan relativeren. Wat ik de laatste weken meemaak is niets vergeleken met wat die jongens en mannen tussen 1914 en 1918 hebben doorstaan.